ECLI:NL:OGEABES:2024:56

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 januari 2024
Publicatiedatum
18 juni 2024
Zaaknummer
BON202300080
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 814 lid 1 onder b Rv BESHaags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 5 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 10 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding uitgesproken, rechter onbevoegd voor nevenvoorziening gezag minderjarige

De man en vrouw zijn in 2018 te Bonaire gehuwd en hebben een minderjarige geboren in Costa Rica. De man verzocht om echtscheiding en nevenvoorzieningen, waarbij hij het verzoek om bevel verdeling introk, zodat alleen het gezagsverzoek resteerde.

De Bonairiaanse rechter heeft rechtsmacht voor de echtscheiding op grond van artikel 814 lid 1 onder Pro b Rv BES, omdat de man de Nederlandse nationaliteit bezit en woonachtig is op Bonaire. Het huwelijk is duurzaam ontwricht, waardoor de echtscheiding wordt toegewezen.

Voor het gezag geldt het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, dat bepaalt dat de rechter van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft bevoegd is. De minderjarige woont in Costa Rica en heeft nooit op Bonaire gewoond. De Bonairiaanse rechter kan daarom het verzoek om nevenvoorziening niet beoordelen en verklaart zich onbevoegd.

De beschikking is op 24 januari 2024 uitgesproken door rechter J.R. Veerman in het openbaar, na een mondelinge behandeling waarbij de vrouw niet verscheen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken; rechter verklaart zich onbevoegd voor nevenvoorziening gezag minderjarige.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202300080
datum beslissing: 24 januari 2024
BESCHIKKING
in de zaak van:
[DE MAN],
wonende te Bonaire,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
en
[DE VROUW],
wonende te Limón, Costa Rica,
hierna: de vrouw.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift van de man met bijlagen is ingekomen op 27 februari 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 december 2023. Daarbij is de man verschenen met mr. Nicolaas. De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Verder was de moeder van de man aanwezig.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De vrouw en de man zijn op 11 januari 2018 te Bonaire in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
2.2.
Uit dit huwelijk is het volgende nu nog minderjarige kind geboren:
- [de miderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te Limón, Costa Rica (hierna ook: [de minderjarige]).

3.Het verzoek en de beoordeling

3.1.
De man verzoekt om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en om nevenvoorzieningen te treffen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man het verzoek om een bevel verdeling ingetrokken, zodat alleen de nevenvoorziening over het gezag over [de minderjarige] resteert.
Echtscheiding
3.2.
Gelet op de internationale aspecten van deze zaak is de eerste vraag die voorligt of de Bonairiaanse rechter rechtsmacht heeft.
3.4.
Voor wat betreft de internationale bevoegdheid ten aanzien van de echtscheiding gelden geen internationale verdragen. Op grond van artikel 814 lid 1 onder Pro b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES (Rv BES) komt aan de Bonairiaanse rechter rechtsmacht toe. De man heeft de Nederlandse nationaliteit en had ten tijde van het verzoekschrift reeds minimaal zes maanden woonplaats op Bonaire.
3.5.
De Bonairiaanse rechter past Bonairiaans recht toe. Als onweersproken staat vast dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding zal daarom worden toegewezen.
Gezag
3.6.
Ook voor wat betreft het gezag is gelet op de internationale aspecten de eerste vraag of de Bonairiaanse rechter rechtsmacht heeft.
3.7.
Voor wat betreft het gezag geldt wel een verdrag. Het ‘Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregel ter bescherming van kinderen van 1996’ (Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, hierna: het Verdrag) heeft medegelding voor de BES-eilanden waar Bonaire onderdeel van is. Het Verdrag geldt ook in Costa Rica.
3.8.
In het onderhavige geval gaat het om een minderjarige die is geboren in Costa Rica en nooit op Bonaire heeft gewoond.
3.9.
Op grond van artikel 5 van Pro dit Verdrag is, kort gezegd, bevoegd de rechterlijke autoriteit van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Aan de vereisten om zich toch bevoegd te verklaren inzake de nevenvoorzieningen over een kind in het geval de Bonairiaanse rechter bevoegd is inzake de echtscheiding neergelegd in artikel 10 van Pro het Verdrag is niet voldaan, alleen al omdat de Bonairiaanse rechter dit verzoek onvoldoende kan beoordelen, omdat [de minderjarige] in Costa Rica woont.
3.10.
Het gerecht zal zich onbevoegd verklaren om van het nevenverzoek over het gezag kennis te nemen.

4.De beslissing

4.1.
spreekt de echtscheiding tussen partijen uit,
4.2.
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek om een nevenvoorziening over het gezag kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.