4.2Beoordeling door het Gerecht
Inleiding
Op 9 februari 2025 omstreeks 05:12 uur hebben de [verdachte] en [medeverdachte] die op dat moment werkzaam waren als politieambtenaar, een achtervolging ingesteld op een Toyota Vitz met kenteken [kenteken] (hierna “de Toyota”).De achtervolging eindigde op een doodlopende weg in Madiki Kavel. Daar heeft vervolgens een schietincident plaatsgevonden. Hierbij is de bestuurder van de Toyota dodelijk getroffen. Het bleek te gaan om de 19-jarige [slachtoffer]. Naar dit schietincident is door de Landsrecherche een [verdachte] en [medeverdachte] beiden als verdachte aangemerkt.
In dit verband kan op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende worden vastgesteld.
Aanleiding schietincident
In de nacht van 8 op 9 februari 2025 hadden de verdachten dienst. Zij reden samen patrouille in een politieauto. [verdachte] was de bestuurder van de politieauto en patrouillecommandant. [medeverdachte] was de bijrijder.
Op 9 februari 2025 omstreeks 05.10 uur zagen de verdachten de Toyota bij Palm Beach rijden. De auto sloeg op de rotonde rechtsaf en reed over de Sasakiweg richting Oranjestad. Omdat de achterlichten van de Toyota niet goed werkten besloten de verdachten de auto te volgen. De snelheid van de politieauto en de Toyota paste op dat moment in het verkeersbeeld ter plaatse. De auto’s reden niet langzamer of sneller dan de overige weggebruikers.
Op de Sasakiweg hebben de verdachten geprobeerd door middel van het aanzetten van het zwaailicht en het kort aandoen van de sirene aan de bestuurder van de Toyota duidelijk te maken dat hij moest stoppen. Hierna werd nog een aantal keer kort de sirene aangezet terwijl het zwaailicht aan bleef. Ook heeft [medeverdachte] via de speaker phone aan de bestuurder van de Toyota gezegd dat hij moest stoppen. De Toyota reed echter door.
In de buurt van de rotonde bij de [winkelcentrum] leek het alsof de Toyota zou gaan stoppen omdat hij vaart minderde. De bestuurder deed ook zijn richtingaanwijzer naar rechts. Maar hierna ging de Toyota juist linksaf de rotonde op. Hij reed dwars over de heuveltjes van de rotonde in de richting van Bubali. Op dat moment gaf [medeverdachte] aan de meldkamer door dat zij de achtervolging inzetten op de Toyota.
Er volgde een relatief lange achtervolging onder meer langs [tuincentrum] en de Bushiri-rotonde richting Madiki. [verdachte] heeft later verklaard dat de reden van de achtervolging was, dat de Toyota niet de juiste verlichting voerde, evenals het rijgedrag van de auto, en dat het stopteken werd genegeerd. Het doel was de bestuurder van de Toyota staande te houden. Het rijgedrag van de bestuurder van de Toyota was bijzonder, maar niet onveilig. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij tijdens de achtervolging niet heeft overwogen daarmee te stoppen, want hij voelde zich niet onveilig. Op geen enkel moment heeft [medeverdachte] het gevoel gehad dat het verkeer of andere personen in gevaar werden gebracht. Er was geen verkeer en er was niemand op straat. [verdachte] en [medeverdachte] hielden bewust afstand om te kunnen zien wat de bestuurder eventueel zou gaan doen. Toen de Toyota en de politieauto eenmaal in Madiki Kavel waren, dacht [medeverdachte] ‘als deze vent stopt, gaat hij rennen’. Dat had hij ook tegen [verdachte] gezegd. [medeverdachte]:
“Als hij daar de weg insloeg was dat waarschijnlijk om te verdwijnen of om in een erf te springen.”
De achtervolging eindigde op de doodlopende weg achter Madiki Kavel [huisnummer].
Het schietincident
De woning te Madiki Kavel [huisnummer] was op dat moment voorzien van beveiligingscamera’s, waaronder een camera (nr. 1/MAD1[huisnummer].01) gemonteerd aan de achterzijde van de woning met zicht op het einde van die doodlopende weg. Op de beelden die door deze camera zijn gemaakt, is het volgende te zien.
