In deze zaak gaat het om de verdere verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen na een eerder tussenvonnis waarbij een gedeeltelijke verdeling is vastgesteld. De woning moest worden verkocht en de opbrengst gelijkelijk verdeeld, terwijl het huurrecht van een kunuku aan gedaagde werd toegewezen met een nog te bepalen vergoeding aan eiser.
Partijen zijn er niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over de verdere verdeling en de woning is nog niet verkocht. Gedaagde heeft geen voorstel ingediend, terwijl eiser enkele posten benoemde zonder volledige duidelijkheid over hun toebehoren aan de gemeenschap. Daarnaast ontbreekt informatie over banktegoeden, schulden en de verdeling van containers.
Het gerecht constateert dat op basis van de huidige informatie geen verdere verdeling mogelijk is en verwijst de zaak naar de parkeerrol van 24 juni 2026. Partijen kunnen de zaak weer op de rol brengen zodra de woning is verkocht en zij een concreet en onderbouwd voorstel kunnen doen. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.