ECLI:NL:OGEABES:2025:76

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
BON202400362
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondercuratelestelling van een minderjarige voor de duur van één jaar

In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 10 september 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen. De minderjarige, geboren in 2024, was eerder onder toezicht gesteld in een beschikking van 18 september 2024, en deze ondertoezichtstelling was verlengd tot 18 september 2025. ZJCN heeft verzocht om een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling met één jaar, omdat de zorgen rondom het veilig opgroeien van de minderjarige nog steeds aanwezig zijn. De moeder en de vader van de minderjarige hebben tijdens de zitting aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de verlenging, wat het gerecht deed concluderen dat zij bereid zijn om de aangeboden hulp van ZJCN te accepteren en de gemaakte afspraken na te komen. De rechter heeft op basis van de wetgeving, specifiek artikel 1:254 en 1:258 lid 1 BW BES, besloten om het verzoek van ZJCN toe te wijzen en de ondertoezichtstelling te verlengen tot 18 september 2026. De beschikking is uitgesproken door mr. J.M.J. Keltjens en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202400362
datum beslissing: 10 september 2025
BESCHIKKING
op verzoek van:
ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
verzoeker, hierna:
ZJCN,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2024 te Bonaire,
hierna ook: [minderjarige].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna ook: de moeder,
en
[de vader],
wonende te Nederland,
hierna ook: de vader.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift van ZJCN van 28 augustus 2025 met producties
  • een e-mailbericht van de Voogdijraad van 1 september 2025 waarin de Voogdijraad laat weten zich te kunnen vinden in het verzoek
  • de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 10 september 2025, waar zijn verschenen:
o de moeder
o de vader, via de telefoon
o mevrouw [informant] (oma mz) in de rol van informant,
o namens ZJCN mevrouw [medewerker 1 ZJCN], mevrouw [medewerker 2 ZJCN], mevrouw [medewerker 3 ZJCN],
o namens de Voogdijraad dhr. [medewerker Voogdijraad].
1.2.
De beschikking is uitgesproken op 10 september 2025 en op 11 september 2025 op schrift gesteld.

2.De feiten

2.1.
In een beschikking van 18 september 2024 van dit gerecht is [minderjarige] onder toezicht gesteld waarbij een gezinsvoogd van ZJCN belast is met het toezicht op de minderjarige voor de duur van 6 maanden.
2.2.
In een beschikking van 12 maart 2025 van dit gerecht is de ondertoezichtstelling (hierna: OTS) van [minderjarige] voor de duur van 6 maanden verlengd, dat wil zeggen tot 18 september 2025.
2.3.
Uit DNA-onderzoek is gebleken dat de vader, de vader van [minderjarige] is. De vader heeft [minderjarige] inmiddels erkend.

3.3. Het verzoek en de beoordeling

3.1.
ZJCN heeft verzocht de OTS van [minderjarige] wederom met 1 jaar te verlengen omdat - samengevat - de zorgen rondom het veilig opgroeien van [minderjarige] nog steeds aanwezig zijn, medewerking van moeder soms uitblijft, zicht op de thuissituatie ontbreekt en er nog altijd geen plan van aanpak kon worden opgesteld. In dat jaar wil ZJCN het plan van aanpak afmaken, begeleiding voor de moeder opstarten, de veiligheid van [minderjarige] borgen en zijn ontwikkeling stimuleren en het contact tussen [minderjarige] en zijn vader herstellen.
3.2.
Ingevolge artikel 1:254 lid 1 BW BES kan de rechter in eerste aanleg een kind onder toezicht stellen als het kind zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. Als deze gronden nog steeds bestaan, kan de rechter in eerste aanleg op grond van artikel 1:258 lid 1 BW BES de duur van de OTS telkens met ten hoogste één jaar verlengen.
3.3.
Het gerecht zal het verzoek om de OTS te verlengen toewijzen. Uit het verzoek blijkt dat de hulpverlening feitelijk nog onvoldoende tot stand is gekomen. Op de zitting hebben de moeder en de vader laten weten geen bezwaar te hebben tegen de verzochte verlenging omdat het in het belang van [minderjarige] is dat het goed wordt afgerond. Het gerecht maakt daaruit op dat zij de aangeboden hulp vanuit ZJCN aan zullen pakken en dat zij de met hen gemaakte afspraken na zullen komen.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te Bonaire, voor de duur van één jaar (dat wil zeggen tot
18 september 2026);
4.2.
bepaalt dat aan gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) belast is met het toezicht op de minderjarige;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier en op 11 september 2025 op schrift gesteld.