ECLI:NL:OGEAA:2026:7
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake bewijslevering van betaling van huur en borg door eiser aan gedaagde
In deze civiele procedure, aangespannen door eiser [eiser] tegen gedaagde [gedaagde], heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 7 januari 2026 uitspraak gedaan. De zaak betreft een vordering van eiser die stelt dat hij op 25 februari 2023 een bedrag van Afl. 1.400,- heeft betaald aan gedaagde voor de eerste maand huur en de borg van een appartement. Eiser heeft in een tussenvonnis de opdracht gekregen om dit bewijs te leveren. Tijdens de procedure zijn getuigen gehoord, waaronder de heer [betrokkene 2] en [betrokkene 3], die beiden verklaringen hebben afgelegd over de vermeende betaling.
Het Gerecht heeft vastgesteld dat de verklaringen van de getuigen tegenstrijdig zijn. Terwijl [betrokkene 2] stelt dat hij aanwezig was bij de betaling, heeft [betrokkene 3] verklaard dat er niemand anders bij de transactie aanwezig was. Deze inconsistenties hebben geleid tot de conclusie dat eiser er niet in is geslaagd om het bewijs van de betaling te leveren. Hierdoor wordt de vordering van eiser afgewezen.
Daarnaast is eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan gedaagde, die zijn begroot op Afl. 5.000,- aan salaris van de gemachtigde. Het vonnis is uitgesproken ter openbare terechtzitting en is uitvoerbaar bij voorraad.