ECLI:NL:OGEABES:2025:75

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
SAB 2025 00036 / SAB 2025 I00001
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:170 eerste lid BWArt. 3:172 tweede lid BWArt. 6.3 Lease Agreement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verwijdering puin op onverdeeld perceel bij renovatie gymzaal Saba

Het Openbaar Lichaam Saba (OLS) voert renovatiewerkzaamheden uit aan een gymzaal en stort het puin op een onverdeeld perceel dat eigendom is van twee families. Eén familie heeft een huurovereenkomst met OLS gesloten voor het gebruik van hun deel van het perceel. De andere familie vordert in kort geding dat het puin wordt verwijderd omdat zij niet zijn geraadpleegd.

Het Gerecht oordeelt dat niet is vastgesteld dat het puin op het perceel van de eisende familie ligt. Daarnaast is het belang van OLS, dat het puin tijdelijk opslaat om het duurzaam te recyclen en de bouw van de nieuwe gymzaal voort te zetten, zwaarder dan het belang van de eisende familie, die het terrein momenteel niet gebruikt.

De vordering wordt afgewezen, waarbij het Gerecht benadrukt dat OLS verantwoordelijk is voor het storten van puin op het juiste deel van het perceel en dat eventuele schadevergoeding zal worden beoordeeld in een bodemprocedure. De kosten van de procedure worden aan de zijde van de eisers opgelegd.

Uitkomst: De vordering tot staking en verwijdering van puin wordt afgewezen en de eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
ZITTINGSPLAATS SABA
Zaaknummer: SAB 2025 00036/SAB 2025 I00001
Vonnisdatum: 7 november 2025
in de
hoofdzaakvan
DE ERFGENAMEN VAN [ERFLATER],
wonende op Saba, in Sint Maarten en in Nederland
eisers,
gemachtigde: mr. V.C. Choennie,
tegen
het openbaar lichaam SABA,
zetelend op Saba,
gedaagde,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters,
en
[gedaagde],
wonende op Saba,
tussenkomende gedaagde,
gemachtigde: mr. E.E.S. MoenirAlam
en in de
vrijwaringszaakvan
het openbaar lichaam SABA,
zetelend op Saba,
eiser in vrijwaring,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters,
tegen
[gedaagde],
wonende op Saba,
gedaagde in vrijwaring,
gemachtigde: mr. E.E.S. MoenirAlam.
Partijen zullen hierna [eiser], OLS en [gedaagde] worden genoemd.
De zaak in het kortOpenbaar Lichaam Saba is bezig met de renovatie van een gymzaal van een school. Het puin van de afgebroken gymzaal wordt gestort op een terrein dat deel uitmaakt van een onverdeeld perceel, waarvan twee families onderling de verdeling hebben vastgesteld. Eén familie N. heeft hiertoe een huurovereenkomst met OLS gesloten. De andere familie S. vordert in kort geding afvoer van het puin van het terrein, omdat daarover met hen geen overleg is gevoerd.
Het Gerecht wijst de vordering af, na verwerping van een aantal formele verweren. Allereerst omdat niet vaststaat dat het puin op het terrein van familie S. ligt, maar ook omdat het belang van OLS groter is dan dat van de familie S., dat het terrein op dit moment helemaal niet gebruikt.
The case in brief
The Public Entity Saba is renovating a school gymnasium. The debris from the demolished gymnasium is being dumped on a site that is part of an undivided parcel of land, the division of which has been mutually agreed upon by two families. One family, the N., has entered into a lease agreement with OLS for this purpose. The other, the S. family, is seeking summary proceedings to remove the debris from the site, arguing that no consultation was held with them about this matter.
The Court dismisses the claim after rejecting several formal defenses. Firstly, because it has not been established that the debris is located on the S. family's property, but also because OLS's interest is greater than that of the S. family, who are currently not using the site at all.

