In deze civiele bodemzaak bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba vordert eiser betaling van een bedrag van US$ 16.935,60 plus wettelijke rente en maandelijkse betalingen ter dekking van de hypotheekschuld bij de Centrale Hypotheekbank (CHB). De vordering betreft een regresvordering tussen voormalig echtgenoten over een tijdens het huwelijk afgesloten hypotheek.
Gedaagde erkent de berekening van de regresvordering maar voert aan dat zij financieel niet in staat is tot betaling en dat er een afspraak was dat eiser de hypotheek zou betalen in ruil voor het niet opeisen van partneralimentatie. Het gerecht laat bewijslevering over deze afspraak na en gaat ervan uit dat deze niet is komen vast te staan.
De rechtbank oordeelt dat eiser de gedaagde tijdig op de hoogte heeft gesteld van het stopzetten van betalingen en dat gedaagde hoofdelijke aansprakelijkheid draagt voor de hypotheekschuld. Het verweer dat gedaagde niet kan betalen wordt verworpen. De regresvordering wordt toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag en toekomstige maandelijkse betalingen aan eiser, onderbouwd met bewijs van betaling aan CHB. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.