ECLI:NL:OGEABES:2024:118

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
20 januari 2025
Zaaknummer
BON202400230
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205 lid 1 BW BESArt. 1:20 lid 1 BW BESArt. 1:20e lid 1 BW BES
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning minderjarige wegens afwezigheid biologisch vaderschap

Verzoeker heeft de erkenning van de minderjarige aangevochten op grond van het ontbreken van biologisch vaderschap, ondersteund door een DNA-onderzoek dat met grote zekerheid aantoont dat hij niet de biologische vader is.

Tijdens de procedure is vastgesteld dat verzoeker al sinds de geboorte twijfelde over het vaderschap en zelf een DNA-test liet uitvoeren die dit vermoeden bevestigde. Een tweede, onder toezicht afgenomen DNA-test bevestigde deze uitkomst.

De moeder voerde geen inhoudelijk verweer meer, maar vroeg om uitstel van inschrijving van de vernietiging vanwege een geplande reis van de minderjarige. Dit verzoek werd afgewezen op basis van wettelijke bepalingen omtrent de inschrijvingstermijn.

Het gerecht oordeelde dat het verzoek tot vernietiging van de erkenning toewijsbaar is, mede omdat het binnen een jaar na het verkrijgen van duidelijkheid over het vaderschap is ingediend.

Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door verzoeker wordt vernietigd wegens het ontbreken van biologisch vaderschap.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202400230
Datum uitspraak: 20 november 2024
BESCHIKKING
op verzoek van:
[verzoeker],
wonende te Bonaire,
hierna: verzoeker,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[verweerder],wonende te Bonaire,
hierna: de moeder,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
betreffende de minderjarige:
[de minderjarige],(hierna: [de minderjarige]),
geboren op [geboortedatum] 2018 te Aruba,
vertegenwoordigd door de Voogdijraad CN in zijn hoedanigheid als bijzonder curator.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Op 12 juni 2024 is een (tussen)beschikking gegeven waarin de Voogdijraad als bijzonder curator van [de minderjarige] is benoemd. Op 15 augustus 2024 is een rapport van bevindingen van de Voogdijraad ingekomen. Op 21 augustus 2024 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden waarbij partijen hebben afgesproken om via een DNA-test zekerheid te krijgen over het biologische vaderschap van verzoeker. Op 23 oktober 2024 heeft het gerecht een verweerschrift van de moeder ontvangen. Verzoeker heeft bij de rolzitting van 30 oktober 2024 een akte uitlating ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een verdere mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het gezag over [de minderjarige].
2.2.
Verzoeker heeft [de minderjarige] erkend.
2.3.
Uit het overgelegde DNA-onderzoek van DNA Diagnostics Center van
10 september 2024 blijkt dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verzoeker niet de biologische vader van de [de minderjarige] is

3.Het verzoek

Het verzoek van verzoeker strekt tot vernietiging van de erkenning van [de minderjarige].

4.De beoordeling

4.1.
Ingevolge artikel 1:205 lid 1 BW Pro BES kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij het gerecht in eerste aanleg worden ingediend door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen.
4.2.
Verzoeker heeft tijdens de eerdere mondelinge behandeling, op 21 augustus 2024, aangegeven al sinds de geboorte van [de minderjarige] te hebben getwijfeld over de vraag of hij de biologische vader is omdat hij zich niets meer van de one night stand kon herinneren waarin [de minderjarige], volgens de moeder, zou zijn verwekt. Daarnaast merkte verzoeker tijdens het opgroeien van [de minderjarige] op, dat [de minderjarige] geen trekken van hem heeft. Om die reden heeft verzoeker eerder op eigen initiatief een DNA-test afgenomen. Het resultaat van deze test van 10 mei 2024 bevestigde zijn vermoeden dat hij niet de biologische vader van [de minderjarige] is.
4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling op 21 augustus 2024 is afgesproken dat een nieuwe DNA-test afgenomen zou worden, die onder toeziend oog van BONLAB Bonaire dan wel de Voogdijraad zou worden afgenomen. Verzoeker heeft een rapport overgelegd van het DNA Diagnostics Center van 10 september 2024 met daarin de bevindingen van deze test. Nu middels dit rapport nagenoeg met zekerheid kan worden gezegd, en er ook overigens geen reden is om de resultaten van het verwantschapsonderzoek in twijfel te trekken, is hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker niet de biologische vader van [de minderjarige] is.
4.4.
De moeder heeft geen verweer (meer) gevoerd. Wel verzoekt zij om de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en de inschrijving van de vernietiging van de erkenning pas op zijn vroegst in januari 2025 te laten plaatsvinden, dit in verband met een reeds geplande vakantie van [de minderjarige] naar de Dominicaanse Republiek in december 2024. Indien als gevolg van de vernietiging een nieuw paspoort zou moeten worden aangemaakt en daarin vertraging zou ontstaan zou deze reis mogelijk geen doorgang kunnen vinden. Het gerecht wijst dat verzoek af om de volgende reden. Ingevolge artikel 1:20 lid 1 aanhef Pro en sub a BW BES zal de ambtenaar van de burgerlijke stand een rechterlijke uitspraak niet inschrijven als de dagtekening daarvan niet ten minste zes weken oud is. Ingevolge artikel 1:20 e lid 1 BW BES zal de griffier van het gerecht de uitspraak niet eerder dan zes weken na de datum daarvan aan het de ambtenaar van de burgerlijke stand zenden. Het uitreizen uit Bonaire in december 2024 zal door een uitvoerbaarheid bij voorraad van deze beschikking dan ook niet op praktische bezwaren stuiten.
4.5.
De slotsom is dat, nu voldoende aannemelijk is gemaakt dat verzoeker niet de biologische vader van [de minderjarige] is, het verzoek zal worden toegewezen. Daarbij in aanmerking genomen dat verzoeker binnen één jaar nadat hij voor zichzelf duidelijkheid had over de afstamming, het verzoek heeft ingediend.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
vernietigt de door
[verzoeker],geboren op [geboortedatumverzoeker] 1991 te Bonaire, gedane erkenning van de minderjarige
[de minderjarige],geboren op [geboortedatum] 2018 te Aruba,
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
verstaat dat de griffier van het gerecht ex artikel 1:20e BW BES een afschrift van deze beschikking niet eerder dan zes weken na de datum van de beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en op 20 november 2024 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.