ECLI:NL:OGEABES:2018:46

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
13 september 2018
Publicatiedatum
17 juli 2019
Zaaknummer
400.00062/18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Opiumwet 1960 BESArt. 3 lid 1 onder A Opiumwet 1960 BESArt. 11 lid 6 Opiumwet 1960 BESArt. 17a Wetboek van Strafrecht BESArt. 17b Wetboek van Strafrecht BES
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor uitvoer van cocaïne van Bonaire naar Nederland

Op 27 maart 2018 voerde de verdachte ongeveer 405 gram cocaïne uit van het eiland Bonaire naar Nederland. Tijdens de terechtzitting op 23 augustus 2018 werd vastgesteld dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij verdovende middelen vervoerde, waarmee hij voorwaardelijk opzet had op het feit.

De tenlastelegging werd bewezen verklaard conform artikel 1 lid 2 en Pro/of lid 3 van de Opiumwet 1960 BES. De verdachte werd vrijgesproken van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Er zijn geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigen.

Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de schadelijke gevolgen van cocaïne voor de maatschappij, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. De gevangenisstraf is negen maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De inbeslaggenomen cocaïne wordt niet aan het verkeer onttrokken omdat deze automatisch eigendom wordt van het openbaar lichaam Bonaire.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar wegens uitvoer van cocaïne.

Uitspraak

Parketnummer: 400.00062/18

Uitspraak: 13 september 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] op [geboorteland],
wonende in [woonplaats], [adres].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op
23 augustus 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman,
mr. A.T.C. Nicolaas, advocaat op Bonaire.
De officier van justitie, mr. A.A.E. Martis, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest.
Haar vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de onder de verdachte inbeslaggenomen verdovende middelen.
De raadsman heeft verweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij,
op of omstreeks 27 maart 2018,
op het eiland Bonaire en/of naar Nederland
tezamen en in vereniging met en ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd en/of uitgevoerd en/of doorgevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 en Pro/of 1 lid 3 van de Opiumwet 1960 BES (ongeveer) 405 gram, althans een hoeveelheid cocaïne, althans van enige bereiding van cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 van Pro de Opiumwet 1960 BES.
Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna aan dit vonnis toe te voegen aanvulling bevattende de bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande:
dat hij,
op
of omstreeks27 maart 2018,
op het eiland Bonaire en
/ofnaar Nederland
tezamen en in vereniging met en ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk heeft
ingevoerd en/ofuitgevoerd
en/of doorgevoerdin de zin van artikel 1 lid 2 en Pro/of 1 lid 3 van de Opiumwet 1960 BES
(ongeveer)405 gram
cocaïne,
althans een hoeveelheid cocaïne, althans van enige bereiding van cocaïne, zijnde
cocaïneeen middel als bedoeld in artikel 1 van Pro de Opiumwet 1960 BES.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd (
cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft door het aannemen van drie potjes met inhoud van een (gestelde) vreemde met het verzoek om deze mee te nemen naar Nederland zonder naar de herkomst en het doel ervan door te vragen en zonder (nader) onderzoek te doen naar de inhoud van de potjes, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de potjes verdovende middelen zouden bevatten. Door te handelen, zoals hij heeft gehandeld heeft de verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op de uitvoer van cocaïne. Immers is het een feit van algemene bekendheid dat vanuit Bonaire cocaïne (afkomstig uit één van de in nabijheid gelegen bronlanden) naar Nederland wordt vervoerd. Dat de verdachte er niet van te voren van op de hoogte is geweest dat hij vanuit Bonaire drugs naar Nederland zou moeten vervoeren en pas op het laatste moment de potjes heeft gekregen en zich om de een of andere reden genoodzaakt zou hebben gevoeld om die aan en mee te nemen, doet aan het voorgaande niet af. Derhalve kan de tenlastegelegde uitvoer van cocaïne wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, lid 1 onder A van de Opiumwet 1960 BES.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Meer in het bijzonder heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van cocaïne. De verspreiding van en handel in cocaïne gaat vaak gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder het plegen van strafbare feiten van uiteenlopende aard door de gebruikers, ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Het gaat hier om een stof die zeer verslavend en zeer schadelijk is voor de gezondheid, met alle gevolgen voor de gebruikers en de maatschappij van dien. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de nadelige gevolgen die drugshandel met zich meebrengt.
Gelet op de aard en ernst van het feit is oplegging van een vrijheidsontnemende straf op zich geïndiceerd. Het Gerecht neemt bij de bepaling van de straf als uitgangspunt de uitvoer van 324 gram cocaïne, zijnde 80% van het brutogewicht (405 gram cocaïne in pastavorm).
Bij de oplegging van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de straffen die voor dit soort feiten worden opgelegd. Het Gerecht heeft voorts rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit de over hem opgemaakte rapportages, alsmede het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Een deel van de vrijheidsbenemende straf zal het Gerecht dan ook voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd van drie jaren verbinden. Hiermee wordt de verdachte ingescherpt zich gedurende de proeftijd niet opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.
In beslag genomen voorwerpen
Het Gerecht zal niet overgaan tot de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen cocaïne , omdat ingevolge artikel 11, lid 6 van de Opiumwet ook dit middel van rechtswege in eigendom aan het openbaar lichaam Bonaire komt te vervallen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op het reeds aangehaalde wettelijk voorschrift, gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c en 31 van het Wetboek van Strafrecht BES en artikel 11 van Pro de Opiumwet 1960 BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
negen (9) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
vier (4) maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde voor het einde van de op
drie (3) jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos, bijgestaan door
mr. M.D.M. Connor, zittingsgriffier, en op 13 september 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.
uitspraakgriffier: