In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 1 oktober 2025 uitspraak gedaan in een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding van twee verzoekers, een man en een vrouw, die op 15 juni 2019 te Bonaire in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. Het verzoekschrift is op 8 september 2025 ingediend, en de rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling niet nodig was. De man en de vrouw hebben een echtscheidingsconvenant gesloten, waarin zij overeenkomen dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. De rechter heeft het verzoek tot echtscheiding toegewezen op basis van artikel 1:151 BW BES.
Daarnaast is er in de beschikking aandacht besteed aan het gezag over de minderjarige kinderen van de verzoekers. De man en de vrouw hebben gezamenlijk verzocht om belast te blijven met het gezag over hun kinderen, wat door de rechter is toegewezen. Het echtscheidingsconvenant is aan de beschikking gehecht en maakt daar deel van uit. De rechter heeft ook bepaald dat de griffier een verklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de uitgesproken echtscheiding. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.