ECLI:NL:OGEABES:2025:130

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
BON202500359
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv BESArt. 1:151 BW BESArt. 1:251 lid 2 BW BESArt. 1:392 BW BESArt. 1:394 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met gezamenlijk gezag en voorlopige omgangsregeling voor minderjarige kinderen

De man en vrouw, gehuwd in gemeenschap van goederen sinds 2012, verzoeken de echtscheiding uit te spreken wegens duurzaam ontwricht huwelijk. Uit het huwelijk zijn drie minderjarige kinderen geboren. De man verzocht tevens de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem vast te stellen en een omgangsregeling te treffen. De vrouw trok haar verzet tegen de echtscheiding in en verzocht om een omgangsregeling met week-op-week-af wisseling en de hoofdverblijfplaats bij haar.

Tijdens de mondelinge behandeling stemde de vrouw in met de echtscheiding en het gezamenlijk gezag over de kinderen. Omdat de vrouw momenteel geen geschikte woning heeft, verblijven de kinderen voorlopig bij de man, en is een voorlopige omgangsregeling vastgesteld. De hoofdverblijfplaats wordt aangehouden tot de vrouw een woning heeft gevonden.

De Voogdijraad is betrokken voor onderzoek naar de kinderalimentatie, waarbij de man voorlopig een voorschot van USD 450 per maand aan de vrouw moet betalen. Beslissingen over kinderalimentatie en partneralimentatie zijn aangehouden tot nadere berekeningen en adviezen. De vrouw is toegestaan kosteloos te procederen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor overlegging van alimentatieberekeningen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met gezamenlijk gezag en voorlopige omgangsregeling, alimentatiebeslissingen aangehouden voor nader onderzoek.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummer : BON202500359
datum beslissing : 10 december 2025
in de zaak van:
[de man],wonende te Bonaire,
verzoeker, verweerder in het tegenverzoek, hierna:
de man,
gemachtigde: mr. E.J Winkel,
tegen
[de vrouw],wonende te Bonaire,
verweerster, verzoekster in het tegenverzoek, hierna:
de vrouw,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1.1. De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de man van 15 juli 2025
  • het verweerschrift tevens voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek met bijlagen van de vrouw
  • bijlagen 13 t/m 16 van de vrouw
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 december 2025, waar de man en de vrouw, beiden bijgestaan door hun gemachtigden zijn verschenen. Verder was T. Hammer namens de Voogdijraad aanwezig.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De vrouw en de man zijn op 1 februari 2012 in Curaçao in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
2.2.
Uit dit huwelijk zijn de volgende op dit moment nog minderjarige kinderen geboren:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 in Alkmaar (Nederland)
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Alkmaar (Nederland)
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2018 in Alkmaar (Nederland)
2.3.
De man heeft de echtelijke woning verlaten in maart 2023.

3.Het verzoek en het tegenverzoek

3.1.
De man verzoekt het gerecht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
de echtscheiding, althans de scheiding van tafel en bed tussen partijen uit te spreken vanwege het duurzaam ontwricht zijn van het huwelijk;
bepaalt dat partijen gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over de drie minderjarige kinderen;
de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de man vaststelt;
een omgangsregeling vaststelt zoals voorgesteld in het verzoekschrift;
bepaalt dat partijen hun alsdan opgehouden te bestaan hebbende huwelijksgoederengemeenschap dienen te scheiden en te delen, met aanwijzing van een notaris tegenover wie zulks zal moeten geschieden indien partijen binnen 30 dagen van inschrijving van deze beschikking geen overeenstemming over een notaris hebben kunnen bereiken;
de proceskosten compenseert.
3.2.
Op de zitting heeft de vrouw laten weten zich niet langer te verzetten tegen de gevraagde echtscheiding en heeft zij ingetrokken haar verzoek om de man te gelasten om alle stukken van zijn pensioenregeling over te leggen. In het verzoek van de man concludeert de vrouw:
haar toe te staan kosteloos te procederen;
een omgangsregeling vast te stellen met een week-op-week-af regeling met de wisseling op vrijdag uit school;
te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw is;
te bepalen dat partijen overgaan tot verdeling van de ontbonden huwelijks gemeenschap;
notaris mr. R. Rispens als notaris aan te wijzen voor wie de scheiding en deling van de tussen partijen bestaande huwelijksgemeenschap zal moeten plaatsvinden;
deurwaarder M.A.A. Manuel-Bernabela aan te wijzen als de onzijdige persoon conform artikel 1:181 BW Pro BES voor het geval een der partijen aan de scheiding en deling geen medewerking wil verlenen;
3.3.
In het tegenverzoek verzoekt de vrouw het gerecht:
te bepalen dat de Voogdijraad onderzoek doet met betrekking tot de kinderalimentatie voor de minderjarige kinderen en de man voorlopig ter voorziening in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen bij vooruitbetaling op de eerste dag van iedere maand USD 450, - aan de vrouw voldoet, althans een ander bedrag nader door het gerecht te bepalen;
te bepalen dat de man ter voorziening in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw per maand, ingaande met de aanvang van de eerste maand die verschijnt nadat in deze procedure de verzochte beschikking zal zijn gegeven, bij vooruitbetaling een bedrag van USD 1.800, - voldoet althans een ander bedrag nader door het gerecht vast te stellen;
de proceskosten compenseert.

