Uitspraak
mondelinge vonnis, uitgesproken ter zitting van op woensdag 18 februari 2026 om 13:30 uur, gehouden door mr. J. Brandt, rechter, bijgestaan door mr. Y. Doğanyiğit, griffier, in de kort geding zaak van:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze kort geding procedure staat de verdeling van een woning uit de nalatenschap van een overleden moeder centraal. De eisers, broers van de overleden vader van de gedaagde, willen de woning verkopen en de opbrengst verdelen, terwijl de gedaagde, hun nicht, de woning aan zich wil laten toedelen. De broers baseren hun vordering op het belang om uit onverdeeldheid te komen en verzoeken om medewerking aan verkoop en levering.
De gedaagde betwist haar medewerking aan verkoop en vordert primair toedeling van het aandeel van de broers om niet, dan wel subsidiair overname tegen betaling, met aftrek van investeringskosten. De broers ontkennen de gemaakte afspraken en stellen dat de volmachten uit 2021 niet meer geldig zijn.
Het Gerecht oordeelt dat de precieze afspraken tussen de broers niet kunnen worden vastgesteld in kort geding en dat onvoldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vorderingen zal toewijzen. Er is onduidelijkheid over de verdeling van de woning en de geldigheid van volmachten. Daarom worden alle vorderingen afgewezen en draagt iedere partij haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Alle vorderingen worden afgewezen en iedere partij draagt haar eigen proceskosten.