Qredits verstrekte aan de gedaagde een lening van Afl. 38.800,- voor bedrijfsmiddelen, af te lossen in 38 termijnen. De gedaagde kwam vanaf mei 2023 in betalingsachterstand en betaalde niet meer. Qredits beëindigde de kredietovereenkomst en vorderde betaling van het openstaande bedrag plus buitengerechtelijke incassokosten.
De gedaagde erkende de hoofdsom maar beriep zich op overmacht vanwege het afbranden van een takelwagen, essentieel voor zijn onderneming. Het Gerecht verwierp dit beroep omdat de takelwagen niet verzekerd was en de gedaagde naliet een verzekering af te sluiten.
De gevorderde incassokosten van 15% van de hoofdsom werden betwist als buitensporig. Het Gerecht matigde deze kosten conform het procesreglement tot Afl. 1.875,-. De vordering werd toegewezen tot een totaalbedrag van Afl. 42.419,09, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 oktober 2024.
De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op Afl. 3.725,- plus mogelijke nasalaris- en betekenkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.