De vader verzocht het gerecht om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met zijn minderjarige kinderen naar Colombia van 20 december 2025 tot en met 9 januari 2026. De moeder, die het eenhoofdig gezag over de kinderen heeft, verleende geen toestemming. Het verzoek werd ingediend op 9 december 2025 en mondeling behandeld op 12 december 2025.
Het gerecht oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig was vanwege de geplande reisdatum. Echter, op grond van artikel 1:253a BW BES is vervangende toestemming alleen mogelijk bij gezamenlijk gezag. Aangezien de moeder eenhoofdig gezag heeft, kon het verzoek niet worden toegewezen. Daarnaast bleek niet dat de reis in het belang van de jonge kinderen was; de vader gaf aan Colombia te willen bezoeken om het land te leren kennen, zonder familiebanden of andere relevante belangen voor de kinderen.
De vader stelde dat de moeder tijdens een gesprek met de Voogdijraad akkoord zou zijn gegaan, maar dit werd tijdens de zitting ontkend. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek werd derhalve afgewezen.