ECLI:NL:OGEABES:2026:123

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
BON202600247
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:295 BW BESArt. 1:246 BW BESArt. 1:244 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van voogd over minderjarige ouders in het belang van het kind

De Voogdijraad Caribisch Nederland verzocht de rechtbank om de grootmoeder te benoemen tot voogd over een minderjarige, wiens ouders zelf minderjarig zijn en daardoor niet bevoegd zijn het gezag uit te oefenen. De moeder en vader zijn respectievelijk geboren in 2010 en 2009 en kunnen het gezag niet dragen. De moeder heeft overwogen meerderjarigverklaring aan te vragen, maar acht zichzelf nog niet stabiel genoeg.

De rechtbank hield op 27 mei 2026 een mondelinge behandeling waarbij de vader, moeder, grootmoeder en een vertegenwoordiger van de Voogdijraad aanwezig waren. De Voogdijraad bracht op 13 april 2026 een rapport uit waarin werd geadviseerd de grootmoeder als voogd te benoemen. Zowel de moeder als de grootmoeder gingen akkoord met dit voorstel.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een gezagsvacuüm en dat het in het belang van de minderjarige is om de grootmoeder als voogd te benoemen. De beschikking werd direct mondeling uitgesproken en later schriftelijk bevestigd. De benoeming is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het openbare gezagsregister.

Uitkomst: De grootmoeder wordt benoemd tot voogd over de minderjarige vanwege het gezagsvacuüm door minderjarige ouders.

Uitspraak

AGERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600247
datum beslissing: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2026 te [geboorteplaats],
wonende te Bonaire,
hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbende worden aangemerkt:
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder,
en
[de oma],
wonende te Bonaire,
hierna: de oma.

1.De procedure

1.1.
Op 11 mei 2026 heeft het gerecht een verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad ontvangen om de zus te belasten met de voogdij over [de minderjarige].
1.2.
Op 27 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn de vader, de moeder en de oma van [de minderjarige] verschenen. Namens de Voogdijraad is [medewerker voogdijraad] verschenen. Mevrouw [tolk] is als beëdigd tolk aanwezig geweest.
1.3.
De rechter heeft na de behandeling direct mondeling uitspraak gedaan.

2.De feiten

2.1.
De moeder is geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats], en is thans nog minderjarig.
2.2.
De vader is geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats], en is thans nog minderjarig.
2.3.
De Voogdijraad heeft onderzoek gedaan naar de vraag of het in het belang van [de minderjarige] is om de voogdij te beleggen bij de oma. Op 13 april 2026 heeft de Voogdijraad een rapport uitgebracht.
2.4.
De oma heeft zich bereid verklaard om de voogdij over [de minderjarige] op zich te nemen.

3.De beoordeling

3.1.
De Voogdijraad verzoekt om de oma te belasten met de tijdelijke voogdij over de minderjarige [de minderjarige].
3.2.
In artikel 1:295 BW Pro BES is bepaald dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. De moeder is minderjarig en zij is ingevolge artikel 1:246 BW Pro BES onbevoegd om het gezag uit te oefenen. Sinds de geboorte is er dus sprake van een gezagsvacuüm.
3.3.
De moeder heeft onderzocht of zij een verzoek tot meerderjarigverklaring wil indienen om zelf het gezag te kunnen uitoefenen. Zij heeft hier echter van afgezien, omdat zij zichzelf thans nog onvoldoende stabiel en ervaren acht. De moeder wenst dat de voogdij vooralsnog aan de oma wordt opgedragen, totdat de moeder de meerderjarige leeftijd heeft bereikt en in staat is zelf het gezag te dragen.
3.4.
De Voogdijraad vindt het in het belang van het ongeboren kind om de oma als voogd te benoemen. De moeder en de oma zijn akkoord met dit advies. Het gerecht sluit zich aan bij het advies van de Voogdijraad.
3.5.
Het gerecht acht het in het belang van [de minderjarige] om de oma tot voogdes te benoemen. Nu voor het overige ook niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het verzoek worden toegewezen.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
benoemt
[de oma], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats], tot voogd over de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2026 te [geboorteplaats];
4.2.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de onder 4.1. gegeven beslissing in het in artikel 1:244 BW Pro BES genoemde openbare gezagsregister;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, mondeling uitgesproken op 27 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.