ECLI:NL:OGEABES:2025:52

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
BON202500011
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1615o BW BESArt. 7A:1615r BW BESArt. 7A:1615da BW BESArt. 6:162 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boekhoudster veroordeeld tot schadevergoeding wegens fraude en verduistering

De boekhoudster was sinds januari 2023 in dienst van Sand Dollar en werd op staande voet ontslagen wegens diefstal en fraude. Zij erkende ongeautoriseerde overboekingen en betaalde een deel van het bedrag terug.

Sand Dollar vorderde een gefixeerde schadevergoeding van één maandsalaris en vergoeding van het resterende bedrag aan ontvreemde gelden. De gedaagde betwistte de omvang van de schade en stelde dat zij slechts voor een deel verantwoordelijk was.

Het gerecht oordeelde dat de gedaagde voldoende opzet en schuld had om het ontslag te rechtvaardigen en dat zij aansprakelijk was voor het merendeel van de schade. De gevorderde schadevergoeding en wettelijke rente werden toegewezen, evenals de proceskosten.

Uitkomst: De boekhoudster is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van ruim 174.000 USD en een gefixeerde schadevergoeding van 3.850 USD wegens fraude en verduistering.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202500011
Datum uitspraak: 29 oktober 2025
VONNIS
in de zaak van
de Vereniging Gemeenschappelijke Belangen van Eigenaren
SAND DOLLAR CONDOTEL AND BEACH CLUB
gevestigd te Bonaire,
eiseres,
gemachtigden: mrs. M.C. Buwalda en M. Spithoven,
tegen
[gedaagde]
wonend te Bonaire,
gemachtigde: mr. A.S.M. Blonk.
Partijen zullen hierna ook Sand Dollar en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift d.d. 7 januari 2025, met producties 1 t/m 15
  • de conclusie van antwoord
  • de producties 16 t/m 30 van Sand Dollar
  • de mondelinge behandeling van 19 mei 2025 waar door de gemachtigde van Sand Dollar een pleitnota is overgelegd
  • de akte uitlating voortprocederen van Sand Dollar
  • de akte uitlating van [gedaagde]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

2.1. [
gedaagde] was vanaf 18 januari 2023 als boekhouder in dienst van Sand Dollar. Zij is op 25 november 2024 op staande voet ontslagen, kort gezegd vanwege diefstal en fraude.
2.2. [
gedaagde] heeft tegenover Sand Dollar erkend een aantal ongeautoriseerde overboekingen te hebben gedaan. Zij heeft een bedrag van USD 1.000,00 aan Sand Dollar terugbetaald.
2.3.
Sand Dollar heeft aangifte gedaan van diefstal/verduistering en van valsheid in geschrift. Er loopt nog een strafrechtelijk onderzoek tegen [gedaagde].