1.Verloop van de procedure

1.1. [
eiser] heeft op 7 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend.
1.2.
OLS heeft op 31 oktober 2025 een incidentele conclusie van oproeping in vrijwaring ingediend. Mr. Choennie heeft namens haar cliënten bezwaar gemaakt tegen toewijzing van het verzoek, omdat dat zou leiden tot aanhouding van de zaak.
Het Gerecht heeft vervolgens beslist dat het in de vordering besloten verzoek tot aanhouding van de zaak werd afgewezen. De beslissing op de vordering tot het mogen instellen van een vordering in vrijwaring werd aangehouden tot de zitting in de hoofdzaak.
1.3. [
gedaagde] heeft op 4 november 2025 een incidentele conclusie tot tussenkomst ingediend.
1.4. [
eiser] heeft bij brief van 4 november 2025 3 video’s en 7 foto’s fysiek aangeleverd en ten behoeve van het Gerecht, OLS en [gedaagde] via WeTransfer ter beschikking gesteld.
1.5.
Vervolgens heeft op 5 november 2025 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen en hun gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd. Mr. P. Groeneveld trad op als vertegenwoordiger van OLS. [gedaagde] en mr. MoenirAlam waren via een videoverbinding aanwezig.
De griffier heeft aantekeningen gehouden van wat ter zitting is verklaard.
1.6. [
eiser] heeft zich niet verzet tegen de vordering in vrijwaring.
Wel heeft mr. Choennie namens [eiser] bezwaar gemaakt tegen de vordering tot tussenkomst, omdat deze niet tijdig aan het juiste e-mailadres is gestuurd. Op zichzelf is dat juist; de digitaal ingestelde vordering werd wel tijdig aan het Gerecht en OLS verzonden, maar – kennelijk abusievelijk – niet aan mr. Choennie. Wel heeft de griffier de vordering op 4 november 2025 rond 15.00 uur aan mr. Choennie doorgestuurd. Gelet op een en ander en omdat [eiser] gezien de inhoud van de pleitnota voldoende gelegenheid heeft gehad om zich op de vordering voor te bereiden, wordt de vordering tot tussenkomst ontvangen en toegewezen.
1.7.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 10 november 2021 hebben alle leden van de families [gedaagde] en [eiser] de volgende verklaring ondertekend:
“Parties involved ([eiser] and [gedaagde] families) agree to:
- The Division & Partition of Tent Bay land Division/partition of the land will be 50/50 - half for the [eiser] family and half for the [gedaagde] family
  • The notarial and Cadaster fees/costs to be divided equally - 50/50 between the [eiser] & [gedaagde] families
  • Western half of the land/Left side (bordering the so-called Eric Johnson land) for [eiser] family
  • Eastern half of the land/right side (bordering so-called Vanterpool land) for [gedaagde] family
  • Both parties to have free access to all (accessible) roads
  • Both parties agree to respect and adhere to outside/third party arrangements/agreements made/entered into with regards to their respective half/section of the land
  • Both parties will instruct Cadaster in accordance with the parameters agree upon as far as Cadaster does not deviate from that motion.”
Huidige situatie2.2. Sinds 2021 is het partijen nog niet gelukt om de tussen hen afgesproken verdeling te formaliseren via kadastrale uitmeting. Dat is geen van beide partijen te verwijten, omdat kennelijk de eigenaren van aangrenzende percelen niet aan de uitmeting willen meewerken en/of de juiste gegevens van de buren niet zijn te achterhalen. Feit is dus, dat het perceel nog steeds onverdeeld is.
2.3. [gedaagde] heeft namens de familie [gedaagde] aan OLS toestemming gegeven om het puin op het perceel te storten. Hiertoe is tussen OLS en [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten voor een periode van drie maanden, ingaande 1 augustus 2025, voor een huurprijs van USD 5.000,- per maand.
2.4.
Door OLS is puin gestort op een deel van het hiervoor bedoelde perceel.

