ECLI:NL:OGEABES:2019:38

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
21 mei 2019
Publicatiedatum
15 augustus 2019
Zaaknummer
BON201800162
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 sub 7 Rv. BES
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onmogelijkheid van rechtsgeldige oproeping zonder vaste verblijfplaats op BES-eilanden

In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba geoordeeld over de oproeping van een partij zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen het Koninkrijk, specifiek op de BES-eilanden. Volgens art. 5 sub Pro 7 Rv. BES dient een oproeping onder meer te worden gepubliceerd in de Staatscourant of een officieel blad, maar plaatsing in de Staatscourant is niet mogelijk omdat deurwaarders geen toegang hebben tot het publicatiesysteem.

Tot 2019 werd gebruik gemaakt van de Curaçaose Courant voor officiële publicaties, maar deze bestaat niet meer. De BES-eilanden beschikken niet over een alternatief blad waarin officiële berichten kunnen worden geplaatst. Hierdoor is in zaken die een dergelijke aankondiging vereisen geen rechtsgeldige oproeping mogelijk, wat betekent dat verzoekschriften niet verder in behandeling kunnen worden genomen.

Het gerecht erkent dat de Rijksdienst Caribisch Nederland heeft geprobeerd een tijdelijke oplossing te vinden via publicatie op haar website, maar deze werd afgewezen vanwege stijl- en taalvereisten. Het gevolg is dat de onacceptabele situatie voortduurt. Het gerecht zal verzoekers informeren over de reden van de niet-mogelijke oproeping en houdt verdere beslissingen aan totdat een rechtsgeldige oproeping kan plaatsvinden.

Uitkomst: De procedure wordt aangehouden omdat geen rechtsgeldige oproeping mogelijk is zonder geschikte publicatie op de BES-eilanden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Burgerlijke zaken over 2019
registratienummers: BON201800162
datum uitspraak: 21 mei 2019

ROLBESCHIKKING

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te Bonaire,
verzoeker,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen

[verweerster],

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen het Koninkrijk,
verweerster.

De procedure

1. Het verzoek is ingekomen op 14 maart 2019.
2. Bij brief van 14 maart 2019 heeft het gerecht bepaald dat de mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 28 augustus 2019, dat de deurwaarder de verweerster zal oproepen, dat exploit moet worden gedaan uiterlijk op 28 maart 2019, en dat voor de publicatie wordt aangewezen de Staatscourant en het dagblad Extra.
3. Bij brief van 26 maart 2019 heeft de deurwaarder T. Silberie het gerecht bericht niet in staat te zijn tot oproeping omdat de voorgeschreven publicatie niet mogelijk is.

De beoordeling

4. De verweerster heeft geen bekende woon- of verblijfplaats in het Koninkrijk. Oproeping in deze zaak dient op grond van art. 5 sub Pro 7 Rv. BES (a) het exploit van oproeping te worden gepubliceerd in ten minste één, door de rechter te bepalen dagblad, (b) een afschrift te worden verschaft aan het OM te Bonaire en (c) een aankondiging plaats te vinden in de Staatscourant of in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst
5. In deze zaak gaat het uitsluitend om de onder c bedoelde aankondiging.
6. Plaatsing in de Staatcourant is al geruime tijd niet mogelijk doordat de lokale deurwaarders geen toegang hebben tot het publicatiesysteem van de Staatscourant. Mede daarom werd in de BES-eilanden tot 2019 uitsluitend gebruik gemaakt van de Curaçaose Courant, dat in de tijd dat de Nederlandse Antillen nog als land bestonden, het blad was waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst. Dit gebeurde hoewel de BES-eilanden sinds 2010 niet meer behoren tot het land dat de officiële berichten in de Curaçaose Courant plaatst. Vanaf dit jaar is echter ook plaatsing in de Curaçaose Courant niet meer mogelijk, aangezien die niet meer bestaat. Het land Curaçao heeft in eigen beheer vervanging hiervoor verzorgd, maar daarin kunnen niet de bekendmakingen vanuit de BES-eilanden worden gepubliceerd.
7. Het gerecht constateert dat de BES-eilanden niet beschikken over een blad als bedoeld in art. 5 sub Pro 7 Rv. BES waarin op een voor lokale deurwaarders toegankelijke wijze officiële berichten kunnen worden geplaatst.
8. Het gevolg is dat in zaken waarin op grond van art. 5 sub Pro 7 Rv. BES een aankondiging in de Staatscourant of in het blad waarin van Landswege de officiële berichten moet worden geplaatst, geen rechtsgeldige oproeping mogelijk is. In die zaken kunnen rechtzoekenden dus geen toegang tot de rechter krijgen. Dat is onacceptabel.
9. Het gerecht weet dat de Rijksdienst Caribisch Nederland (hierna: RCN) heeft gezocht naar oplossingen, en zelfs een (tijdelijke) oplossing had gevonden die voor het gerecht, gegeven de overmachtsituatie, aanvaardbaar was geweest, te weten publicaties op de RCN-website zoveel als mogelijk in het format van formele publicatie, maar die oplossing is later (begin april 2019) alsnog door RCN niet geschikt bevonden, omdat - zo begrijpt het gerecht uit ambtshalve verkregen correspondentie - die publicaties niet zouden passen binnen de Rijkshuisstijl en het 3-talen beleid en omdat ze zouden zorgen voor vervuiling en onduidelijkheid op de RCN-website.
10. Niet gebleken is dat een andere, al dan niet tijdelijke, oplossing voorhanden is. Het gevolg is dat de onder 8 beschreven onacceptabele situatie voortduurt. Het gerecht zal voortaan in zaken waarin om bovenbedoelde reden geen rechtsgeldige oproeping kan plaatsvinden, om te beginnen in deze zaak, de verzoeker informeren wat de reden daarvoor is.

De beslissing

Het gerecht:
gelast de griffier om de verzoeker mee te delen dat, en waarom, een rechtsgeldige oproeping niet mogelijk is en dat het verzoekschrift pas verder in behandeling kan worden genomen als de verweerder rechtsgeldig is opgeroepen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.F. Gerard, rechter, en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.