ECLI:NL:OGEABES:2017:36

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
3 juli 2017
Publicatiedatum
22 augustus 2018
Zaaknummer
EJ 54 van 2017
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G.P.M. van den Dungen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1615e BW BESArt. 7A:1615f BW BESArt. 7A:1615fa BW BESArt. 7A:1614q BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorbetaling loon na administratieve fout bij verlenging arbeidsovereenkomst

Verzoeker trad op 11 september 2015 in dienst bij Plaza Resort Bonaire B.V. met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die meerdere malen werd verlengd. De laatste verlenging liep tot 8 maart 2017. Na die datum bleef verzoeker doorwerken, waarna Plaza hem op 10 maart 2017 van het werk weggestuurd heeft.

Verzoeker stelt dat door het doorwerken na 8 maart 2017 de arbeidsovereenkomst stilzwijgend is verlengd en, omdat het de vierde overeenkomst voor bepaalde tijd betreft, deze overeenkomst volgens de wet is omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Plaza erkent een administratieve fout te hebben gemaakt bij de verlengingen, waardoor het einde van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was vastgesteld.

Het gerecht oordeelt dat de arbeidsovereenkomst door het doorwerken na 8 maart 2017 stilzwijgend is verlengd en dat deze laatste overeenkomst moet worden beschouwd als een contract voor onbepaalde tijd. Plaza is daarom gehouden het loon, inclusief emolumenten, vanaf 9 maart 2017 door te betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Tevens is vertragingsrente van 10% toegekend. Plaza wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Plaza Resort Bonaire B.V. is veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 9 maart 2017 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met 10% vertragingsrente en proceskosten.

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer : EJ 54 van 2017
Datum uitspraak : 3 juli 2017

BESCHIKKING (artikelen 7A:1615e jo. 7A:1615f jo. 7A:1615fa BW BES )

in de zaak van

[verzoeker],

wonend te Bonaire,
verzoeker,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
en

de besloten vennootschap Plaza Resort Bonaire B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Bonaire,
verweerster,
hierna: Plaza,
procederend bij na te noemen gemachtigden.

De procedure

1. Het Gerecht heeft kennis genomen van het verzoekschrift van [verzoeker], met producties,
ingekomen ter griffie op 8 mei 2017.
2. De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgehad op 28 juni 2017. Bij deze
gelegenheid zijn [verzoeker] en zijn gemachtigde verschenen en namens Plaza [HR manager], HR manager, en [Food & Beverage Director], Food & Beverage Director.
3. De beschikking is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

4. De volgende feiten staan tussen partijen vast:
- [ [verzoeker] is op 11 september 2015 in dienst getreden van Plaza in de functie van
Keukenmedewerker voor een brutoloon van $ 890,- per maand op basis van een werkweek van 40 uur. Deze arbeidsovereenkomst was aangegaan voor de periode 11 september 2015 tot en met 10 maart 2016;
- Bij brief van 6 mei 2016 is de arbeidsovereenkomst verlengd voor de duur van zes maanden.
Als einddatum van de arbeidsovereenkomst is in de brief de datum 9 september 2016 opgenomen. [verzoeker] heeft deze brief voor akkoord ondertekend;
- Bij brief van 16 november 2016, welke door [verzoeker] op 8 februari 2017 is ondertekend, is de
arbeidsovereenkomst met [verzoeker] verlengd voor de periode van zes maanden. Als einddatum van de arbeidsovereenkomst is in de brief 8 maart 2017 opgenomen;
  • [verzoeker] heeft na 8 maart 2017 de overeengekomen werkzaamheden voortgezet;
  • Op 10 maart 2017 heeft Plaza aan [verzoeker] medegedeeld dat zijn dienstbetrekking per die datum
van rechtswege is geëindigd, en is [verzoeker] van het werk weggestuurd;
- Bij brief van 15 april 2017 heeft [verzoeker] zich, via zijn gemachtigde, beschikbaar gesteld voor
werk.