- Omstreeks 05.15.49 uur rijdt de Toyota de doodlopende weg achter Madiki Kavel [huisnummer] in. De Toyota rijdt op dat moment met een redelijk matige snelheid. De politieauto rijdt met zwaailicht achter de Toyota aan.
- De Toyota rijdt zich klem in het doodlopende gedeelte. De Toyota maakt een draai, door links in te sturen en rechtsom rond te rijden. De doorgang van de Toyota wordt vervolgens geblokkeerd door de op de doodlopende weg inmiddels stilstaande politieauto. Deze situatie houdt twee à drie seconden aan.
- Om 05:16:01 uur gebeurt een aantal dingen bijna tegelijkertijd: de bestuurder van de politieauto ([verdachte]) stapt uit, de bijrijder ([medeverdachte]) stapt uit, en de Toyota begint achteruit te rijden.
- Na het uitstappen van [verdachte] te zien dat hij zijn vuurwapen al heeft getrokken, een schiethouding heeft aangenomen, en zijn vuurwapen gericht heeft op de op dat moment achteruit rijdende Toyota.
- [ [medeverdachte] loopt na te zijn uitgestapt naar de voorzijde van de stilstaande politieauto.
- Om 05:16:03 uur komt er een rookpluim uit het vuurwapen van [verdachte]. Het vuurwapen is op dat moment gericht op de voorzijde van de Toyota, die achteruit rijdt. [medeverdachte] is op dat moment niet te zien doordat hij zich voor (het licht) van de koplampen van de politieauto bevindt.
- Zeer kort hierna, nog steeds om 05:16:03 uur, is een flits te zien voor het vuurwapen van [verdachte], die zijn vuurwapen op dat moment nog steeds gericht houdt op de Toyota, die op dat moment nog steeds achteruit rijdt.
- Om 05:16:04 uur komt de Toyota tot stilstand. Het vuurwapen van [verdachte] is nog steeds gericht op de voorzijde van de Toyota. [medeverdachte] komt in beeld aan de rechterzijde van de politieauto. Hij loopt in schiethouding met zijn vuurwapen gericht op de Toyota naar de auto toe.
- Hierna loopt [verdachte] achteruit en beweegt de Toyota langzaam in voorwaartse richting. [verdachte] houdt zijn vuurwapen gericht op de Toyota en lost een derde schot in de richting van de voorzijde van de auto. [verdachte] houdt zijn vuurwapen gericht op de Toyota en loopt achteruit. Dit is om 05:16:04 uur.
- Tegelijkertijd houdt [medeverdachte] zijn vuurwapen gericht op de Toyota en hij schiet. Dit is om 05:15:05 uur. [medeverdachte] blijft staan en draait met de Toyota mee. Te zien is dat [verdachte] en [medeverdachte] op dat moment op korte afstand van elkaar staan, in elkaars gezichtsveld, en dat het zicht tussen hen niet wordt geblokkeerd.
- De Toyota rijdt (ondertussen) naar voren en stuurt bij naar rechts. Er komt daarna nog een vuurflits uit het wapen van [medeverdachte]. Hij houdt daarbij zijn vuurwapen gericht op de linkerzijkant van de Toyota, ter hoogte van de ramen, terwijl de auto langs hem rijdt.
- Hierna draait [verdachte] rechtsom en loopt voorwaarts weg naar de achterkant van de politieauto. Daarna is [verdachte] uit beeld. Dit is om 05:16:06 uur.
- [ [medeverdachte], die de Toyota aan de linkerzijde benaderd heeft, schiet meerdere keren, terwijl de Toyota langs hem rijdt. Te zien is dat is dat hij richt op de linkerzijkant van de Toyota, ter hoogte van de ramen.
- De Toyota passeert de politieauto. [medeverdachte] blijft herhaaldelijk op de auto schieten, ook nadat deze al voorbij de politieauto is gereden.
- Bij het schieten is de afstand tussen [verdachte] en de Toyota bij het eerste schot ongeveer 1,3 meter, bij het tweede schot 2,5 meter en bij het derde schot 2 meter. [medeverdachte] staat bij het eerste schot op ongeveer 2 meter, bij het volgende schot op 1,5 meter en bij de daarop volgende schoten op 1 meter afstand. Daarna wordt de afstand weer groter doordat de Toyota wegrijdt.
