ECLI:NL:OGEABES:2025:114

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
BON202500492
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie door de Voogdijraad met betrekking tot minderjarigen

In deze zaak heeft de Voogdijraad Caribisch Nederland een verzoek ingediend tot vaststelling van kinderalimentatie voor twee minderjarigen, geboren in 2021. De vader heeft onvoldoende meegewerkt aan het aanleveren van zijn financiële gegevens, waardoor de Voogdijraad genoodzaakt was om de kinderalimentatie te baseren op geschatte gegevens. De mondelinge behandeling vond plaats op 5 november 2025, waarbij zowel de moeder als de vader aanwezig waren. De vader heeft verklaard dat hij bereid is bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kinderen, maar heeft geen financiële gegevens verstrekt. De rechter heeft bepaald dat de kinderalimentatie wordt vastgesteld op USD 179,00 per maand, te betalen vóór de eerste van de maand. De beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens en is uitvoerbaar bij voorraad. De ingangsdatum van de alimentatie is vastgesteld op 1 december 2025.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON2025492
datum beslissing: 26 november 2025
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2021,
hierna: [minderjarige 1],
en
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2021,
hierna: [minderjarige 2],
als belanghebbenden wordt aangemerkt:
[belanghebbende],
wonend op Bonaire,
hierna: de moeder,
en als gerekwestreerde wordt aangemerkt:
[gerekwesteerde],
wonend op Bonaire,
hierna: de vader.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 23 september 2025 op de griffie van dit gerecht ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 november 2025. De moeder en de vader zijn verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker Voogdijraad] verschenen.
1.3.
Op de mondelinge behandeling is de vader opgedragen financiële bescheiden aan de Voogdijraad te verstrekken om inzicht te geven in zijn draagkracht. Op 11 november 2025 ontving het gerecht een e-mailbericht van de Voogdijraad waarin staat dat zij om aanvullende informatie van de vader heeft verzocht, maar dat de vader heeft aangegeven dat hij voor onbepaalde tijd naar Colombia is vertrokken en hij de aanvullende gegevens niet kan verstrekken. Daarom heeft de rechter bepaald dat vandaag schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.

2.De beoordeling

2.1.
Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 BW BES bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
2.2.
Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.
2.3.
Het oorspronkelijke verzoek van de Voogdijraad strekt ertoe tot het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten en de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van in totaal USD 78,00 per maand. Daar heeft de Voogdijraad een berekening op basis van fictieve gegevens van de vader aan ten grondslag gelegd. Die berekening is enkel gebaseerd op de financiële gegevens van de moeder, omdat de vader geen gegevens aan de Voogdijraad heeft verstrekt. Bij gebrek aan de financiële gegevens van de vader is de Voogdijraad uitgegaan van een fictief inkomen van de vader en heeft daarbij het in Bonaire geldende minimum inkomen gehanteerd voor de vaststelling van de draagkracht aan de zijde van de vader.
2.4.
Uit de berekening van de Voogdijraad volgt dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gezamenlijk USD 642,00 bedraagt. De moeder ontvangt een bedrag van USD 462,00 aan kinderbijslag. De behoefte van beide kinderen bedraagt daarom USD 179,00 per maand.
2.5.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader verklaard dat hij bij verschillende werkgevers werkzaamheden verricht, waaronder bij Cargill en als monteur van zware machines. Omdat de vader geen financiële gegevens heeft verstrekt aan de Voogdijraad, is met dat inkomen geen rekening gehouden bij de oorspronkelijke draagkrachtberekening van de Voogdijraad. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader bovendien verklaard dat hij graag wil bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kinderen en dat hij de door de Voogdijraad berekende behoefte van beide kinderen van USD 179,00 per maand zou kunnen betalen.
2.6.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter overwogen dat het bedrag dat de vader moet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen in ieder geval USD 179,00 zal bedragen. De rechter heeft bepaald dat de zaak zal worden aangehouden, zodat de vader zijn financiële gegevens aan de Voogdijraad kan verstrekken en de Voogdijraad op basis daarvan een herberekening kan maken van de draagkracht van de vader, zodat gecontroleerd kan worden of de door vader aangeboden bijdrage in overeenstemming is met zijn draagkracht of dat die bijdrage hoger dient te worden vastgesteld..
2.7.
Op 11 november 2025 en 14 november 2025 ontving het gerecht
e-mailberichten van de Voogdijraad. Bij het controleren van de door de vader aangeleverde financiële gegevens constateerde de Voogdijraad dat hij nog een andere bankrekening heeft waarvan geen gegevens zijn verstrekt. Bovendien staat in de e-mailberichten dat de vader voor onbepaalde tijd naar Colombia is vertrokken en dat hij de gegevens van de voor de Voogdijraad niet inzichtelijke bankrekening daarom niet kan verstrekken.
2.8.
Omdat de vader ondanks zijn belofte daartoe onvoldoende heeft meegewerkt aan het verstrekken van zijn volledige financiële gegevens, zal de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen worden berekend op basis van de geschatte behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van in totaal USD 179,00 per maand. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 december 2025.
2.9.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand vooraf betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in die maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
bepaalt de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2], beiden geboren op [geboortedatum] 2021, met ingang van 1 december 2025 op USD 179,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.