Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
[verzoeker 1],
[verzoeker 2],
[verzoeker 3],
[gedaagde],
.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoekers, erfgenamen van de overleden schuldeiser, vorderen waardeloosverklaring van een hypothecaire inschrijving op een perceel te Rincon, Bonaire. De lening waarvoor de hypotheek was gevestigd, is waarschijnlijk afgelost, maar de inschrijving is niet doorgehaald. De koper van het perceel stelt verzoekers in gebreke omdat het perceel vrij van hypotheken geleverd moet worden.
Het gerecht stelt vast dat verzoekers voldoende spoedeisend belang hebben vanwege de dreiging van een contractuele boete. Op grond van artikel 3:29 BW Pro BES kan de rechter de inschrijving waardeloos verklaren indien de schuldeiser niet de vereiste verklaring aflegt. Omdat de schuldeiser is overleden, kunnen verzoekers niet ontvankelijk worden verklaard voor zover zij zich tegen hem richten, maar zij zijn wel onmiddellijk belanghebbenden.
De erfgenamen van de schuldeiser zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt. Het vonnis machtigt de bewaarder tot doorhaling van de inschrijving en wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Verzoekers dragen hun eigen kosten en zien af van hoger beroep, waardoor het vonnis in kracht van gewijsde gaat.
Uitkomst: De hypothecaire inschrijving wordt waardeloos verklaard en de bewaarder wordt gemachtigd tot doorhaling.