3.Het geschil

3.1. [
eiser] vordert bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. Saba te veroordelen om onmiddellijk het storten van bouwafval te staken en gestaakt te houden op het perceel omschreven in meetbrief [./….] bekend als de Tent Bay en wel binnen 24 uur na het te wijzen vonnis onder verbeurte van een dwangsom USD 5.000,- per dag of gedeelte daarvan dat Saba geheel of gedeeltelijk in gebreke mocht blijven aan de uitspraak te voldoen, met een maximum van USD 500.000,-;
2. Saba te veroordelen om onmiddellijk over te gaan tot het opruimen van al het bouwafval dat zij reeds gestort heeft op het perceel omschreven in meetbrief [./….] en wel binnen 24 uur na het te wijzen vonnis onder verbeurte van een dwangsom van USD 5.000,- per dag of gedeelte daarvan dat Saba geheel of gedeeltelijk in gebreke mocht blijven aan de uitspraak te voldoen, met een maximum van USD 500.000,-;
3. Saba te veroordelen in de kosten van deze procedure, alsmede de nakosten, een en ander te voldoen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, en voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, deze (na) kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum verzuim tot de dag der algehele voldoening.
3.2. [
eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat het perceel land in Tent Bay, met nummer [./….], groot 130.000 m2 op naam staat van [erflaatster] en [erflater]. Deze zijn beiden inmiddels overleden, zodat dit perceel bij helfte valt in de nalatenschappen [gedaagde] en [eiser].
Het perceel is nog niet gesplitst en valt daarom nog steeds in een gemeenschap. De
buitengrenzen van het perceel moeten nog exact worden uitgemeten en daarvoor zal een procedure gevoerd moeten worden tegen de buren. Dit is nog niet gebeurd omdat het verkrijgen van de persoonlijke informatie via de burgerlijke stand op Saba heel traag verloopt.
3.3. OLS heeft bouwafval gestort op dit nog steeds niet verdeelde perceel. [eiser] heeft daar geen toestemming voor gegeven. De storting is onbevoegd, onrechtmatig en leidt tot voortdurende schade. Het gebruiksgenot van [eiser] wordt aangetast door de storting van het puin.
3.4.
OLS voert het volgende als verweer aan.
Er wordt een nieuwe gymzaal gebouwd in St. Johns. Dat is een belangrijk project voor de kinderen van Saba. Het oude gebouw was onveilig geworden door een lekkend dak, een ongezond warm binnenklimaat en elektrische problemen. Het project had een strikte deadline om te beginnen en zoveel mogelijk vooruitgang te boeken tijdens de zomervakantie van de school, om te voorkomen dat er een gevaarlijke situatie voor leerlingen en personeel zou ontstaan.
Het plan voor het gebruik van Tent Bay is om het puin van de sloop van de oude gymzaal tijdelijk op te slaan en de materialen duurzaam te recyclen.
De familie [gedaagde] heeft toestemming gegeven voor de tijdelijke dump. Hiertoe is ook een huurovereenkomst gesloten met [gedaagde].
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling in kort geding

