Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
1.Het verloop van de rechtszaak
- verzoekers, bijgestaan door de gemachtigde;
2.De feiten
[verzoeker] is geboren op [datum] 1956 op Sint Eustatius.
Hun moeder is [Y], geboren [datum] 1924. Zij was gehuwd met [X].
3.Het verzoek en de verdere beoordeling ervan
Verzoekers hebben naar het oordeel van het Gerecht voldoende aangetoond dat [X] hun biologische vader is.
Het vaderschap van een man kan, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat de man als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de rechter in eerste aanleg worden vastgesteld op verzoek van:
2.2. Vaststelling van het vaderschap kan niet geschieden, indien:
3. Overlijdt het kind voordat vaststelling van het vaderschap heeft kunnen plaatsvinden, dan kan een afstammeling van het kind in de eerste graad de vaststelling van het vaderschap aan het gerecht in eerste aanleg verzoeken, mits de man bedoeld in het eerste lid, nog in leven is. Het verzoek wordt gedaan binnen een jaar na de dag van overlijden van het kind of binnen een jaar nadat het overlijden ter kennis van de verzoeker is gekomen.
Het standpunt van [informant 2] en zijn broer en zus is mogelijk van belang. Voor de kinderen van [X] bestaat na deze beslissing geen juridische verplichting om verzoekers op enige wijze te laten meedelen in de nalatenschap, maar het zou goed kunnen zijn dat zij daartoe op grond van hun geweten wel een morele verplichting voelen.
4.De beslissing
[verzoeker], geboren [datum] 1956 op Sint Eustatius,
wonende op Sint Eustatius en
wonende op Sint Eustatius,
[X], geboren op [datum] 1929 op Saba en overleden op [datum] 1997 op Sint Eustatius;