ECLI:NL:OGEABES:2024:96
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis over verdeling onroerend goed en vergoedingsrecht afgewezen
Partijen hadden een langdurige affectieve relatie en samen een onderneming die een onroerend goed beheerde. De geopposeerde vorderde toedeling van het onroerend goed en een vergoeding van de opposant wegens inbreng en inzet.
Het gerecht stelde vast dat het onroerend goed uitsluitend eigendom is van de opposant en dat er geen gemeenschap in de zin van het BW BES bestaat. Hierdoor kon geen vergoedingsrecht uit een gemeenschap worden afgeleid.
De geopposeerde stelde aanspraak te maken op vergoeding van investeringen en werkzaamheden, maar deze vordering was onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. Er was geen bewijs dat de geopposeerde daadwerkelijk investeerde of recht had op vergoeding voor zijn werkzaamheden.
Het gerecht oordeelde dat de vordering niet op onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking of redelijkheid en billijkheid kon steunen. Het verstekvonnis werd vernietigd en de vordering afgewezen, met veroordeling van de geopposeerde in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de geopposeerde wordt afgewezen en het verstekvonnis vernietigd.