ECLI:NL:OGEABES:2025:46

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
BON202500331
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding, gezag, hoofdverblijfplaats, omgang en kinderalimentatie tussen partijen

In deze zaak, die op 22 oktober 2025 is behandeld door het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, gaat het om een echtscheiding tussen een vrouw en een man die op 12 mei 2018 in beperkte gemeenschap van goederen met elkaar zijn gehuwd. De vrouw heeft op 30 juni 2025 een verzoekschrift ingediend, waarin zij onder andere verzoekt om de echtscheiding uit te spreken, het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen voort te zetten, en de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen. De man heeft op 18 september 2025 een verweerschrift ingediend met een zelfstandig tegenverzoek, waarin hij onder andere verzoekt om de echtscheiding af te wijzen en de scheiding van tafel en bed uit te spreken.

Tijdens de mondelinge behandeling op 1 oktober 2025 hebben beide partijen verklaard dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht en dat zij het eens zijn over de echtscheiding. Het gerecht heeft de echtscheiding toegewezen en bepaald dat het gezamenlijk gezag over de kinderen wordt voortgezet, met de hoofdverblijfplaats bij de vrouw. Daarnaast is er een voorlopige omgangsregeling vastgesteld en is de Voogdijraad verzocht om onderzoek te doen naar de kinderalimentatie. De beslissing over de kinderalimentatie is aangehouden, zodat de Voogdijraad een berekening kan maken van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders. De zaak is verwezen naar een rolzitting op 26 november 2025 voor overlegging van de alimentatieberekening.

De beschikking is gegeven door rechter J.M.J. Keltjens en is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025. De echtscheiding zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat deze pas tot stand komt door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500331
datum beslissing: 22 oktober 2025
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te Bonaire,
verzoekster, hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[verweerder],
wonende te Bonaire,
verweerder, hierna: de man,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend:
de Voogdijraad Caribisch Nederland(hierna: de Voogdijraad).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift van de vrouw van 30 juni 2025 met producties;
  • het verweerschrift met een zelfstandig tegenverzoek van de man van 18 september 2025;
  • de mondelinge behandeling van 1 oktober 2025 waar zijn verschenen:
o de vrouw, bijgestaan door mr. Van Lieshout;
o de man, bijgestaan door mr. Winkel;
o namens de Voogdijraad mevr. [medewerker Voogdijraad].
1.2.
De (tussen)beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De man en de vrouw zijn op 12 mei 2018 in de gemeente Waadhoeke (Nederland) in beperkte gemeenschap van goederen (naar Nederlands recht) met elkaar gehuwd.
2.2.
Partijen hebben samen de volgende op dit moment nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te Leeuwarden (Nederland);
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2017 te het Bildt (Nederland);
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te Leeuwarden (Nederland).
2.3.
De man heeft de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend. Ten tijde van de geboorte van [minderjarige 3] waren partijen gehuwd.