Het verzoek

5. De vordering van [verzoeker], als geïnterpreteerd in het licht van zijn stellingen, is dat hij
primair doorbetaling van loon vordert, met veroordeling van Plaza in de kosten van dit geding.
6. [ [verzoeker] stelt dat nu hij na 8 maart 2017 heeft doorgewerkt zijn arbeidsovereenkomst
stilzwijgend is verlengd met een periode van zes maanden conform artikel 7A:1615f BW BES. Deze stilzwijgende verlenging van de overeenkomst betreft echter de vierde overeenkomst voor bepaalde tijd waardoor deze laatste overeenkomst van rechtswege is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van artikel 7A:1615fa BW BES.

Het verweer

7. Het verweer van Plaza komt-kort gezegd- op het volgende neer. Plaza heeft bij de verlengingen
van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] een administratieve fout gemaakt door de verlenging een dag voor het aflopen van de vorige arbeidsovereenkomst in te laten gaan. Bij de eerste verlenging ging het al mis. De laatste arbeidsovereenkomst van [verzoeker] had moeten eindigen op 10 maart 2017 en niet op 8 maart 2017 zoals in de overeenkomst is opgenomen.

De beoordeling

8. Het Gerecht oordeelt als volgt. [verzoeker] is op 11 september 2015 voor de duur van een jaar in
dienst getreden van Plaza. Plaza heeft de overeenkomst met [verzoeker] twee keer voor bepaalde tijd verlengd. De laatste verlenging was aangegaan per 9 september 2016 en zou eindigen op 8 maart 2017. Plaza heeft bij de verlengingen van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] naar eigen zeggen een (administratieve) fout gemaakt. Partijen zijn het erover eens dat [verzoeker] tot en met 10 maart 2017 heeft doorgewerkt. Ter zitting heeft Plaza erkend dat de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] hierdoor op 10 maart 2017 niet rechtsgeldig is geëindigd, en dat zij zich erop bezint de arbeidsverhouding op enige manier te doen beëindigen. Dat laatste is in deze procedure echter niet aan de orde.
9. Doordat [verzoeker] na 8 maart 2017 heeft doorgewerkt is zijn arbeidsovereenkomst op grond
van artikel 7A:1615f BW BES stilzwijgend verlengd. Deze verlenging betreft de vierde arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en Plaza, waardoor op grond van artikel 7A:1615fa BW BES deze laatste arbeidsovereenkomst dient te worden beschouwd als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Deze is niet rechtsgeldig geëindigd, zodat [verzoeker] nog in dienst is van Plaza. Plaza dient hem zijn loon, inclusief emolumenten, vanaf 9 maart 2017 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt door te betalen. De primaire vordering van [verzoeker] zal derhalve worden toegewezen. Nu de primaire vordering zal worden toegewezen hoeft het Gerecht op het subsidiaire verzoek van [verzoeker] niet meer te beslissen.
10. [ [verzoeker] heeft aanspraak gemaakt op de vertragingsrente, gebaseerd op artikel 7A:1614q BW
BES. Deze is toewijsbaar, echter tegen een in verband met de omstandigheden van het geval gematigd percentage van 10.
11. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Plaza in de kosten van dit geding worden
veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verzoeker] worden tot op heden begroot op:
- griffierecht $ 28,-
- salaris gemachtigde (1 punt ad $ 279,-) $
279,-
Totaal $ 307,-

Beslissing

Het Gerecht:
Veroordeelt Plaza tot doorbetaling van het loon, inclusief emolumenten, van [verzoeker] vanaf 9 maart 2017 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindgd, verhoogd met vertragingsrente van 10% op grond van artikel 7A:1614q BW BES vanaf de reguliere maandelijkse betaaldag tot de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt Plaza in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van [verzoeker] begroot op $ 307,-.
Verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.P.M. van den Dungen, rechter in voormeld Gerecht en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.