Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Zittingsplaats Saba
1.[verzoeker],
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
[verzoekster], wonende te Nederland. Het betreft de onroerende zaak:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om het eigendom van een perceel in Windwardside, Saba, toe te kennen op grond van de wettelijke regeling voor langdurig onverdeelde nalatenschappen (artikel 3:200a BW BES). Het perceel was in bezit van hun overgrootvader, die bij testament zijn kleinzoon tot erfgenaam benoemde. Verzoekers zijn de enige kinderen van deze kleinzoon en daarmee gerechtigd tot de nalatenschap. Het perceel is nooit geregistreerd in de openbare registers.
Het Openbaar Lichaam Saba (OLS) is belanghebbende en heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eigendomstoekenning aan verzoekers. Het domeinbeginsel is niet ingeroepen, en er is geen noodzaak tot ontwikkeling van het perceel. Het Gerecht acht verzoekers gebruikers van het perceel en past de regeling toe om het perceel toe te kennen aan één verzoeker, om nieuwe onverdeeldheid te voorkomen.
Verzoekers hebben een onderlinge regeling getroffen waarbij het perceel op naam van verzoekster wordt gesteld, met behoud van aanspraken van verzoeker op de helft van de waarde bij verkoop. Het Gerecht kent het perceel toe aan verzoekster en bepaalt de openbare bekendmaking en inschrijving in de registers. De beschikking is uitgesproken op 14 januari 2026.
Uitkomst: Het perceel in Windwardside Saba wordt toegekend aan verzoekster op grond van artikel 3:200a BW BES.