In deze kortgedingprocedure heeft eiseres haar vorderingen onder a, b en c ingetrokken nadat Drommel Bonaire aan deze vorderingen had voldaan. De enige resterende vordering betreft de betaling van proceskosten. Het gerecht stelt vast dat Drommel Bonaire pas na dagvaarding aan de vorderingen heeft voldaan, waardoor zij als in het ongelijk gestelde partij wordt aangemerkt.
Eiseres wordt toegestaan kosteloos te procederen op grond van een overgelegd formulier dat recht geeft op kosteloze rechtskundige bijstand. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden begroot op een totaal van USD 710,00, bestaande uit griffierecht, deurwaarderskosten en het salaris van de gemachtigde. Daarnaast worden nakosten toegewezen tot USD 40,00 zonder betekening en USD 84,00 bij betekening.
De veroordeling in proceskosten wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitgesproken door rechter R.P.P. Hoekstra op 30 september 2025 te Bonaire.