Ontvankelijkheid eisende partij
4.1.
OLS heeft aangevoerd dat de eisende partij niet-ontvankelijk is in de vordering. Het gaat hier om een onderdeel van een onverdeelde nalatenschap. Dan dient de executeur of vereffenaar een rechtsvordering in te stellen en als die er niet zijn, dan alle deelgenoten gezamenlijk, aldus OLS.
Dat standpunt is juist, maar het Gerecht is van oordeel dat in het kader van een voorlopige voorziening in kort geding voldoende aannemelijk is dat mr. Choennie de vordering heeft ingesteld namens alle erfgenamen.
Ondeelbare rechtsverhouding4.2. OLS heeft het standpunt ingenomen dat de erfgenamen niet bevoegd zijn om een rechtsvordering in te stellen, omdat het hier gaat om een onverdeelde gemeenschap met [gedaagde] en [gedaagde] niet heeft ingestemd met het instellen van de vordering.
Het Gerecht verwerpt dat standpunt. OLS heeft immers zelf een huurovereenkomst gesloten met [gedaagde], waarvoor [gedaagde] ook geen toestemming van de andere deelgenoot ([eiser]) heeft gevraagd of verkregen. OLS en [gedaagde] beroepen zich daarvoor op de hiervoor onder 2.1 geciteerde “agreement”, waarbij beide partijen elkaar 50% van het perceel hebben toegekend. [eiser] mag dan op grond van dezelfde overeenkomst een vordering instellen, voorzover deze ziet op het aan de familie [eiser] toegekende deel van het perceel.
Spoedeisend belang
4.3.
De spoedeisendheid volgt uit de aard van de vorderingen: staken van het storten van puin en onmiddellijk verwijderen van het gestorte puin. OLS heeft ter zitting verklaard dat er nog een restant puin dient te worden gestort, maar daarmee nog te wachten tot de uitkomst van dit kort geding.
Inhoudelijke overwegingen
4.4.
De vorderingen van [eiser] zijn gebaseerd op de stelling dat OLS geen toestemming aan [eiser] heeft gevraagd voor de storting van het puin. De vraag is, of die toestemming noodzakelijk was. Gelet op de overeenkomst van 10 november 2021 tussen partijen stond het naar het oordeel van het Gerecht ieder van de twee partijen vrij om voor het ‘eigen’ deel van het perceel overeenkomsten met derden te sluiten, die de andere partij dan heeft te respecteren:
Both parties agree to respect and adhere to outside/third party arrangements/agreements made/entered into with regards to their respective half/section of the land
[eiser] heeft aangevoerd dat deze bepaling zo moet worden gelezen dat deze alleen betrekking heeft op de definitieve verdeling tussen partijen. Het Gerecht is het echter met OLS (en [gedaagde]) eens dat dat niet bedoeld kan zijn met “outside/third party arrangements/agreements”. Het Gerecht is het ook met OLS eens dat de hele overeenkomst eigenlijk moet worden beschouwd als een beheersregeling tussen de deelgenoten, totdat de definitieve verdeling een feit zal zijn. Aan elke familie werd het beheer toegekend van het gedeelte van het perceel dat in de overeenkomst was omschreven. [1] Zo heeft [gedaagde] onbetwist aangevoerd dat hij op ‘zijn’ deel voor eigen kosten een zandweg heeft aangelegd, waarvan gebruik wordt gemaakt.
4.5.
Toestemming van [eiser] voor dumping van het puin op het deel van het perceel van [gedaagde], was dus niet nodig. De volgende vraag is op welke plaats op het perceel het puin is gestort. OLS stelt dat het is afgegaan op wat [gedaagde] heeft verklaard en [gedaagde] stelt dat het puin op ‘zijn’ deel ligt.
[eiser] heeft echter beeldmateriaal in het geding gebracht, dat aan de juistheid van de stelling van [gedaagde] doet twijfelen. Mogelijk is een deel van het puin ook op het deel van [eiser] gestort. Daarvoor diende OLS uiteraard wel de toestemming van [eiser] te hebben. De beelden leveren echter niet zodanige duidelijkheid op, dat het zonder verdere bewijslevering al aannemelijk is dat op het land van [eiser] is gestort. Dit is een kwestie van verdere bewijslevering, waarvoor de kort geding procedure zich niet leent.
4.6.
Maar ook als zou vaststaan dat een deel van het puin op het land van [eiser] ligt, geldt het volgende. In dat geval zouden de belangen van partijen moeten worden afgewogen; het gaat immers om een gevraagde ordemaatregel.
4.7.