3.De vordering en het verweer

3.1.
Sand Dollar vordert - na wijziging van eis in haar pleitnota – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
- een bedrag van USD 3.850,00 aan gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2024;
- een bedrag van USD 178.983,54 aan ontvreemde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2025;
met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Kort gezegd voert Sand Dollar daartoe aan dat [gedaagde] door haar opzet en schuld aan Sand Dollar een dringende reden voor het ontslag heeft gegeven en daarom schadeplichtig is op grond van artikel 7A:1615o jo 7A:1615r van het Burgerlijk Wetboek (BW) BES. De gefixeerde schadevergoeding bedraagt één maandsalaris, te weten USD 3.850,00.
Verder is uit onderzoek door Sand Dollar gebleken dat [gedaagde] in totaal een bedrag van USD 179.983,54 aan ongeautoriseerde transacties heeft uitgevoerd. Zij heeft slechts USD 1.000,00 terugbetaald, zodat een bedrag van USD 178.983,54 aan schade voor Sand Dollar resteert. Dit bedrag moet [gedaagde] op grond van (primair) 7A:1615da BW BES of (subsidiair) 6:162 BW BES vergoeden.
3.3. [
gedaagde] voert verweer. Zij stelt primair dat de vordering moet worden afgewezen, subsidiair (en meer subsidiair) dat een bedrag van (minder dan) USD 32.022,33 zou kunnen worden toegewezen.
3.4.
Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1. [
gedaagde] heeft primair betoogd dat de vorderingen van Sand Dollar om een aantal – formele – redenen zouden moeten worden afgewezen. [gedaagde] kan daarin niet worden gevolgd. Dat zij rauwelijks zou zijn gedagvaard, is onjuist; zij is immers voorafgaand aan de dagvaarding in de gelegenheid gesteld om de vordering vrijwillig te voldoen. Sand Dollar was niet gehouden akkoord te gaan met het – overigens weinig concrete – voorstel van [gedaagde] van 9 december 2024. Anders dan [gedaagde] aanvoert, heeft Sand Dollar wel voldaan aan haar stelplicht ex artikel 7A:1615da BW BES; met de stelling dat [gedaagde] bedrog en verduistering heeft gepleegd, heeft Sand Dollar immers voldoende gesteld voor de in dit artikel bedoelde opzet. [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd waarom haar stellingen dat haar privacy is geschonden – wat daar verder ook van moge zijn – zouden moeten leiden tot afwijzing van de vorderingen; welk bewijs daarmee onrechtmatig zou zijn verkregen, wordt door [gedaagde] immers niet toegelicht. Dat Sand Dollar haar zorgplicht als werkgever zou hebben geschonden leidt – als dat al zou zijn – ook volgens de toelichting door [gedaagde] hoogstens tot een verlaging van het schadebedrag en niet tot afwijzing van de vordering.
4.2.
Subsidiair (en meer subsidiair) heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij slechts voor een bedrag van USD 32.022,23 aan ongeautoriseerde transacties heeft uitgevoerd. Zij stelt dat zij voor sommige transacties wel toestemming had en dat zij bovendien niet de enige was die toegang had tot de bankrekening van Sand Dollar.
4.3.
In de eerste plaats stelt het gerecht vast dat [gedaagde] met haar handelwijze – ongeacht de omvang van de schade – Sand Dollar een dringende reden heeft gegeven om tot een ontslag op staande voet over te gaan. Zij heeft immers erkend bedragen van Sand Dollar verduisterd te hebben, hetgeen voor iedere werkgever reden voor een ontslag op staande voet zal zijn. [gedaagde] is dan ook in ieder geval gehouden de wettelijke schadeloosstelling ex artikel 7A1615o jo 7A:1615r BW BES, te weten een bedrag van USD 3.850,00 te betalen.
4.3.
Sand Dollar stelt – onder verwijzing naar productie 14 bij haar verzoekschrift – dat het totale bedrag aan ongeautoriseerde transacties USD 179.983,54 bedraagt. Het is, gelet op de betwisting van [gedaagde] dat zij voor dit volledige bedrag verantwoordelijk is, aan Sand Dollar om dit bedrag voldoende te onderbouwen en zonodig te bewijzen. Sand Dollar heeft daartoe voorafgaand aan de mondelinge behandeling een groot aantal producties ingebracht en heeft op die producties op de zitting een toelichting gegeven.
4.4.
Sand Dollar heeft onvoldoende onderbouwd dat de betaling van USD 4.000,00 van de bankrekening van Sand Dollar naar [gedaagde] op 6 oktober 2023 ongeautoriseerd was. Uit productie 20 van Sand Dollar blijkt dat [gedaagde] hierover voorafgaand toestemming heeft gevraagd aan haar leidinggevende [leidinggevende gedaagde] en dat tegenover die betaling een storting in contanten voor hetzelfde bedrag door [gedaagde] zou staan. Uit de reactie van [leidinggevende gedaagde] blijkt niet zonder meer dat zij niet akkoord was met het verzoek. En nu over de periode van oktober 2023 slechts één afschrift (alleen van 6 oktober) in het geding is gebracht, kan onvoldoende blijken dat [gedaagde]
