ECLI:NL:OGEABES:2025:138

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
BON202500413
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding tussen partijen gehuwd op Curaçao

In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 10 december 2025 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, die op 13 september 2002 in gemeenschap van goederen met elkaar zijn getrouwd op Curaçao. De vrouw, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. M.A. van Lieshout, heeft op 13 augustus 2025 een verzoekschrift ingediend tot echtscheiding. De man heeft op 21 augustus 2025 aangegeven akkoord te gaan met de echtscheiding, maar was om medische redenen niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. De vrouw heeft aangegeven dat zij geen mondelinge behandeling wenst, waardoor deze is komen te vervallen. Op 2 december 2025 heeft de man via e-mail bevestigd dat hij berust in de echtscheiding en niet in hoger beroep zal gaan.

Het Gerecht heeft vastgesteld dat er geen minderjarige kinderen zijn en dat er geen financiële verplichtingen of goederen zijn die verdeeld moeten worden. De vrouw heeft verzocht om de echtscheiding uit te spreken en de man te veroordelen tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap. Het Gerecht heeft het verzoek tot echtscheiding toegewezen, maar het verzoek om de man te veroordelen tot deling van de huwelijksgoederengemeenschap afgewezen, omdat beide partijen hebben verklaard dat er geen goederen zijn die verdeeld moeten worden. De proceskosten zijn gecompenseerd en de vrouw is toegestaan kosteloos te procederen. De beschikking is openbaar uitgesproken door rechter mr. J.M.J. Keltjens.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500413
datum beslissing: 10 december 2025
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoekster],
wonend te Bonaire,
verzoekster,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.A. van Lieshout,
en
[verweerder],
wonend te Bonaire,
verweerder,
hierna: de man,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 13 augustus 2025 op de griffie van het gerecht ingediend.
1.2.
Op 21 augustus 2025 is een brief van de man bij de griffie van het gerecht ingekomen, waarin staat dat hij akkoord is met het verzoek tot echtscheiding en vanwege medische redenen niet op de geplande mondelinge behandeling aanwezig zal zijn.
1.3.
Op 18 november 2025 heeft de griffie een e-mailbericht aan de gemachtigde van de vrouw gestuurd en gevraagd of de vrouw prijs stelt op een mondelinge behandeling. De gemachtigde van de vrouw heeft op het e-mailbericht gereageerd en aangegeven dat een mondelinge behandeling wat haar cliënte betreft achterwege kan blijven. De geplande mondelinge behandeling is daarom achterwege gebleven.
1.4.
Via de gemachtigde van de vrouw is op 2 december 2025 een e-mailbericht van de man in het geding gebracht waarin staat dat hij berust in de echtscheiding en niet in hoger beroep zal gaan tegen het uitspreken van de echtscheiding.
1.5.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.De feiten

2.1.
Op 13 september 2002 zijn de vrouw en de man op Curaçao in gemeenschap van goederen met elkaar getrouwd.
2.2.
Binnen het huwelijk zijn geen thans nog minderjarige kinderen geboren.

3.Het verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt het gerecht om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, de man te veroordelen om tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap over te gaan en haar toe te staan kosteloos te procederen.

4.De beoordeling

4.1.
De vrouw stelt dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht. Het gerecht zal het echtscheidingsverzoek als niet weersproken en op de wet (artikel 1:151 BW BES) gegrond toewijzen.
4.2.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand.
4.3.
Beide partijen hebben verklaard dat zij berusten in de echtscheiding. Daarmee hebben partijen afstand gedaan van de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen het uitspreken van de echtscheiding. De griffier zal worden verzocht een daartoe strekkende griffiersverklaring te verstrekken.
4.4.
In de brief van 21 augustus 2025 heeft de man verklaard dat geen sprake is van financiële verplichtingen, goederen of bezittingen van partijen die verdeeld moeten worden. De vrouw heeft ook niet gesteld dat daarvan sprake is. Het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen over te gaan tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap zal daarom worden afgewezen.
4.5.
Omdat dit een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal het gerecht de proceskosten compenseren.
4.6.
De vrouw zal worden toegestaan kosteloos te procederen gelet op het door haar overgelegde ‘Formulier recht gevende op kosteloze rechtsbijstand’.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 13 september 2002 te Curaçao;
5.2.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat partijen berusten in de in deze beschikking onder rechtsoverweging 5.1. uitgesproken echtscheiding;
5.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
staat de vrouw toe kosteloos te procederen;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.