In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 1 oktober 2025 uitspraak gedaan in een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding van twee verzoekers, een man en een vrouw, die op 8 juni 2018 te Texel zijn gehuwd. Het verzoekschrift is op 3 september 2025 ingediend, en de rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling niet nodig was. De man en de vrouw hebben op 25 augustus 2025 een echtscheidingsconvenant en een ouderschapsplan opgesteld. De rechter heeft vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en heeft het verzoek tot echtscheiding toegewezen op basis van artikel 1:151 BW BES. Tevens is besloten dat beide verzoekers gezamenlijk belast blijven met het gezag over hun minderjarige kind, dat op [geboortedatum] 2020 te Amsterdam is geboren. De beschikking bevat ook bepalingen over de aanhechting van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan, en de griffier zal een verklaring opmaken dat verzoekers berusten in de uitspraak. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.