Eiseres, een sportschool opgericht in april 2020, vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen COVID-19 BES. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres op de peildatum 13 maart 2020 niet bekend was bij de Belastingdienst Caribisch Nederland en geen omzetverlies van minstens 30% had.
Eiseres voerde aan dat verweerder onterecht de hardheidsclausule niet toepaste en onvoldoende onderbouwing gaf voor het ontbreken van omzetverlies. Het Gerecht oordeelde dat verweerder slechts summier had vastgesteld dat geen omzetverlies was geleden en dat eiseres voldoende aannemelijk had gemaakt dat investeringen en vaste lasten reeds voor de peildatum bestonden.
De hardheidsclausule is een discretionaire bevoegdheid die terughoudend wordt getoetst. Gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat eiseres een actieve onderneming is met hoge vaste lasten en weinig financiële buffer, behoorde eiseres tot de doelgroep van de regeling. Verweerder kon niet redelijk afzien van toepassing van de hardheidsclausule.
Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en verweerder opgedragen binnen twee maanden een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van het oordeel van het Gerecht. Verweerder werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.