ECLI:NL:OGEABES:2025:91

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
BON202500379
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en omgangsregeling tussen ouders met minderjarig kind

In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen een man en een vrouw, die op 30 november 2007 met elkaar zijn getrouwd. De man heeft verzocht om de echtscheiding uit te spreken, wat door de vrouw niet is betwist. Tijdens de mondelinge behandeling op 22 oktober 2025 hebben beide partijen verklaard dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht en hebben zij afstand gedaan van het recht om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. De rechter heeft de echtscheiding uitgesproken op basis van artikel 1:151 BW BES.

Daarnaast hebben partijen afspraken gemaakt over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind, de omgangsregeling en kinderalimentatie. De hoofdverblijfplaats van het kind is bij de man vastgesteld, en er is een omgangsregeling afgesproken waarbij het kind om de week bij de man en de vrouw verblijft. De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de man over de hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie, maar de man heeft zijn verzoek om kinderalimentatie ingetrokken. De proceskosten zijn gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is openbaar uitgesproken door rechter Keltjens.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500379
datum beslissing: 12 november 2025
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te Bonaire,
verzoeker,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. Z.V.I. Balborda-Isenia,
tegen
[verweerster],
wonende te Bonaire,
verweerster,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 31 juli 2025 op de griffie van het gerecht ingediend. Aanvullend zijn op 7 augustus 2025 drie bijlagen van de man ingekomen. De vrouw heeft op 25 september 2025 een verweerschrift met bijlagen ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2025. De man is verschenen, bijgestaan door mr. Balborda-Isenia. De vrouw is verschenen, bijgestaan door mr. Winkel. Namens de Voogdijraad CN is de heer [medewerker Voogdijraad] verschenen.
1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter op 27 oktober 2025 buiten de aanwezigheid van anderen gesproken met het minderjarige kind van partijen.
1.4.
Tot slot is de uitspraak bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 30 november 2007 zijn de man en de vrouw op Bonaire met elkaar getrouwd onder huwelijkse voorwaarden inhoudende dat de woning aan de [adres 10] buiten de vermogensgemeenschap van partijen valt.
2.2.
Tijdens het huwelijk is het volgende op dit moment nog minderjarige kind geboren:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te Bonaire (hierna: [minderjarige]).

3.Het verzoek

3.1.
De man verzoekt het gerecht om:
de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
te bepalen dat de echtscheiding zal worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van het eilandgebied Bonaire;
te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man zal zijn;
te bepalen dat [minderjarige] in het kader van een omgangsregeling voor de helft van de tijd bij de man en voor de helft van de tijd bij de vrouw zal zijn;
te bepalen dat partijen het gezamenlijk gezag behouden over [minderjarige];
kinderalimentatie vast te stellen ten laste van de vrouw;
de proceskosten te compenseren.
3.2.
De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de man over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en de kinderalimentatie.

4.De beoordeling

De echtscheiding zal worden uitgesproken
4.1.
De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek van de man om de echtscheiding uit te spreken is niet weersproken en zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) worden toegewezen.
4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen verklaard dat zij berusten in de echtscheiding. Daarmee hebben partijen afstand gedaan van de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen het uitspreken van de echtscheiding. De griffier zal worden verzocht een daartoe strekkende griffiersverklaring te verstrekken.
4.3.
De man verzoekt het gerecht om te bepalen dat de echtscheiding zal worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van het eilandgebied Bonaire. Dat verzoek is niet toewijsbaar. Op grond van artikel 1:163 lid 1 BW BES komt een echtscheiding tot stand door de inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Volgens lid 2 van het hiervoor genoemde artikel geschiedt de inschrijving op verzoek van partijen of van één van hen. Omdat partijen hebben berust in de echtscheiding, kunnen zij gezamenlijk of één van hen de echtscheiding na vandaag laten inschrijven. Voor het gerecht is voor de inschrijving van de beschikking geen rol weggelegd.
Partijen blijven gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige]
4.4.
Partijen hebben op grond van artikel 1:251 lid 2 BW BES een eensluidend verzoek gedaan om gezamenlijk belast te blijven met de uitoefening van het gezag over [minderjarige]. Het is niet gebleken dat het belang van [minderjarige] zich tegen dit verzoek verzet. Het gerecht zal het verzoek van partijen daarom toewijzen.
De hoofdverblijfplaats van [minderjarige], omgangsregeling en kinderalimentatie
4.5.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afspraken gemaakt over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige], een omgangsregeling met [minderjarige] en kinderalimentatie.
4.6.
Partijen hebben afgesproken dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man zal zijn. Het is het gerecht niet gebleken dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet. Het verzoek om te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man zal zijn zal daarom worden toegewezen.
4.7.
Partijen hebben ook afspraken gemaakt over de omgang met [minderjarige]. Partijen zijn het eens over een omgangsregeling waarbij [minderjarige] de ene week bij de man en de daaropvolgende week bij de vrouw verblijft. Verder is afgesproken dat [minderjarige] op 24 december 2025 bij de vrouw en op 25 december 2025 bij de man zal verblijven. Op 26 december 2025 zal [minderjarige] bij haar eigen vrienden en vriendinnen verblijven. [minderjarige] mag zelf bepalen waar zij oud- en nieuwjaar zal doorbrengen. Tijdens de andere vakanties zal de omgangsregeling waarbij [minderjarige] de ene week bij de vrouw en de andere week bij de man verblijft doorlopen. Als de man of de vrouw op vakantie gaan zullen zij in gezamenlijk overleg afspraken maken over de omgang met [minderjarige]. Het is het gerecht niet gebleken dat het belang van [minderjarige] zich tegen deze afspraken verzet. De tussen partijen afgesproken omgangsregeling zal daarom in deze beschikking worden vastgelegd.
4.8.
De man heeft zijn verzoek om ten laste van de vrouw kinderalimentatie vast te stellen ingetrokken. Daarover hoeft dus niet te worden beslist.
Proceskosten zullen worden gecompenseerd
4.9.
Vanwege het familierechtelijke karakter van deze zaak zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 30 november 2007 te Bonaire;
5.2.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat partijen berusten in de in deze beschikking onder rechtsoverweging 5.1. uitgesproken echtscheiding;
5.3.
bepaalt dat partijen met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand gezamenlijk met het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te Bonaire, belast blijven;
5.4.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing uit rechtsoverweging 5.3. in het gezagsregister;
5.5.
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man zal zijn;
5.6.
stelt per vandaag de volgende omgangsregeling vast tussen partijen en [minderjarige]:
- [minderjarige] verblijft de ene week bij de man en de daarop volgende week bij de vrouw;
- [minderjarige] verblijft op 24 december 2025 bij de vrouw;
- [minderjarige] verblijft op 25 december 2025 bij de man;
- [minderjarige] verblijft op 26 december 2025 bij haar eigen vrienden;
- [minderjarige] bepaalt zelf waar zij 1 januari 2026 verblijft;
- tijdens de overige schoolvakanties verblijft [minderjarige] bij degene bij wie zij tijdens de gebruikelijke omgangsregeling (zie eerste streepje) zou verblijven;
5.7.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.8.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad met uitzondering van de beslissing onder 5.1.;
5.9.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.