ECLI:NL:OGEABES:2022:12

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
25 februari 2022
Publicatiedatum
4 augustus 2022
Zaaknummer
BON202100391
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2 Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen COVID-19 BESArtikel 9 Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen COVID-19 BESHoofdstuk 5 Wet algemene regelingen bestuursrecht BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring beroep op hardheidsclausule bij afwijzing subsidie vaste lasten COVID-19 BES

Eiseres, een sportschool opgericht in april 2020, vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen COVID-19 BES. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres op de peildatum 13 maart 2020 niet bekend was bij de Belastingdienst Caribisch Nederland en geen omzetverlies van minstens 30% had.

Eiseres voerde aan dat verweerder onterecht de hardheidsclausule niet toepaste en onvoldoende onderbouwing gaf voor het ontbreken van omzetverlies. Het Gerecht oordeelde dat verweerder slechts summier had vastgesteld dat geen omzetverlies was geleden en dat eiseres voldoende aannemelijk had gemaakt dat investeringen en vaste lasten reeds voor de peildatum bestonden.

De hardheidsclausule is een discretionaire bevoegdheid die terughoudend wordt getoetst. Gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat eiseres een actieve onderneming is met hoge vaste lasten en weinig financiële buffer, behoorde eiseres tot de doelgroep van de regeling. Verweerder kon niet redelijk afzien van toepassing van de hardheidsclausule.

Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en verweerder opgedragen binnen twee maanden een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van het oordeel van het Gerecht. Verweerder werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking vernietigd met opdracht tot nieuwe beslissing en vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Uitspraak

in de zaak tussen:

de besloten vennootschap [B.V.],

gevestigd te Bonaire,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.G. van Dijk, advocaat,
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat,

verweerder,
gemachtigde: mr. E. Brakke, werkzaam bij de Rijksdienst Caribisch Nederland.

