ECLI:NL:OGEABES:2019:12

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
1 maart 2019
Publicatiedatum
29 maart 2019
Zaaknummer
War BES BON201800493
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel arbeid in loondienst. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een tewerkstellingsvergunning. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.

Het Gerecht heeft de zaak behandeld en het beroep gegrond verklaard, mede naar aanleiding van een gelijktijdig gegrond verklaard beroep van de werkgever van eiseres in een andere zaak. Het Gerecht oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en daarom vernietigd moest worden.

Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na de beslissing in de andere zaak een nieuwe beslissing op de aanvraag te nemen, uiterlijk op 1 april 2019. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en wordt het griffierecht aan eiseres vergoed door de Staat der Nederlanden.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuwe beslissing.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Uitspraak

in het geding tussen:

[eiseres],

wonend op Bonaire,
eiseres,
gemachtigde: mr. M. Bijkerk, advocaat,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

verweerder,
gemachtigde: mr. P.J. de Graaf, werkzaam bij de IND Caribisch Nederland.

Procesverloop

Bij beschikking van 1 augustus 2018 (het bestreden besluit), uitgereikt op 16 augustus 2018, heeft verweerder de aanvraag van eiseres om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid in loondienst’ (de aanvraag) afgewezen.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het Gerecht heeft de zaak, gevoegd met de zaak met nummer War BES BON201800435, ter openbare zitting behandeld op 12 december 2018. Partijen hebben zich daar doen vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Na de zitting heeft het Gerecht de zaken gesplitst om daarin uitspraak te doen.

Overwegingen

1. Aan de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing van de aanvraag heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiseres niet in het bezit was van een tewerkstellingsvergunning (twv).
2. Bij uitspraak van heden in de zaak met kenmerk War BES BON201800435, heeft het Gerecht het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De conclusie moet hier dan ook zijn dat op de aanvraag opnieuw moet worden beslist.
3. De slotsom is dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en deswege vernietigd moet worden. Het beroep wordt gegrond verklaard.
4. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, bestaat er aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten opgekomen aan de zijde van eiseres in verband met het instellen van beroep, als na te melden. Verder zal het Gerecht de Staat der Nederlanden (ministerie van Veiligheid en Justitie) opdragen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht voor de behandeling van dit beroep te vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:
  • verklaarthet beroep
    gegrond;
  • vernietigthet bestreden besluit;
  • draagtverweerder
    opbinnen twee weken na de nog door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de zaak met nummer War BES BON201800435 te nemen beslissing op bezwaar, uiterlijk op 1 april 2019, een nieuwe beslissing op de aanvraag te nemen;
  • veroordeeltverweerder tot betaling aan eiseres van de bij haar in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van USD 782,- (zegge: zevenhonderd tweeëntachtig Amerikaanse dollars), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
  • gelastde Staat der Nederlanden (het ministerie van Veiligheid en Justitie) aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van USD 84,- (zegge: vierentachtig Amerikaanse dollars) te vergoeden.
Aldus vastgesteld door mr. D. Haan en uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2019 in aanwezigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de War BES.