3.Het verzoek en het tegenverzoek

3.1.
De vrouw verzoekt het gerecht om bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, althans de scheiding van tafel en bed;
  • te bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen van partijen wordt voortgezet;
  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw zal zijn op het adres [adres verzoekster];
  • een omgangsregeling vast te stellen zoals door de vrouw voorgesteld;
  • de man te veroordelen tot betaling aan de vrouw van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van USD 250,00 per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen uiterlijk op de eerste dag van de maand;
  • de Voogdijraad te verzoeken onderzoek te verrichten naar een passende kinderalimentatie gegeven de omstandigheden van het geval;
  • de man te veroordelen over te gaan tot scheiding en deling van de tussen partijen bestaande (beperkte) gemeenschap van goederen.
3.2.
In zijn tegenverzoek verzoekt de man het gerecht:
  • om het verzoek tot echtscheiding af te wijzen en de scheiding van tafel en bed tussen partijen uit te spreken (ex artikel 1:150 lid 2 BW BES);
  • te bepalen dat na de scheiding van tafel en bed het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen wordt voortgezet;
  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw zal zijn;
  • te bepalen dat de huidige 50/50 zorgregeling wordt geformaliseerd, dan wel een week-op-week regeling wordt vastgesteld dan wel een omgangsregeling vast te stellen zoals beschreven onder punten 17 en 18 van het verweerschrift met zelfstandig tegenverzoek;
  • te bepalen dat indien de man – zonder kinderen – naar Nederland terugkeert, de omgangsregeling wordt voortgezet zoals beschreven onder punt 36 van het verweerschrift met zelfstandig tegenverzoek;
  • de proceskosten compenseert.
Echtscheiding en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap
3.3.
Op de mondelinge behandeling heeft de man laten weten dat hij zich niet langer verzet tegen de gevorderde echtscheiding. De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) gegrond worden toegewezen. Verder zal bevolen worden om over te gaan tot verdeling van de (beperkte) gemeenschap van goederen waarin partijen zijn gehuwd.
Gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats
3.4.
Beide partijen hebben het gerecht verzocht om te bepalen dat de man en de vrouw gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over de minderjarige kinderen en om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw vast te stellen.
3.5.
Op grond van artikel 1:251 lid 2 BW BES kunnen, voor zover hier relevant, ouders na ontbinding van het huwelijk op hun eensluidend verzoek gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het gezag. Het eensluidend verzoek van partijen zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
3.6.
Het gerecht zal eveneens toewijzen het eensluidend verzoek van partijen om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw vast te stellen. Partijen zijn het daarover eens en het verzoek is op de wet gegrond (artikel 1:253a BW BES).
Omgangsregeling
3.7.
Op de mondelinge behandeling hebben partijen afspraken weten te maken over een voorlopige omgangsregeling, die zal worden geëvalueerd op een nader te bepalen mondelinge behandeling. Het gerecht zal een voorlopige omgangsregeling vaststellen in overeenstemming met de afspraken van partijen op de zitting, waarbij geldt dat partijen in onderling overleg andere afspraken kunnen maken.
Kinderalimentatie
3.8.
De vrouw heeft het gerecht verzocht te bepalen dat de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen (kinderalimentatie) zal worden vastgesteld op USD 250,- per minderjarig kind per maand. De man betwist dat hij daarvoor voldoende draagkracht heeft.
3.9.
Artikel 1:404 BW BES bepaalt dat ouders verplicht zijn naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen.
3.10.
Het gerecht zal de beslissing over de kinderalimentatie aanhouden. Het gerecht acht het noodzakelijk dat de Voogdijraad aan de hand van de actuele inkomensgegevens van de man en de vrouw een berekening maakt van de behoefte van de minderjarigen en de draagkracht van partijen en dat de Voogdijraad op basis daarvan het gerecht zal adviseren over de hoogte van de vast te stellen kinderalimentatie. Het gerecht zal de zaak verwijzen naar de (rol)zitting van 26 november 2025 voor overlegging van de alimentatieberekening door de Voogdijraad.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.11.
Het gerecht zal de beslissingen waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van het gerecht geldt dan totdat het hof een andere beslissing neemt. De echtscheiding zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, op 12 mei 2018 in de gemeente Waadhoeke met elkaar gehuwd;
4.2.
veroordeelt de man om, na de inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand met de vrouw over te gaan tot verdeling van de (beperkte) gemeenschap van goederen waarin partijen zijn gehuwd;
4.3.
bepaalt dat partijen gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te Leeuwarden (Nederland)
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2017 te het Bildt (Nederland)
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te Leeuwarden (Nederland);
4.4.
verstaat dat de griffier de gezagsbeslissing onder 4.3. aantekent in het gezagsregister;
4.5.
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw zal zijn.
4.6.
verzoekt de Voogdijraad om onderzoek te doen naar de kinderalimentatie;
4.7.
stelt voorlopig tussen de minderjarige kinderen en de man de volgende omgangregeling vast:
In de ene week (week 1) haalt de man de kinderen dinsdagmiddag op uit school (om 12.45 uur) en brengt ze donderdagochtend weer naar school (om 07.30 uur). In diezelfde week gaan de kinderen op zaterdag om 08.30 uur naar de man, en brengt de man de kinderen maandagochtend weer naar school.
In de andere week haalt de man de kinderen woensdagmiddag op uit school (om 12.45 uur) en brengt de man de kinderen vrijdagochtend weer naar school (om 07.30 uur).
Verjaardagen worden in beginsel samen gevierd en partijen zullen de omgang in de vakanties in onderling overleg bepalen.
4.8.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad met uitzondering van de echtscheiding;
4.9.
verwijst de zaak naar de (EJ-)rol van
26 november 2025om 09.30 uur voor een berekening van de Voogdijraad over de kinderalimentatie;
4.10.
houdt de beslissing ten aanzien van de definitief te bepalen omgangsregeling en kinderalimentatie aan en verwijst de zaak naar de zitting van
10 december 2025 om 14.45 uur:
4.11.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.