Eiseres sloot een schriftelijke arbeidsovereenkomst met Boutique Bonaire voor administratieve werkzaamheden gedurende zes maanden, ingaande 1 juni 2024. Hoewel zij de werkzaamheden verrichtte, ontving zij geen salaris maar factureerde zij maandelijks aan Boutique Bonaire en een gelieerde vennootschap, Carma Investments B.V., elk de helft van het bruto salaris vermeerderd met 6% ABB. Boutique Bonaire betaalde de facturen van juli en Carma die van augustus niet.
Eiseres sommeerde Boutique Bonaire tot betaling van achterstallig loon en legde conservatoir beslag. Zij vorderde betaling van het achterstallige loon, doorbetaling tot rechtsgeldige beëindiging arbeidsovereenkomst en kosten. Boutique Bonaire stelde dat partijen na het sluiten van de arbeidsovereenkomst hadden afgesproken dat werkzaamheden in opdracht zouden worden uitgevoerd en dat zij geen betalingsverplichting had voor ongespecificeerde of niet verrichte werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst nooit is uitgevoerd en dat de facturering duidt op een opdrachtrelatie. Er was geen bewijs van herleving van de arbeidsovereenkomst. De vorderingen werden afgewezen, met veroordeling van eiseres in de proceskosten. De tegenvorderingen van Boutique Bonaire tot opheffing van het beslag werden eveneens afgewezen wegens te late indiening en inhoudelijke gronden.