ECLI:NL:OGEABES:2025:83

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
BON202500141
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en gezagskwesties met betrekking tot minderjarige na ontwrichting huwelijk

In deze zaak, die werd behandeld door het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is op 10 september 2025 een beschikking gegeven in een echtscheidingsprocedure tussen een man en een vrouw, die op 23 juni 2014 te Curaçao zijn gehuwd. De man, vertegenwoordigd door mr. A.T.C. Nicolaas, heeft op 21 maart 2025 een verzoekschrift ingediend tot echtscheiding, gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. De vrouw, vertegenwoordigd door mr. M.M.A. van Lieshout, heeft op 9 mei 2025 een verweerschrift ingediend met een zelfstandig verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling op 25 juni 2025 zijn beide partijen verschenen met hun gemachtigden.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en heeft het verzoek tot echtscheiding toegewezen. Tevens is besloten dat partijen gezamenlijk belast blijven met het gezag over hun minderjarige kind, dat bij de vrouw zal verblijven. De man heeft een bijdrage van USD 350,- per maand in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige moeten betalen. De rechtbank heeft ook de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap toegewezen en benoemde mr. K.F. Arends als notaris en R. Anzola als onzijdig persoon. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding zelf. De zaak is aangehouden voor verdere behandeling van de zorg- en contactregeling tussen de man en de minderjarige, evenals de partneralimentatie voor de vrouw.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500141
datum beslissing: 10 september 2025
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te Bonaire,
verzoeker,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
en
[verweerster],
wonende te Bonaire,
verweerster,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.M.A, van Lieshout.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen van de man is ingekomen op 21 maart 2025.
1.2.
De vrouw heeft een verweerschrift tevens houdende een zelfstandig verzoek ingediend op 9 mei 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 juni 2025 waarbij de partijen vergezeld van hun gemachtigden zijn verschenen.
1.4.
De man heeft een akte overlegging producties ingediend op 25 augustus 2025. De vrouw heeft hierop nog niet kunnen reageren.
1.5.
De tussenbeschikking is nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 23 juni 2014 te Curaçao gehuwd.
2.2.
Uit dit huwelijk is geboren de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te Bonaire.
2.3.
De minderjarige verblijft bij de vrouw.