OLS heeft ter onderbouwing van zijn belang aangevoerd dat de bouw van de nieuwe sportzaal voor de school een belangrijk project voor Saba is. OLS beschikt op dit moment niet over andere ruimte, waar het puin naartoe zou kunnen worden afgevoerd. Daarbij heeft OLS erop gewezen dat de huidige locatie erg efficiënt is. De bedoeling is namelijk dat het puin binnen enkele maanden wordt gerecycled. Op deze locatie kan het puin worden verwerkt tot herbruikbaar bouwmateriaal en het overblijvende onbruikbare materiaal kan eenvoudig via de haven worden afgevoerd. OLS heeft ter zitting verklaard dat er aanvankelijk problemen waren met de levering van de machine die het puin moet ‘crushen’, maar dat die problemen zijn opgelost en dat de ‘concrete crusher’ er nu echt binnen drie weken zal staan. Indien OLS het puin nu zou moeten verplaatsen en het restant niet op de locatie zal mogen storten, zou dat betekenen dat de bouw van de nieuwe sportzaal voorlopig zal moeten worden gestaakt.
4.8.
Hiertegenover heeft [eiser] slechts aangevoerd dat zijn gebruiksgenot door het storten van puin is aangetast en dat er verdere schade ontstaat. Waar die schade uit bestaat, heeft [eiser] echter niet toegelicht, zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden.
He Gerecht heeft ter zitting tweemaal aan [eiser] gevraagd op welke wijze hij zijn deel van het perceel tot nu toe gebruikte en waardoor zijn gebruiksgenot is aangetast. [eiser] heeft daarop wel uitvoerig geantwoord, maar antwoord op de vraag heeft hij niet gegeven.
4.9.
De afweging van belangen valt daarom op dit moment uit in het voordeel van OLS.
4.10.
OLS heeft aangekondigd dat er opnieuw puin zal worden gestort. Daarom merkt het Gerecht nog het volgende op. OLS dient zich er zelf van te vergewissen dat het toekomstige puin zal worden gestort op het deel van het perceel dat aan [gedaagde] is toebedeeld. Het mag er niet uitsluitend op vertrouwen dat [gedaagde] dat op de juiste wijze doet; OLS heeft daar zelf ook een verantwoordelijkheid in. [2] Daarnaast dient OLS zo veel mogelijk na te gaan of het huidige puin zich niet ook op het terrein van [eiser] bevindt. Als dat het geval zal blijken te zijn, ligt het voor de hand dat daarvoor aan [eiser] een vergoeding zal worden betaald, al dan niet na verrekening van wat OLS dan teveel aan [gedaagde] zal hebben betaald.
Daarnaast wijst het Gerecht nog op de toezegging van OLS dat de “concrete crusher” zal worden ingezet en dat daarna het terrein zal worden schoongemaakt en in zijn originele staat teruggebracht.
Proceskostenhoofdzaak
4.11.
Het door OLS gevoerde inhoudelijke verweer slaagt. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen en [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van OLS tot op heden begroot op USD 838,- aan salaris voor de gemachtigde.
[gedaagde] heeft zichzelf als partij opgeworpen en geen aanvullende verweren gevoerd die tot afwijzing van de vordering hebben geleid. Hij dient de kosten van deze procedure daarom voor eigen rekening te nemen.
vrijwaring
4.12.
Gelet op de beslissing tot afwijzing in de hoofdzaak, komt het Gerecht niet toe aan beoordeling van de vordering in vrijwaring.
[gedaagde] heeft wel een standpunt ingenomen in de hoofdzaak, maar geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering in vrijwaring. Daarom zullen de kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

5.De beslissing in kort geding

Het Gerecht:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt de erfgenamen van [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van OLS tot op heden begroot op USD 838,-, te vermeerderen met de nakosten aan de zijde van OLS tot op heden begroot op USD 140,- zonder betekening en USD 223,- na betekening van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 november 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier,
J.J. Evers-Maria, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.

Voetnoten

1.Artikel 3:170 eerste Pro lid BW: De deelgenoten kunnen het genot, het gebruik en het beheer van gemeenschappelijke goederen bij overeenkomst regelen.
2.Artikel 6.3 van de Lease Agreement: Lessee will ensure that Lessee, or third parties under control of Lessee, will not cause nuisance to others in the Premises, its surroundings and/or adjacent land.