In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 22 oktober 2025 een beschikking gegeven met betrekking tot het gezag, de hoofdverblijfplaats, kinderalimentatie en omgang van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Curaçao. De verzoeker, de man, en de verweerster, de vrouw, zijn betrokken bij deze procedure. De Voogdijraad Caribisch Nederland heeft advies uitgebracht over de gezagssituatie en de omgangsregeling. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven geen bezwaar meer te hebben tegen het eenhoofdig gezag van de vrouw over [minderjarige]. Het gerecht heeft besloten dat de vrouw het eenhoofdig gezag krijgt en dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar zal zijn.
Wat betreft de kinderalimentatie heeft het gerecht vastgesteld dat de man een bijdrage van USD 315,47 per maand moet betalen, met ingang van 1 november 2025. Dit bedrag is gebaseerd op de berekeningen van de Voogdijraad, waarbij rekening is gehouden met de woonlasten van de vrouw, die samenwoont met haar partner. De omgangsregeling is vastgesteld op basis van het advies van de Voogdijraad, waarbij [minderjarige] in de vakanties bij de man zal zijn, tenzij anders overeengekomen. De kosten voor het vervoer van [minderjarige] worden door beide partijen gedeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissingen onmiddellijk moeten worden nageleefd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.