Eiseres verhuurt sinds 15 november 2024 een woning aan gedaagde en zijn gezin. De huurovereenkomst liep van 1 december 2024 tot 30 november 2025 met een maandelijkse huurprijs van Afl. 2.300,-. Gedaagde betaalde de huur structureel te laat en stopte met betalen vanaf november 2025, waardoor een huurachterstand van Afl. 9.200,- ontstond.
Eiseres beëindigde de huurovereenkomst en sommeerde gedaagde tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en boetes. Gedaagde weigerde te vertrekken en voerde verweer, onder meer dat hij bereid was te betalen maar daartoe niet in staat was. Het Gerecht oordeelde dat de huurovereenkomst gelet op de huurachterstand ontbonden kan worden en dat ontruiming met een ruime termijn van vier weken gerechtvaardigd is, mede vanwege de aanwezigheid van minderjarige kinderen.
De vordering tot betaling van de achterstallige huur van Afl. 6.900,- werd toegewezen omdat de huurachterstand erkend was en eiseres een spoedeisend belang had. De vordering tot betaling van de contractuele boete werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en een aannemelijk beroep op matiging door gedaagde. De overige vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende concreetheid. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.