Partijen, die gezamenlijk het gezag over hun drie kinderen uitoefenen, zijn in geschil over de inschrijving van hun minderjarige zoon bij de Burgerlijke Stand. De zoon woont sinds drie jaar bij de vader in Aruba, terwijl de moeder op Bonaire woont met de dochters. De vader verzoekt vervangende toestemming om de zoon uit te schrijven bij de Burgerlijke Stand te Bonaire en in te schrijven in Aruba, omdat de moeder niet meewerkt.
Het gerecht oordeelt dat op grond van artikel 1:253a lid 1 BW BES geschillen over gezamenlijk gezag aan de rechter kunnen worden voorgelegd. De inschrijving moet de werkelijke woonplaats van het kind volgen. De zoon woont in Aruba, gaat daar naar school en heeft daar sociale contacten, wat de werkelijke woonplaats bevestigt.
De moeder maakt bezwaar uit zorgen over het welzijn van de zoon bij inschrijving op het adres van de nieuwe partner van de vader, maar dit bezwaar raakt niet aan de administratieve verplichting tot inschrijving op de woonplaats. Het gerecht verleent daarom de vervangende toestemming aan de vader en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.