Eiseres en gedaagde sloten een huurovereenkomst voor een appartement van 15 maart 2023 tot 15 juli 2023, waarbij eiseres een waarborgsom van US$ 600 betaalde. Na oplevering betaalde gedaagde deze waarborgsom niet terug. Eiseres stelde dat het appartement zonder schade was achtergelaten en probeerde een eindinspectie te regelen, wat gedaagde weigerde. Gedaagde voerde tegen dat zij na vertrek van eiseres schade aan drie ramen had geconstateerd en US$ 1200 aan reparatiekosten had gemaakt, reden om de waarborgsom niet terug te betalen.
Tijdens de mondelinge behandeling verscheen gedaagde niet, terwijl eiseres een video toonde waaruit bleek dat het appartement geen schade vertoonde. Het gerecht achtte het niet weersproken bewijs van eiseres voldoende en wees de vordering tot terugbetaling van de waarborgsom met wettelijke rente toe. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, die beperkt waren tot griffierecht.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.