ECLI:NL:OGEABES:2025:69

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
BON202500283
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BW BESArt. 3:181 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en verdeling huwelijksgoederengemeenschap met aanhouding gezagskwestie

Partijen zijn in 2013 in gemeenschap van goederen gehuwd in Haïti en hebben een minderjarig kind geboren in 2016 te Bonaire. De man verzoekt echtscheiding en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, alsmede gezamenlijke ouderlijke gezag en hoofdverblijfplaats bij de vrouw.

De vrouw verschijnt niet en verstek wordt verleend. Het gerecht stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De huwelijksgoederengemeenschap bestaat uit roerende zaken zonder registergoederen, en partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de verdeling.

Het gerecht beveelt de vrouw na inschrijving van de beschikking tot medewerking aan de verdeling en benoemt een onzijdig persoon voor het geval zij weigert. De benoeming van een notaris wordt afgewezen. Beslissingen over gezag en hoofdverblijfplaats worden aangehouden en verwezen naar een rolzitting om de man in de gelegenheid te stellen een verklaring van de vrouw in te brengen. De echtscheiding en verdeling worden niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege inschrijvingseisen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, verdeling bevolen met benoeming onzijdig persoon, gezagskwestie aangehouden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500283
datum beslissing: 17 september 2025
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te Haïti,
verzoeker, hierna ook: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[verweerster],
wonende te Bonaire,
verweerster, hierna te noemen: de vrouw,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift van de man met producties, ingekomen op 3 juni 2025
  • de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 17 september 2025, waar de man is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. Namens de Voogdijraad waren aanwezig dhr. [medewerker 1 Voogdijraad] vergezeld van zijn collega [medewerker 2 Voogdijraad].
1.2.
Aan de vrouw is op de mondelinge behandeling van 17 september 2025 verstek verleend.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 14 september 2013 in Pétion-Ville (Haïti) in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
2.2.
Uit dit huwelijk is het volgende op dit moment nog minderjarige kind geboren:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te Bonaire.

3.3. Het verzoek

De man verzoekt dat het gerecht bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad:
primairde echtscheiding en
subsidiairde scheiding van tafel en bed tussen de man en de vrouw uitspreekt;
partijen gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over het minderjarige kind;
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind bij de vrouw blijft;
partijen veroordeelt om over te gaan tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap;
een notaris en een onzijdig persoon benoemt als volgens de wet is voorgeschreven.

4.De beoordeling

Echtscheiding en benoeming van een onzijdig persoon

4.1.
De man stelt dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht. Het gerecht zal het echtscheidingsverzoek als niet weersproken en op de wet (artikel 1:151 BW Pro BES) gegrond toewijzen.
4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verklaard dat de huwelijksgoederengemeenschap alleen bestaat uit roerende zaken, niet registergoederen en dat partijen geen overeenstemming over de verdeling hebben bereikt. Dit is niet weersproken. Het gerecht zal daarom de verdeling van de huwelijksgemeenschap bevelen met benoeming van een onzijdig persoon als bedoeld in artikel 3:181 BW Pro BES voor het geval de vrouw aan de verdeling geen medewerking wil verlenen. Het gerecht zal het verzoek tot het benoemen van een notaris afwijzen omdat volgens de stelling van de man registergoederen geen onderdeel uitmaken van de huwelijksgoederengemeenschap.
Gezag en hoofdverblijfplaats
4.3.
In afwachting van een door de man in het geding te brengen verklaring van de vrouw dat partijen gezamenlijk willen worden belast met het gezag over de minderjarige en de vrouw het ermee eens is dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw is, zal het gerecht iedere verdere beslissing daarover aanhouden. Het gerecht zal deze zaak verwijzen naar de rolzitting van 29 oktober 20205 om de man in de gelegenheid te stellen deze verklaringen in het geding te brengen. Op de zitting heeft de man verklaard dat als hij (één van) die verklaring(en) niet in het geding kan brengen, het betreffende verzoek als ingetrokken kan worden beschouwd.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
4.4.
De beslissing over de echtscheiding zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. De beslissingen over de verdeling zullen evenmin uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die pas gelden na inschrijving van deze beschikking.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, op 14 september 2013 te Pétion-Ville (Haïti) met elkaar gehuwd;
5.2.
beveelt de vrouw om, na inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand, met de man over te gaan tot de scheiding en deling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap;
5.3.
benoemt tot onzijdig persoon in geval van weigerachtigheid en/of nalatigheid van de vrouw tot medewerking aan de verdeling, de deurwaarder M.A.A. Manuel-Bernabela, wonende te Bonaire, ter vertegenwoordiging van de vrouw;
5.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 29 oktober 2025 om de man in de gelegenheid te stelling in het geding te brengen een verklaring van de vrouw;
  • dat zij instemt met gezamenlijk gezag over de minderjarige
  • dat zij ermee instemt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij haar is
5.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.