Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.500,00 +
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De Bank verstrekte in 2017 een persoonlijke lening aan eiseres en had daarnaast een lopende rekening. Na achterstallige betalingen sprak de Bank eiseres in 2022 aan, wat leidde tot een vonnis in juni 2023 waarin eiseres werd veroordeeld tot betaling van schulden met rente en boeterente, waarbij een executieopbrengst van een auto in mindering moest worden gebracht.
De Bank legde in maart 2022 loonbeslag op dat executoriaal werd. Eiseres vorderde in kort geding opheffing van dit loonbeslag en restitutie van een te veel ingehouden bedrag, omdat de Bank niet correct had herberekend volgens het vonnis van 2023.
Het Gerecht oordeelde dat de Bank bij de berekening niet had voldaan aan de opdracht uit het vonnis, met name door de executieopbrengst niet correct in mindering te brengen en de rente verkeerd te berekenen. Eiseres had haar schuld volgens eigen berekening al afgelost. Het loonbeslag werd opgeheven en de Bank werd veroordeeld tot betaling van USD 5.000,- aan eiseres en de proceskosten. Een dwangsom werd afgewezen.
Uitkomst: Het loonbeslag wordt opgeheven en de Bank wordt veroordeeld tot betaling van USD 5.000,- en proceskosten.