ECLI:NL:OGEABES:2025:85

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
BON202500073
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling definitieve kinderalimentatie en voorlopige omgangsregeling tussen vader en minderjarig kind

De moeder en vader zijn in geschil over de vaststelling van kinderalimentatie en een omgangsregeling voor hun minderjarige kind, geboren in 2013 in Venezuela. Eerder was een voorlopige bijdrage vastgesteld, maar de vader had deze onterecht verlaagd na een herberekening door de Voogdijraad, die slechts een advies uitbracht. De Voogdijraad maakte een herberekening van de draagkracht van beide ouders, rekening houdend met eerdere verplichtingen van de vader ten behoeve van twee andere minderjarigen in Portugal.

De behoefte van het kind werd vastgesteld op USD 730 per maand, inclusief extra kosten voor Nederlandse en Engelse taalbijlessen en opvang bij het Kidscollege, noodzakelijk vanwege de recente verhuizing van het kind naar Bonaire en de taalachterstand. De ouders hebben gelijke draagkracht, waardoor ieder de helft van de behoefte moet bijdragen, zijnde USD 365 per maand. Deze definitieve bijdrage gaat in per 1 december 2025.

Daarnaast heeft de Voogdijraad geadviseerd een voorlopige omgangsregeling vast te stellen voor drie maanden met zes omgangsmomenten. Ouders hebben een regeling getroffen waarbij vader het kind op woensdag en donderdag na school ophaalt en terugbrengt, en om de twee weken op zaterdag omgang heeft. Deze regeling kan in onderling overleg worden uitgebreid. De omgangsregeling wordt geëvalueerd op 10 december 2025, waarbij het kind ook wordt gehoord.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de behandeling wordt aangehouden tot de evaluatie van de omgangsregeling.

Uitkomst: De vader moet vanaf 1 december 2025 een definitieve kinderalimentatie van USD 365 per maand betalen en de voorlopige omgangsregeling wordt vastgesteld.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202500073
Datum uitspraak: 12 november 2025
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[de moeder],
hierna: de moeder,
wonend te Bonaire,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
en
[de vader],
hierna: de vader,
wonende te Bonaire,
procederende in persoon,
met betrekking tot het minderjarige kind:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te Venezuela, hierna: [minderjarige].

1.Het procesverloop.

