ECLI:NL:OGEABES:2018:33
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing bijzondere onderstand voor curatorbeloning
Verzoekster is onder curatele gesteld en vroeg bijzondere bijstand voor de beloning van haar curator. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) wees dit verzoek af op grond dat verzoekster voldoende middelen zou hebben om de curatorbeloning te betalen, berekend als 5% van de netto-opbrengst van beheerde goederen.
Verzoekster stelde dat haar inkomen onvoldoende is om deze beloning te voldoen. Het gerecht oordeelde dat zowel verzoekster als SoZaWe ten onrechte uitgingen van inkomsten zoals loon of uitkering als basis voor de curatorbeloning, terwijl de wettelijke regeling (art. 1:446 BW Pro BES) ziet op opbrengsten uit vermogen. Omdat verzoekster geen vermogen heeft dat vruchten afwerpt, is de wettelijke beloning voor de curator nihil.
Het beroep is daarom gegrond verklaard wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen van de vernietigde beschikking blijven in stand omdat bij juiste motivering dezelfde beslissing zou zijn genomen. Proceskosten worden niet toegewezen omdat verzoekster zelf ook van de onjuiste veronderstelling uitging.
De uitspraak benadrukt dat de wettelijke curatorbeloning niet gebaseerd is op inkomen, maar op opbrengsten uit vermogen, wat gevolgen heeft voor de toekenning van bijzondere bijstand in dergelijke situaties.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van de vernietigde beschikking blijven in stand.