In deze zaak heeft de Voogdijraad Caribisch Nederland verzocht om twee minderjarige kinderen voorlopig onder toezicht te stellen. Dit verzoek is gedaan in het kader van een onderzoek naar een definitieve ondertoezichtstelling. De kinderen, geboren in 2011 en 2015, zijn eerder onder toezicht gesteld van 20 december 2023 tot medio juni 2025, maar deze ondertoezichtstelling is negatief afgesloten. De vader, die in Nederland woont, heeft op 21 augustus 2025 een verzoekschrift ingediend om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen. Tijdens de mondelinge behandeling op 22 oktober 2025 heeft de Voogdijraad verzocht om de kinderen voorlopig onder toezicht te stellen, wat door de rechter is toegewezen. De rechter heeft vastgesteld dat er zorgen zijn over de opvoedingsomgeving van de kinderen, die wordt gekenmerkt door instabiliteit en een gebrek aan veiligheid. De moeder werkt onvoldoende mee aan de vrijwillige hulpverlening, wat leidt tot ernstige zorgen over de geestelijke en zedelijke belangen van de kinderen. De rechter heeft besloten dat de kinderen voorlopig onder toezicht worden gesteld voor de duur van drie maanden, met een gezinsvoogd van ZJCN belast met het toezicht.