1.1.
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 26 maart 2025, waarin de beslissingen op het verzoek van de Voogdijraad tot vaststelling van een bijdrage in de kosten en verzorging van [minderjarige] en ook op het zelfstandig verzoek van de man voor een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen, zijn aangehouden.
1.2.
De verdere procedure blijkt uit:
- de nadere akte herberekening kinderalimentatie van de Voogdijraad met bijlagen, ingediend op 24 juni 2025 en
- het rapport van de Voogdijraad van 1 oktober 2025 met betrekking tot het advies voor een (voorlopige) omgangsregeling tussen [minderjarige] en de vader.
1.3.
De akte uitlating van 29 oktober 2029 zijdens de moeder en de schriftelijke reactie van de vader van 29 oktober 2025.
1.4.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 november 2025. Daarbij zijn verschenen:
- de moeder met haar gemachtigde voornoemd,
- de vader in persoon,
- [ medewerker Voogdijraad] namens de Voogdijraad.
1.5.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In de beschikking van 26 maart 2025 is bepaald dat de vader met ingang van 1 april 2025 voorlopig een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] dient te betalen van USD 330,00 per maand. De verplichting geldt voor vader totdat de definitieve bijdrage zal zijn vastgesteld. Naar aanleiding van de herberekening door de Voogdijraad op 24 juni 2025, heeft vader de betaling van deze bijdrage meteen verminderd tot USD 155,00 per maand. Dat is onterecht nu de herberekening van de Voogdijraad een advies aan het Gerecht is en geen vaststelling van een nieuw maandbedrag. De vader dient de daardoor ontstane achterstand in de betalingen alsnog aan de moeder te betalen.
2.2.
De Voogdijraad heeft een herberekening van de draagkracht van beide ouders gemaakt ter vaststelling van de definitieve onderhoudsbijdrage die de vader ten behoeve van [minderjarige] zal moeten gaan betalen. Eerder ontbraken daarvoor de financiële bescheiden van beide ouders. De Voogdijraad heeft in de herberekening rekening gehouden met de twee minderjarigen uit een eerdere relatie van vader, die met hun moeder in Portugal wonen. Nu vader onbetwist heeft aangevoerd dat hij ten behoeve van die twee minderjarigen maandelijks een bedrag van USD 200,00 â 250,00 overmaakt, zal het gerecht rekening houden met (nagenoeg) een gemiddelde daarvan ad USD 230,00 per maand. Hierdoor komen de vader en de moeder op exact dezelfde draagkracht uit van USD 399,00 per maand, hetgeen inhoudt dat zij ieder voor exact de helft dienen bij te dragen aan de behoefte van [minderjarige], na aftrek van de kinderbijslag die moeder ontvangt.
De Voogdijraad heeft die behoefte berekend op USD 450,00, maar heeft daarbij geen rekening gehouden met een door de moeder aangevoerde extra behoefte van USD 280,00 per maand voor het Kidscollege, waar [minderjarige] na school naar toegaat en onder andere Nederlandse- taalbijlessen krijgt en ook niet met USD 120,00 voor nog extra Engelse taalbijlessen. De Nederlandse bijlessen en ook zijn opvang bij het Kidscollege heeft [minderjarige] nodig , nu [minderjarige] in februari 2022 als Spaanstalig kind op verzoek van vader in het kader van de gezinshereniging met moeder naar Bonaire is verhuisd. [minderjarige] zit nu in de eerste klas van de Vwo-opleiding van Liseo. Tussen ouders is niet in het geschil dat [minderjarige] die Nederlandse bijlessen en opvang voorlopig nog nodig zal hebben. De vader heeft eerder ook hieraan bijgedragen, maar is daarmee opeens gestopt.
In afwijking van de door de Voogdijraad berekende behoefte ad USD 450,00, zal het gerecht de behoefte daarom vaststellen op USD 730,00 per maand. De vader dient, evenals de moeder, daar een bijdrage aan te leveren van USD 365,00 per maand. Deze definitieve bijdrage zal ingaan op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, op 1 december 2025.
2.3.
De Voogdijraad heeft in zijn rapport van 1 oktober 2025 geadviseerd voor de duur van drie maanden een voorlopige omgangsregeling met zes omgangsmomenten tussen [minderjarige] en vader vast te stellen. Vader en moeder werken ondertussen mee aan vrijwillige hulpverlening van ZJCN, die deze omgangsmomenten desgewenst kan begeleiden en tussentijds kan evalueren. Naar aanleiding van dit advies hebben ouders de volgende voorlopige omgangsregeling met elkaar afgesproken:
op woensdag en donderdag zal vader [minderjarige] om 14.45 uur thuis ophalen voor zijn naschoolse lessen en hem daarna terugbrengen naar huis om 18.00 uur;
om de twee weken op zaterdag van 16:00 uur tot 18:00 uur, te beginnen op 8 november 2025 zullen zij omgang hebben;
indien [minderjarige] zich op termijn comfortabel voelt met langere omgangsmomenten, kunnen ouders deze voorlopige omgangsregeling in onderling overleg uitbreiden.
2.4.
Deze voorlopige omgangsregeling zal worden geëvalueerd op de terechtzitting van 10 december 2025 om 12.30 uur. [minderjarige] zal worden uitgenodigd voor een kindgesprek op 9 december 15.30 uur.

3.De beslissing

3.1.
Bepaalt de door de man te betalen (definitieve) bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te Venezuela, met ingang van 1 december 2025 op USD 365,00 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen op de eerste van elke maand;
3.2.
stelt de voorlopige omgangsregeling tussen [minderjarige] en vader vast zoals hiervoor weergegeven in rechtsoverweging 2.3.;
3.3.
houdt de behandeling in verband met de evaluatie van de voorlopige omgangsregeling aan tot 10 december 2025 om 12.30 uur.
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.