Eiser heeft ongeveer drie jaar geleden een geldbedrag aan gedaagde geleend. Er bestaat onenigheid over de hoogte van de lening; eiser stelt 4.000 USD te hebben geleend, terwijl gedaagde slechts 2.000 USD erkent te hebben ontvangen. Op 3 februari 2023 is een betalingsregeling opgesteld waarin gedaagde 6.000 USD moet terugbetalen, inclusief rente.
Gedaagde leverde zijn auto in bij eiser, waarna de politie werd ingeschakeld vanwege mogelijke verduistering. De betalingsregeling werd ondertekend in aanwezigheid van politieagenten. Gedaagde stelde dat hij onder dwang tekende en beriep zich op misbruik van omstandigheden, maar dit werd verworpen omdat de politie al betrokken was en het aannemelijk is dat gedaagde zijn auto ook zonder ondertekening zou hebben teruggekregen.
Het gerecht oordeelde dat eiser een lening van 4.000 USD heeft verstrekt en dat gedaagde slechts 300 USD heeft terugbetaald. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van 3.700 USD plus 20% rente vanaf 1 maart 2023. De vordering tot incassokosten wordt afgewezen omdat slechts een enkele aanmaningsbrief is overgelegd en de gevorderde rente in de aanmaning strijdig is met de openbare orde. Gedaagde moet de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.