nieteen bedrag van USD 4.000,00 in contanten op de rekening van Sand Dollar heeft gestort.
4.5.
Sand Dollar heeft met haar producties en toelichting daarop onderbouwd dat [gedaagde] vanaf september 2023 tot en met 22 november 2024 de enige was die toegang had tot de bankrekening van Sand Dollar, dat zij overzichten van transacties had aangepast, dat zij facturen heeft vervalst althans gebruik heeft gemaakt van vervalste facturen voor het doen van overboekingen en dat zij bedragen heeft overgemaakt naar bedrijven en personen die Sand Dollar onbekend zijn maar die wel met [gedaagde] in verband kunnen worden gebracht. Met haar producties 14. 27 en 28 (overzichten van transacties van januari 2024 tot en met 4 november 2024 waarop de ongeautoriseerde transacties geel zijn gearceerd, alsmede transactiedetails) heeft Sand Dollar voldoende onderbouwd dat er gedurende deze periode het dienstverband van [gedaagde] voor een totaalbedrag van USD 175.983,54 aan ongeautoriseerde transacties zijn gedaan.
4.6.
Het lag, gelet op deze uitgebreide onderbouwing, op de weg van [gedaagde] om een en ander voldoende gemotiveerd te betwisten. Zij is daartoe ook in de gelegenheid gesteld. In haar akte uitlating van 27 augustus 2025 heeft zij echter volstaan met een herhaling van hetgeen zij bij conclusie van antwoord al had aangevoerd. Zij is in het geheel niet ingegaan op de veelheid van producties van Sand Dollar. En ze heeft essentiële punten uit de pleitnota van Sand Dollar – waar het gaat om de vervalste facturen en de betrokkenheid van andere individuen en bedrijven – onbesproken gelaten. Zij heeft volstaan met in algemene termen te betwisten dat zij de enige was die toegang had tot de rekening en te suggereren dat er ook anderen verantwoordelijk kunnen zijn voor de dubieuze transacties. Maar ze heeft nagelaten dit ook maar enigszins te concretiseren.
4.7.
Al met al moet worden geoordeeld dat [gedaagde] de stellingen van Sand Dollar onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Er moet daarom van worden uitgegaan dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor het totale bedrag van USD 175.983,54 aan ongeautoriseerde transacties. Omdat [gedaagde] een bedrag van USD 1.000,00 heeft terugbetaald, bedraagt de schade voor Sand Dollar USD 174.983,54. De handelwijze van [gedaagde] – die zij deels ook heeft bekend – levert verduistering en valsheid in geschrift op en daarmee staat vast dat zij onrechtmatig jegens Sand Dollar heeft gehandeld en dat de schade het gevolg is van haar opzet. Gelet op artikel 6:162 BW Pro BES en artikel 7A:1615da BW BES moet [gedaagde] daarom die schade vergoeden.
4.8.
Voor zover [gedaagde] met haar stelling dat Sand Dollar haar zorgplicht als werkgever niet in acht heeft genomen, een beroep heeft willen doen op eigen schuld van Sand Dollar, geldt het volgende. Voor zover er al sprake was van een onvoldoende deugdelijk controlesysteem, is dit een verwijt dat in het niet valt bij de aard en de ernst van het aan [gedaagde] te maken verwijt. Een werkgever mag in beginsel uitgaan van de integriteit van het door hem aangestelde personeel. Controle op de handelwijze van het personeel dient het belang van de werkgever en niet primair ter bescherming van de belangen van de werknemer. Dat handelingen van de directie en/of de bedrijfscultuur binnen Sand Dollar heeft of hebben bijgedragen aan de handelwijze van [gedaagde] is gesteld noch gebleken. Van eigen schuld is dus geen sprake en de volledige schade blijft voor rekening van [gedaagde].
4.9.
De door Sand Dollar gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar.
4.10. [
gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure en die van het beslag worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van gedaagden begroot op USD 2.951,90 aan beslagkosten, USD 1.790,00 aan griffierecht, USD 159,00 aan explootkosten , USD 3.352,00 (2 punten ad tarief 8) aan salaris gemachtigde en USD 140,00 aan nakosten (verhoogd met USD 84,00 bij betekening).

5.De beslissing

Het gerecht,
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Sand Dollar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:
- een bedrag van USD 3.850,00 bruto aan wettelijke schadevergoeding ex artikel 7A:1615o jo. 7A:1615r BW BES, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2024 tot de dag der algehele voldoening;
- een bedrag van USD 174.983,54 aan schadevergoeding ex artikel 6:162 BW Pro BES, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2024 tot de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure (inclusief de beslagkosten), aan de zijde van Sand Dollar begroot op USD 8.392,90, verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door [gedaagde] uitblijft binnen veertien dagen nadat zij schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.