3.De verzoeken en de beoordeling

3.1.
De man verzoekt in zijn verzoekschrift, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding, althans de scheiding van tafel en bed tussen partijen, uit te spreken,
- partijen met het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te Bonaire te belasten,
- de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw te bepalen,
- de bijdrage van de man in de verzorging en opvoeding voor de minderjarige te bepalen op USD 200,- per maand,
- scheiding en deling te bevelen van de huwelijksgoederengemeenschap waarin partijen zijn gehuwd, met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon als volgens de wet is voorgeschreven,
- kosten rechtens.
3.2.
De man heeft gesteld dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht en de vrouw heeft zich daarbij neergelegd. De rechtbank zal het echtscheidingsverzoek als op de wet gegrond toewijzen.
3.3.
De wet bepaalt in artikel 1: 251, tweede lid BW BES dat ouders op hun eensluidend verzoek gezamenlijk belast kunnen blijven met de uitoefening van het gezag. De vrouw is het eens met het verzoek van de man om partijen gezamenlijk te blijven belasten met het gezamenlijk gezag over de minderjarige en zij hoopt dat de man in de toekomst juist weer meer betrokkenheid bij de verzorging en de opvoeding van de minderjarige zal tonen. Dit verzoek wordt als niet weersproken toegewezen, nu gebleken is dat het belang van de minderjarige zich daartegen niet verzet.
3.4.
De vrouw is het eens met het verzoek van de man om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw te bepalen. De door de man verzochte vaststelling van het hoofdverblijf komt overeen met de huidige feitelijke situatie, zoals die tussen partijen bestaat. Het gerecht zal het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarige zich daartegen verzet.
3.5.
De vrouw heeft bij zelfstandig tegenverzoek verzocht een zorg- en een contactregeling tussen de man en de minderjarige vast te stellen, waarbij zij een actieve betrokkenheid van de man verwacht. De man heeft bij de akte overlegging producties een voorstel aan de vrouw gedaan voor een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige. De vrouw kan daarop reageren bij nadere akte, welke zij (uiterlijk) moet indienen op de rol van 1 oktober aanstaande. De beslissing op dit verzoek wordt aangehouden.
3.6.
De man heeft ten aanzien van zijn verzoek tot vaststelling van zijn bijdragen in de kosten en verzorging en opvoeding van de minderjarige gesteld dat hij momenteel een bedrag van USD 200,- per maand betaalt. De vrouw heeft deze stelling van de man weersproken en heeft aangevoerd dat de man in werkelijkheid doorgaans USD 300,- per maand betaalt en in sommige maanden zelfs USD 350,-. Daarnaast ontvangt zij de kinderbijslag ten behoeve van het kind ter hoogte van USD 231,- per maand. Gezien de daadwerkelijke kosten van de minderjarige, verzoekt de vrouw om een maandelijkse bijdrage van de man van USD 350,- in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft de man verklaard akkoord te kunnen gaan met een bijdrage van USD 250,- per maand vermeerderd met USD 100,- voor de opvang en USD 50,- voor de bus. Uit het door de man bij akte overlegging producties opgestelde “Kostenplaatje Primaire Behoeften” leidt het gerecht af dat de man daarbij rekening houdt met de door de vrouw verzochte bijdrage van USD 350,- per maand voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en begrijpt daaruit ook dat hij deze bijdrage thans maandelijks al betaalt. Het verzoek van de vrouw zal daarom worden toegewezen.
3.7.
Ingevolge artikel 1:157 BW BES kan de rechter aan de ene echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn onderhoud heeft en zich die in redelijkheid niet kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen. De beoordeling van een dergelijk verzoek geschiedt aan de hand van de wettelijke maatstaven, die achtereenvolgens zijn de behoefte van de onderhoudsgerechtigde (de kosten van een redelijk bestaan), de behoeftigheid (of en in hoeverre de onderhoudsgerechtigde zelf in die behoefte kan voorzien) en de draagkracht van de onderhoudsplichtige (het bedrag dat de onderhoudsplichtige kan missen ten behoeve van de onderhoudsgerechtigde). Bij gebreke van standaard normen voor de berekening van een onderhoudsbijdrage in Bonaire, stelt het gerecht voor dat in deze zaak aansluiting zal worden gezocht bij de deels forfaitaire normen die worden gehanteerd door de Voogdijraad bij de berekening van de bijdragen in de verzorging en opvoeding van de minderjarigen (rekenmodel kinderalimentatie 2024). Meer in het bijzonder houdt dit in dat:
- bij de berekening van de draagkracht en de behoefte van partijen uitgegaan zal worden van hun netto inkomen. Onder inkomen vallen de inkomsten uit loon (inclusief vakantiegeld en eventuele extra betalingen), uitkering, overige werkzaamheden in inkomsten zoals bijvoorbeeld verhuur van appartementen of auto’s);
- de forfaitaire woonlasten zullen worden vastgesteld op maximaal 43% van het inkomen tot een schijf waarbij het inkomen maximaal USD 6000,- per maand bedraagt. Dit percentage geldt wanneer een persoon gebruikt maakt van de woning, bij samenwonen wordt dit percentage gehalveerd tot 21,5%;
- voor de kosten van het levensonderhoud wordt 75% gehanteerd indien er sprake is van het sociaal minimum van USD 907,-. Het normbedrag is dan USD 680,-. en dit normbedrag wordt verhoogd tot USD 747,- per maand voor inkomens boven USD 1.500,-. Het gerecht zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over toepassing van deze standaardnormen. Daarnaast dienen partijen over de laatste zes maanden alle inkomensgegevens in te dienen en een kostenoverzicht met daarin onderbouwd de maandelijkse vaste lasten, (periodieke) betalingen en kosten van levensonderhoud, zodat de draagkracht van beide partijen en de behoefte van de vrouw kan worden berekend in het geval de voorgestelde methode zal worden toegepast, en anders zonder toepassing van die methode. De gevraagde reactie en genoemde gegevens moeten beide partijen (uiterlijk) indienen op de rol van 1 oktober aanstaande. De beslissing op dit verzoek wordt aangehouden.
3.8.
Het verzoek van de man tot scheiding en deling van de ontbonden huwelijksgemeenschap, wordt als onweersproken toegewezen evenals het verzoek tot benoeming van een notaris. Het verzoek tot benoeming van een onzijdig persoon is tijdens de behandeling door de man ingetrokken.
3.9.
Omdat in het tegenverzoek van de vrouw ten onrechte geen griffierecht is geheven, zal dat worden nageheven.
3.01.
De beslissingen in deze tussenbeschikking zullen uitvoerbaar bij voorraad worden bepaald met uitzondering van de beslissing tot de echtscheiding.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de scheiding van tafel en bed uit tussen partijen, gehuwd op 23 juni 2014 te Curaçao;
4.2.
bepaalt dat partijen gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te Bonaire:
4.3.
verstaat dat de griffie van het Gerecht deze beslissing aantekent in het gezagsregister;
4.4.
bepaalt dat de minderharige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te Bonaire hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw:
4.5.
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te Bonaire met ingang van de eerste van de maand volgend op de datum van deze beschikking op USD 350,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling, te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
4.6.
beveelt partijen over te gaan tot de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap. Benoemt als notaris mr. K.F. Arends en als onzijdig persoon R. Anzola;
4.7.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad met uitzondering van de beslissing onder 4.1.
4.8
verwijst de zaak naar de
rolzitting van 1 oktober 2025opdat:
- de vrouw een reactie overlegt op het voorstel van de man voor de invulling van de omgangsregeling tussen hem en de minderjarige;
- beide partijen reageren op de door het gerecht voorgestelde berekeningsmethode voor de berekening van de behoefte van de vrouw;
-beide partijen de inkomensgegevens van de laatste zes maanden verstrekken en een kostenoverzicht met daarin onderbouwd de maandelijkse vaste lasten, (periodieke) betalingen en kosten van levensonderhoud.
Houdt een beslissing omtrent de vaststelling van een zorg- en een contactregeling tussen de man en de minderjarige en de partneralimentatie ten behoeve van de vrouw
aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.