ECLI:NL:OGEABES:2026:112

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
BON202500475
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BW BESArt. 1:251 lid 2 BW BESArt. 1:20 lid 1 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met gezamenlijke gezagsregeling en verdeling huwelijksgoederengemeenschap

De man heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend tegen de vrouw, beiden woonachtig te Bonaire. Het huwelijk dateert uit 2007 en er zijn twee kinderen uit voortgekomen, waarvan één inmiddels meerderjarig is. Tijdens de procedure heeft de vrouw haar verzet tegen de echtscheiding opgegeven, waardoor het verzoek op grond van de wet wordt toegewezen.

De huwelijksgoederengemeenschap zal worden gescheiden en verdeeld, waarbij partijen worden verplicht dit te doen ten overstaan van een notaris. Een verzoek tot benoeming van een onzijdig persoon voor de verdeling is afgewezen omdat geen aanwijzingen zijn dat partijen niet zullen meewerken.

Met betrekking tot de minderjarige kinderen is bepaald dat het gezamenlijk gezag blijft bestaan over de jongste, ondanks communicatieproblemen tussen de ouders. De hoofdverblijfplaats van het kind wordt vastgesteld bij de moeder. De man zal een kinderalimentatie van $350 per maand betalen, ingaande 1 juni 2026. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met gezamenlijke gezagsregeling, hoofdverblijfplaats bij moeder en vastgestelde kinderalimentatie.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500475
datum beslissing: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de man],
wonende te Bonaire,
verzoeker,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[de vrouw],
wonende te Bonaire,
verweerster,
hierna: de vrouw,
procederend in persoon.

1.De verdere procedure

1.1.
Voor het verloop van de procedure tot 30 december 2025 wordt verwezen naar de beschikking van die datum.
1.2.
Op 17 maart 2026 heeft het gerecht van de gemachtigde van de man, mr. Nicolaas, aanvullende stukken ontvangen en de mededeling dat de man de procedure wenst voort te zetten.
1.3.
De voortgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 mei 2026. De man is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. De vrouw is verschenen in persoon.
1.4.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

2.De feiten

2.1.
Op [huwelijksdatum] 2007 zijn de man en de vrouw in Dordrecht (Nederland) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren:
  • [kind 1], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), hierna: [kind 1];
  • [kind 2], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), hierna: [kind 2].

3.De verdere beoordeling

3.1.
Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling heeft de vrouw verklaard zich niet meer te verzetten tegen het echtscheidingsverzoek van de man. Het verzoek van de man om de echtscheiding uit te spreken zal daarom als op de wet gegrond (art. 1:151 BW Pro BES) worden toegewezen.
3.2.
Het verzoek om partijen te veroordelen tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap is door de vrouw niet weersproken. Het gerecht zal daarom bepalen dat partijen, na inschrijving van de beschikking in de openbare registers, overgaan tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap.
3.3.. Met betrekking tot het verzoek een notaris te benoemen ten overstaan van wie de scheiding en deling zal plaatsvinden overweegt het gerecht dat een beslissing tot verdeling van de gemeenschap ook een bevel tot verdeling ten overstaan van een notaris inhoudt. De benoeming van een notaris door de rechter vindt pas plaats op het moment dat partijen het niet eens kunnen worden over de keuze van de notaris. Dit laatste is door partijen niet gesteld. Het gerecht zal daarom bevelen dat partijen ten overstaan van een notaris overgaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
3.4.
Ten aanzien van het verzoek tot benoeming van een onzijdig persoon overweegt het gerecht dat gesteld noch gebleken is dat partijen geen medewerking zullen verlenen aan de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Het gerecht zal dit verzoek daarom afwijzen.
3.5.
De man heeft verzocht te bepalen dat partijen gezamenlijk belast blijven met het gezag over hun minderjarige kinderen. [kind 1] is inmiddels meerderjarig. De verzochte nevenvoorziening is daarom alleen van toepassing op [kind 2], omdat zij nog minderjarig is. De moeder heeft tijdens de voortgezette mondelinge behandeling te kennen gegeven dat zij hiermee instemt, al heeft zij wel zorgen over gedeeld gezag vanwege de moeizame communicatie tussen partijen. De Voogdijraad heeft partijen in overweging gegeven hiervoor hulp te zoeken bij Akseso. Het gerecht overweegt dat een communicatieprobleem in beginsel geen belemmering is voor voortzetting van het gezamenlijk gezag. Het gerecht gaat ervan uit dat partijen in staat zijn om, zo nodig met hulp, op constructieve wijze te communiceren over aangelegenheden in verband met [kind 2] en beslissingen van enig belang over haar in onderling overleg te nemen. Gegronde vrees dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van [kind 2] zouden worden verwaarloosd, ziet het gerecht niet. Het gerecht zal dan ook (op de voet van artikel 1:251 lid 2 BW Pro BES) bepalen dat de man en de vrouw na de beëindiging van het huwelijk gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [kind 2] belast blijven.
3.6.
De man heeft verzocht te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw zal zijn. Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is gebleken dat de man en de vrouw het hierover eens zijn. Het gerecht zal daarom bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [kind 2] bij de vrouw is.
3.7.
De man heeft verzocht te bepalen dat hij een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [kind 1] en [kind 2] aan de vrouw zal betalen van $ 250,00 per kind per maand. Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is gebleken dat, nu [kind 1] meerderjarig is, het verzoek alleen nog betrekking heeft op [kind 2]. De man is bereid en heeft de mogelijkheid een bijdrage te betalen in de kosten van verzorging en opvoeding voor [kind 2] van $ 350,00 per maand. De vrouw heeft ter zitting verklaard hiermee akkoord te gaan. Het gerecht overweegt dat nu de ouders het eens zijn over de hoogte van de kinderalimentatie voor [kind 2] een berekening door de Voogdijraad achterwege kan blijven. Het gerecht zal de overeengekomen kinderalimentatie daarom dienovereenkomstig vaststellen. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat, zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 juni 2026.
3.8.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in de daaropvolgende maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.
3.9.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man aan het gerecht verzocht een griffiersverklaring af te geven, waarbij partijen verklaren geen hoger beroep in te stellen. Ter zitting is niet gebleken dat de vrouw dit verzoek ondersteunt. Het gerecht zal dit verzoek dan ook afwijzen. De beslissing over de echtscheiding zal ook niet, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. De inschrijving van de echtscheidingsbeschikking kan pas geschieden nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan (art. 1:20 lid 1 BW Pro BES). Dit betekent dat ook de met de echtscheiding samenhangende overige beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad zullen worden verklaard.
3.10.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, omdat partijen (ex) echtgenoten zijn.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] 2007 te Dordrecht (Nederland);
4.2.
bepaalt dat partijen met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand gezamenlijk met het gezag over
[kind 2], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), belast blijven;
4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing uit rechtsoverweging 4.2. in het gezagsregister;
4.4.
bepaalt dat, met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand, de hoofdverblijfplaats van [kind 2] bij de vrouw zal zijn;
4.5.
beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daarvoor bestemde registers, ten overstaan van een notaris met elkaar over te gaan tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;
4.6.
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige
[kind 2], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), met ingang van 1 juni 2026 op totaal $ 350,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
4.7.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.8.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.