De verdediging stelt dat er (anders dan door de Landsrecherche beschreven) op de camerabeelden om 05:16:03 uur geen rookpluim uit het vuurwapen van [verdachte] te zien is. Volgens de verdediging is de eerste vuurmond uit het wapen van [verdachte] pas zichtbaar om 05:16:04 uur, op het moment dat de Toyota inmiddels naar voren rijdt. De verdediging verwijst hier naar een door haar overgelegd rapport van NFO
d.d. 6 februari 2026, opgesteld door A.D. Doup, welk rapport die stelling zou ondersteunen.
Het Gerecht overweegt hierover het volgende. De Landsrecherche heeft gerelateerd dat op de videobeelden om 05:16:03 uur een rookpluim zichtbaar is afkomstig van het vuurwapen van [verdachte]. Dit staat in het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. analyse videobeeldenen is ook toegelicht in het proces-verbaal van bevindingen ijkmomenten beeld/geluid.Omdat op de bewegende beelden moeilijk een rookpluim is te ontwaren, is ter terechtzitting van 20 februari 2026 een aanvullend proces-verbaal van de Landsrecherche overgelegd met als bijlage twee kleurenfotobladen. Deze maken naar het oordeel van het Gerecht duidelijk maken dat om 05:16:03 uur inderdaad een rookpluim te zien is.Gelet hierop ziet het Gerecht geen aanleiding om aan de juistheid van de bevindingen van de Landsrecherche te twijfelen. Het door de verdediging overgelegde rapport van Doup kan dat niet anders maken. Dat rapport is, zo leest het Gerecht, gebaseerd op bewerkte videobeelden terwijl in het rapport niet is toegelicht of inzichtelijk gemaakt wat die bewerking inhoudt. Alleen daarom al kan het Gerecht de betrouwbaarheid van de daarin opgenomen bevindingen en conclusies niet beoordelen. Voor wat betreft haar vaststellingen over wat er op de camerabeelden te zien is, kent het Gerecht aan dat rapport derhalve geen betekenis toe.
De gevolgen van het schietincident
De Toyota is na het schieten in rustig tempo, ‘kruipend’ tegen de omheining van een ander perceel gereden en kwam daar tot stilstand. Kort hierna werd op de bestuurdersstoel aan de rechtervoorzijde van de Toyota een bewusteloze man aangetroffen, die een schotverwonding had.Het bleek te gaan om [slachtoffer],die ondanks pogingen om hem te reanimeren, kort na het schietincident overleed.
Op 9 februari 2025 te 06:50 uur werd door de forensisch arts de dood van
dhr. [slachtoffer] vastgesteld.
Vastgesteld is, dat dhr. [slachtoffer] is overleden na geraakt te zijn door een kogel.In het forensisch radiologisch rapport staat dat de kogel door het lichaam van [slachtoffer] een traject heeft afgelegd tussen de zevende en achtste rib, van links naar rechts en enigszins van onder naar boven.Uit het autopsierapport van de patholoog kan worden opgemaakt dat de doodsoorzaak is gelegen in (kort gezegd:) verbloeding als gevolg van een scheur in de aorta, veroorzaakt door een doorschotverwonding in de borstkas.
Forensisch-technisch onderzoek
Voorafgaand aan het incident hadden [verdachte] en [medeverdachte] de beschikking over een vuurwapen van het merk/type Glock 17, voorzien van een patroonhouder met daarin zeventien patronen. Daarnaast beschikten zij beiden over een extra patroonhouder met zeventien patronen.Na het schietincident zijn de koppelriemen met de dienstvuurwapens van [verdachte] en [medeverdachte] in beslag genomen. In het vuurwapen van [verdachte] bevond zich één patroon in de kamer en een patroonhouder met daarin dertien patronen. Aan zijn koppelriem was nog steeds een extra patroonhouder bevestigd met daarin zeventien patronen.In het vuurwapen van [medeverdachte] bevond zich na het incident één patroon in de kamer en een patroonhouder met zestien patronen. Hij had echter geen extra patroonhouder meer bij zich.Die is op de plaats delict (leeg) aangetroffen.Op de plaats delict werden in totaal 20 hulzen aangetroffen.