Procesverloop

Bij beschikking van 15 april 2021 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een tegemoetkoming op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen COVID-19 BES (de Regeling) afgewezen.
Bij beschikking van 8 juli 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen die beschikking ongegrond verklaard (de bestreden beschikking).
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld en dit vervolgens aangevuld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft producties ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft gezamenlijk met het beroep met nummer BON202100201 via een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw van Bonaire plaatsgevonden op 31 januari 2022. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?
1. Eiseres is op 24 april 2020 opgericht en exploiteert een sportschool. Op 10 juni 2020 heeft eiseres een vestigingsvergunning gekregen en zij is sindsdien operationeel. De directeur van eiseres heeft in februari 2020 op persoonlijke titel een huurovereenkomst ten behoeve van de bedrijfsruimte gesloten. Ook heeft de directeur in februari 2020 op persoonlijke titel fitnessapparatuur gekocht.
Op 18 maart 2021 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in haar vaste lasten op grond van de Regeling. Die aanvraag heeft geleid tot de onder “Procesverloop” vermelde beschikkingen.
De bestreden beschikking
2. Verweerder heeft aan de bestreden beschikking ten grondslag gelegd dat eiseres niet voldoet aan alle gestelde voorwaarden genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Regeling. Eiseres was namelijk op 13 maart 2020 nog niet bekend bij de Belastingdienst Caribisch Nederland (de BCN) en zij heeft ook geen omzetverlies van minstens 30%. De omstandigheid dat de directeur van eiseres op persoonlijke titel voor 13 maart 2020 investeringen heeft gedaan is geen bijzondere omstandigheid die grond biedt om de hardheidsclausule toe te passen en de peildatum als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling buiten toepassing te laten.
Wettelijk kader
3. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Regeling verstrekt de minister eenmalig een subsidie aan een getroffen onderneming BES om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de periode van juli, augustus en september van 2021. Op grond van het tweede lid wordt de subsidie enkel verstrekt aan een onderneming BES:
waarvan het omzetverlies ten minste 30% bedraagt;
die op 13 maart 2020 belasting- of aangifteplichtig was voor de opbrengstbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting of algemene bestedingsbelasting en aldus bekend was bij de BCN als actieve onderneming voor de belasting.
Op grond van het derde lid wordt het omzetverlies uitgedrukt in hele procenten en berekend op de volgende wijze: ((A-B)/A) x 100%.
Op grond van artikel 9 kan Pro de minister een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing van die bepaling of bepalingen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig is in verhouding tot de met deze regeling te dienen doelen (hardheidsclausule).
4. Uit de toelichting van de Regeling blijkt dat de subsidie is bedoeld voor ondernemingen met hoge vaste lasten in het midden- en kleinbedrijf, omdat deze groep doorgaans hard getroffen wordt door omzetverlies door de maatregelen die verband houden met COVID-19, en daarnaast hoge vaste kosten en weinig financiële buffer heeft. Het moet gaan om een getroffen onderneming, gevestigd en actief op Bonaire, Saba of Sint Eustatius, die op de peildatum 13 maart 2020 bij de BCN bekend was als een actieve onderneming. Er is voor dit criterium gekozen om te kunnen borgen dat alleen ondernemingen die daadwerkelijk actief zijn, voor de subsidie in aanmerking komen.
Het beroep
5. Eiseres heeft op de hierna te bespreken gronden beroep ingesteld.
Rechtszekerheidsbeginsel
6. Eiseres voert ten eerste aan dat verweerder in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel. In de bestreden beschikking heeft verweerder namelijk de afwijzingsgrond ten aanzien van het omzetverlies toegevoegd zonder dit met eiseres te hebben besproken. Ter zitting heeft eiseres deze beroepsgrond ingetrokken. Het Gerecht zal deze beroepsgrond daarom niet bespreken.
Omzetverlies
7. Eiseres voert verder aan dat verweerder in de bestreden beschikking zonder onderbouwing geconcludeerd heeft dat eiseres geen omzetverlies van minstens 30% heeft geleden.
7.1
Deze beroepsgrond slaagt. Verweerder heeft namelijk slechts in een zin - zonder onderbouwing - vastgesteld dat eiseres geen omzetverlies leidt.
Hardheidsclausule
8. Eiseres heeft ten slotte aangevoerd dat verweerder ten onrechte de hardheidsclausule niet heeft toegepast. Dat de directeur van eiseres voor 13 maart 2020 investeringen ten behoeve van eiseres heeft gedaan staat vast. Hiermee zijn de vaste lasten dan ook een gegeven. Door aan eiseres tegen te werpen dat zij niet voor 13 maart 2020 belastingplichtig was, neemt verweerder een beslissing die onevenredig benadelend voor eiseres is.
8.1
Toepassing van de hardheidsclausule betreft een discretionaire bevoegdheid van verweerder, die door de War-rechter terughoudend moet worden getoetst. Dit houdt in dat de War-rechter niet zijn eigen oordeel in de plaats kan stellen van dat van verweerder, maar zich moet beperken tot de vraag of verweerder in redelijkheid tot de beschikking heeft kunnen komen.
8.2
Verweerder betwist de feiten, zoals weergegeven in overweging 1, niet. Verder staat vast dat eiseres sinds haar oprichting een actieve onderneming is geweest en dat zij een onderneming in het midden- en kleinbedrijf is. Ook staat vast dat eiseres hoge vaste lasten heeft en geen, althans weinig, financiële buffer heeft. Zij moet namelijk elke maand huur betalen en haar werknemers voorzien van loon. Naar het oordeel van het Gerecht behoort eiseres tot de doelgroep op wie de Regeling ziet. Weliswaar voldoet zij niet aan het vereiste genoemd in artikel 2, tweede lid aanhef onderdeel b, van de Regeling omdat zij op 13 maart 2020 bij de BCN niet bekend was als een actieve onderneming, maar eiseres heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat haar directeur investeringen heeft gedaan vóór 13 maart 2020. Eiseres heeft beoogd haar activiteiten voor de lockdown te starten en na die lockdown is eiseres ook een actieve onderneming gebleken.
8.3
Gezien de hierboven genoemde omstandigheden kon verweerder redelijkerwijs niet afzien van toepassing van de hardheidsclausule. Deze beroepsgrond slaagt dus.
9. De slotsom is dat het beroep gegrond is. De bestreden beschikking zal vernietigd worden. Verweerder zal worden opgedragen om binnen twee maanden een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder zal in de nieuwe beslissing op bezwaar moeten motiveren waarom in het geval van eiseres wel of niet is voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a van de Regeling. En hij zal het oordeel van het Gerecht over het beroep van eiseres op de hardheidsclausule in relatie tot artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b van de Regeling in acht moeten nemen.
10. Gelet op de vernietiging van de bestreden beschikking ziet het Gerecht aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres, bestaande uit USD 782,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt USD 391,-) voor verleende rechtsbijstand. Verder zal het Gerecht bepalen dat verweerder aan eiseres het door haar voor de behandeling van dit beroep betaalde griffierecht dient te vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:
  • verklaarthet beroep
    gegrond;
  • vernietigtde beschikking van 8 juli 2021;
  • draagtverweerder
    opom binnen twee maanden een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen;
  • veroordeeltverweerder tot betaling aan eiseres van zijn proceskosten tot een bedrag van USD 782,-;
  • bepaaltdat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van USD 84,- aan haar dient te vergoeden.
Aldus vastgesteld door mr. drs. S. Lanshage, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2022 te Curaçao, in tegenwoordigheid van mr. S.N. Aswani, griffier.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen
zes wekenna de dag van bekendmaking van de uitspraak. Zie hoofdstuk 5 War BES.