Uitspraak
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
“Als hij daar de weg insloeg was dat waarschijnlijk om te verdwijnen of om in een erf te springen.”
5.Bewezenverklaring
of omstreeks9 februari 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleenopzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft
/hebbenberoofd,
heeft/hebben verdachte en
/ofzijn mededader met dat opzet
een ofmeer keren
(gericht
)met
zijn/hun dienstvuurwapen
een of meerderekogels afgevuurd op en/of in de richting van het voertuig (personenauto) waarin die [slachtoffer] zich bevond, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.
7.De strafbaarheid
may be justified under this provision where it is based on an honest belief which is perceived, for good reasons, to be valid at the time but which subsequently turns out to be mistaken. To hold otherwise would be to impose an unrealistic burden on the State and its law-enforcement personell in the execution of their duty, perhaps to the detriment of their lives and those of others.” [26]
would also add in this connection that, detached from the events at issue, it cannot substitute its own assessment of the situation for that of an officer who was required to react in the heat of the moment to avert an honestly perceived danger to his life.” [27]
the principal question to be addressed is whether the person had an honest and genuine belief that the use of force was necessary. In addressing this question, the Court will have to consider whether the belief was subjectively reasonable, having full regard to the circumstances that pertained at the relevant time. If the belief was not subjectively reasonable (that is, it was not based on subjective good reasons), it is likely that the Court would have difficulty accepting that it was honestly and genuinely held.” [28]
“Ik weet niet precies op welk moment ik mijn pistool uithaalde. In ieder geval nadat ik de patrouilleauto uitstapte. Ik was uitgestapt omdat ik dacht dat hij, gezien we de auto klem hadden, zich over zal geven of weg zou rennen. Uitstappen om hem aan te houden of te voet achtervolgen indien hij wegrent”.
8.Motivering van de straf
9.Vordering benadeelde partijen
“following the violent death of her son”en dat zij tijdens die behandeling
“has presented emotional and psychological responses consistent with a traumatic bereavement reaction”. Daarnaast stellen de benadeelde partijen dat zij affectieschade hebben geleden. Zij hebben tegelijkertijd onderkend dat de Arubaanse wetgeving tot op dit moment nog niet voorziet in de mogelijkheid om deze schade te vorderen. De vordering wordt op dit punt evenwel gehandhaafd zodat dit de wetgever mogelijk een impuls geeft om de wetgeving op dat punt aan te passen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
gevangenisstrafvoor de
3 [drie] jaren;
[één] jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op
1 [één] jaar,aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
[benadeelde partij 2]geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 39.170,- (waarvan Afl. 14.170,- ter zake van materiële schade en Afl. 25.000,- aan immateriële schade) en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij; veroordeelt de verdachte eveneens hoofdelijk in de door [benadeelde partij 2] gemaakte proceskosten, tot op heden begroot op Afl. 6.000,-, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
[benadeelde partij 2]strekkende tot vergoeding van materiële schade voor het overige af;
[benadeelde partij 2]niet-ontvankelijk in haar vordering strekkende tot vergoeding van affectieschade;
[benadeelde partij 1]strekkende tot vergoeding van materiële schade af;
[benadeelde partij 1]niet-ontvankelijk in zijn vordering strekkende tot vergoeding van affectieschade;
[benadeelde partij 1]niet-ontvankelijk in zijn vordering strekkende tot vergoeding van schokschade en bepaalt dat hij dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[benadeelde partij 1]in de proceskosten van de verdachte, tot op heden begroot op nihil.