Uit onderzoek naar de Toyota is gebleken dat zich aan de buitenzijde van het voertuig meerdere perforaties bevonden die vermoedelijk waren veroorzaakt door kogels die door de verdachten zijn afgevuurd. Een aantal van die perforaties bleek een vervolg te hebben in de Toyota. Om de trajecten van de desbetreffende kogels fysiek duidelijk te maken werd gebruik gemaakt van gekleurde stokken, genummerd 1 t/m 17.
Onder in het midden van de ruit van het linker portier is een kogelperforatie aangetroffen waarvan het kogeltraject (spoor nummer 5) door de Toyota liep, richting de rechterzijde van het rechterportier. Daar werd een bijpassende beschadiging aangetroffen naast de naad tussen het portier en de deurstijl. Op die plek werd een kogel aangetroffen en veiliggesteld.Op deze kogel zat bloed dat blijkens DNA-onderzoek (gelet op de matchkans) afkomstig is van dhr. [slachtoffer].Uit het onderzoek volgt dat uitsluitend het kogeltraject behorend bij spoor nummer 5 over de bestuurdersstoel (rechtsvoor) liep en het bij [slachtoffer] geconstateerde dodelijke letsel kan hebben veroorzaakt.Gezien de plaats van de inslag, het kogeltraject en plaats van de aangetroffen kogel stond de schutter aan de linkerzijkant van de Toyota toen dit schot op deze auto werd gelost.
Verklaringen verdachte over het schietincident
Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat de Toyota, die eerst klem stond, opeens voor hem stond. Toen heeft hij gereageerd. De auto stond ineens in een andere positie en [verdachte] wist niet wat de intentie van de bestuurder was. “Dat voelde als een directe dreiging op mijn leven”. [verdachte] kon niet terug in de politieauto. Ook naar achteren of opzij lopen zou niet hebben geholpen. Volgens [verdachte] is alles in een fractie van een seconde gegaan. Hij wist wat de gevolgen kunnen zijn van vuurwapengebruik, maar op het moment dat de Toyota op hem afkwam vreesde [verdachte] voor zijn leven. Hij heeft op de voorzijde van de auto geschoten om het gevaar uit te schakelen.
Conclusies van het Gerecht
De Toyota is achter Madiki Kavel [huisnummer] op het doodlopende stuk van de weg gedraaid en heeft zich vervolgens in de richting van de politieauto klem gereden. Hierna is de Toyota achteruit gereden. Op dat moment zijn de verdachten uitgestapt en hebben zij beiden vrijwel direct hun vuurwapen getrokken en op de Toyota gericht. Bijna onmiddellijk hierna heeft [verdachte] het vuur op de Toyota geopend, terwijl deze auto op dat moment nog achteruit reed. In totaal heeft [verdachte], terwijl hij zich vóór de Toyota bevond, van korte afstand drie schoten op de voorzijde van de auto afgevuurd. Twee van de drie schoten van [verdachte] hebben de Toyota niet geraakt en één schot is in de voorzijde terechtgekomen. [medeverdachte] heeft, terwijl hij zich eerst aan de linkerzijkant en vervolgens aan de achterzijde van de auto bevond, van korte afstand 17 keer in de richting van de Toyota geschoten, voornamelijk op de linkerzijde ter hoogte van de autoruiten, en op de achterzijde van de Toyota. Bij het afvuren van één van die schoten was zijn vuurwapen gericht op de onderzijde van het raam aan de linker voorzijde van de Toyota. Deze kogel (spoor nr. 5) is door de Toyota heengegaan en heeft dhr. [slachtoffer] dodelijk getroffen.
Het op korte afstand meermalen met een vuurwapen schieten op de voorzijde dan wel zijkant van een bewegende auto met daarin een bestuurder is, zeker gelet op de plaatsen waar deze auto door kogels is getroffen, naar de uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het doden van de bestuurder dat het behoudens contra-indicaties niet anders kan zijn dan dat de verdachten de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg bewust hebben aanvaard. Van contra-indicaties is niet gebleken. Het Gerecht gaat er dan ook van uit dat beide verdachten (tenminste) voorwaardelijk opzet hebben gehad op de dood van de bestuurder van de Toyota. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van de hierboven beschreven gedragingen van verdachten leidt het Gerecht af dat tussen hen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking die daarop was gericht. De verdachten hebben daaraan beiden uitvoering gegeven door op de auto te schieten.
Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van het Gerecht wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van doodslag ten aanzien van dhr. [slachtoffer].