Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
HBB B.V.,
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift en voorwaardelijk tegenverzoek
- twee aanvullende producties van werkgever.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De werknemer was sinds 31 augustus 2020 in dienst bij de werkgever en sinds 18 november 2022 arbeidsongeschikt door ziekte. Op 1 september 2023 werd hij op staande voet ontslagen wegens het niet tijdig informeren over zijn ziekteverloop. In een kortgedingvonnis werd dit ontslag reeds nietig verklaard en werd doorbetaling van loon bevolen.
In deze bodemprocedure bevestigde de rechter dat de dringende reden voor het ontslag niet valide was, omdat de werknemer nog in behandeling was en de werkgever onvoldoende contact had gezocht. De werknemer vroeg om bevestiging van de nietigheid van het ontslag en doorbetaling van loon; de werkgever verzocht voorwaardelijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen of een verstoorde arbeidsrelatie.
De rechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet door het ontslag was beëindigd, maar dat de relatie tussen partijen ernstig verstoord was. Daarom werd voorwaardelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 maart 2024 uitgesproken, met een vergoeding van vijf maandsalarissen (ongeveer USD 13.433) aan de werknemer. De werkgever kreeg de mogelijkheid het verzoek tot ontbinding in te trekken.
Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige communicatie bij ziekte en ontslag en biedt een billijke oplossing bij onherstelbare arbeidsrelatie.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de arbeidsovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden met een vergoeding van vijf maandsalarissen.