4.De beoordeling

Echtscheiding
4.1.
Op de mondelinge behandeling heeft de vrouw laten weten dat zij zich niet langer verzet tegen de gevorderde echtscheiding. De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW Pro BES) worden toegewezen. Verder zal bevolen worden om over te gaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen waarin partijen zijn gehuwd.
Gezamenlijk gezag
4.2.
Op de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar verzoek tot eenhoofdig gezag ingetrokken. Zij is niet langer voornemens om naar Nederland te verhuizen. Partijen zijn het erover eens dat zij gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over de minderjarige kinderen.
4.3.
Op grond van artikel 1:251 lid 2 BW Pro BES kunnen ouders na ontbinding van het huwelijk op eensluidend verzoek gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het gezag. Het eensluidend verzoek van partijen zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
Hoofdverblijf
4.4.
Op dit moment beschikt de vrouw niet over een woning waarin zij de minderjarige kinderen kan laten wonen. Het gerecht zal iedere beslissing over het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen aanhouden tot de vrouw een dergelijk woning heeft gevonden. Tot aan die tijd zal de man de kinderbijslag die nu aan hem wordt uitbetaald aan de vrouw doen toekomen.
Omgangsregeling
4.5.
Omdat de vrouw op dit moment niet over een woning beschikt waarin zij de minderjarige kinderen kan opvangen, verblijven de minderjarige kinderen bij de man. Rekening houdend met de situatie waarin de vrouw zich bevindt, hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling afspraken weten te maken over een voorlopige omgangsregeling. Het gerecht zal een voorlopige omgangsregeling vaststellen conform de afspraken van partijen op de zitting, waarbij geldt dat partijen in onderling overleg andere afspraken kunnen maken. Waar in de tijdelijke omgangsregeling alleen over de dochters wordt gesproken geldt dat de zoon van partijen zelfstandig op de fiets van en naar de middelbare school gaat.
4.6.
Het gerecht gaat ervan uit, dat het partijen tegen de tijd dat de vrouw over ook voor de minderjarige kinderen geschikte woonruimte beschikt, in goed onderling overleg afspraken kunnen maken over het door hen beiden gewenste co-ouderschap.
Kinderalimentatie
4.7.
Op grond van de wet zijn ouders verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind (artikel 1:392 en Pro 1:394 BW BES).
4.8.
Het gerecht zal de beslissing over de kinderalimentatie aanhouden. Het gerecht acht het noodzakelijk dat de Voogdijraad aan de hand van de actuele inkomensgegevens van de man en de vrouw een berekening maakt van de behoefte van de minderjarige kinderen en de draagkracht van partijen en dat de Voogdijraad op basis daarvan het gerecht zal adviseren over de hoogte van de vast te stellen kinderalimentatie. Het gerecht vraagt de Voogdijraad om twee berekeningen op te stellen; één waarbij wordt uitgegaan van de tijdelijke omgangsregeling zoals hieronder wordt bepaald en één waarbij wordt uitgegaan van co-ouderschap. Het gerecht zal de zaak verwijzen naar de (rol)zitting van 17 december 2025 voor overlegging van de alimentatieberekeningen door de Voogdijraad. Op de zitting hebben partijen toegezegd de Voogdijraad zo snel mogelijk de daarvoor benodigde gegevens te verstrekken. Op de zitting heeft de man verklaart dat hij als zzp’er werkzaamheden verricht als fysiotherapeut, maar dat zijn inkomen is gedaald omdat een belangrijke klant is weggevallen. De man zal de Voogdijraad verstrekken de jaarstukken van zijn onderneming van dit jaar, en ook zal hij inzicht geven in de gevolgen van het wegvallen van de klant en de daardoor vrijgekomen ruimte voor nieuwe klanten. De vrouw zal aan de Voogdijraad haar nieuwe arbeidsovereenkomst doen toekomen.
Partneralimentatie
4.9.
In afwachting van het advies van de Voogdijraad over de kinderalimentatie houdt het gerecht iedere beslissing over de partneralimentatie aan.
Kosteloos procederen
4.10.
De vrouw zal worden toegestaan kosteloos te procederen gelet op het door haar overgelegde document
Formulier recht gevende op kosteloze rechtskundige bijstand.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
staat de vrouw toe kosteloos te procederen;
5.2.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, op 1 februari 2012 in Curaçao met elkaar gehuwd;
5.3.
veroordeelt partijen om, na de inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand, over te gaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen waarin zij zijn gehuwd;
5.4.
bepaalt dat partijen gezamenlijk belast zullen blijven over:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 in Alkmaar (Nederland)
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Alkmaar (Nederland)
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2018 in Alkmaar (Nederland)
5.5.
verstaat dat de griffier de gezagsbeslissing onder 5.4. aantekent in het gezagsregister;
5.6.
stelt de volgende omgangsregeling vast tussen de ouders en hun minderjarige kinderen:
  • de kinderen zijn door de week bij de man;
  • op de zondag haalt de vrouw de kinderen bij de man op rond 12.00 uur en brengt de kinderen rond 17.00 uur weer bij de man;
  • op maandag, dinsdag en woensdag haalt de vrouw na haar werk de dochters op van de opvang en brengt ze bij de man;
  • op maandagavond gaat de vrouw met de kinderen ergens (avond)eten en brengt zij de dochters (en indien nodig ook de zoon) rond 19.30 uur bij de man;
5.7.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding;
5.8.
verzoekt de Voogdijraad om onderzoek te doen naar de kinderalimentatie;
5.9.
verwijst de zaak naar de (EJ-)rol van 17 december 2025 om 09.30 uur voor het indienen van een berekening over de kinderalimentatie door de Voogdijraad;
5.10.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en is op 10 december 2025 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.