ECLI:NL:OGEABES:2026:133

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
BON202600179
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:295 BW BESArt. 1:244 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van zus tot voogd over minderjarige na overlijden moeder

De moeder van de minderjarige is overleden, waardoor er een gezagsvacuüm ontstond. De Voogdijraad heeft onderzocht of het in het belang van de minderjarige is om de zus als voogd aan te stellen. De zus heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen en de vader stemt hiermee in.

Tijdens de zitting is gebleken dat de relatie tussen vader en zus niet zonder problemen is, maar het gerecht benadrukt het belang van een goede verstandhouding tussen alle betrokkenen voor het welzijn van de minderjarige. De minderjarige bevindt zich in een moeilijke periode vanwege het verlies van zijn moeder en zijn examenperiode.

Het gerecht volgt het advies van de Voogdijraad en benoemt de zus tot voogd, waarbij tevens wordt bepaald dat deze beschikking wordt geregistreerd in het openbare gezagsregister en uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

Uitkomst: De zus wordt benoemd tot voogd over de minderjarige na het overlijden van de moeder.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600179
datum beslissing: 4 juni 2026
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteland],
wonende te Bonaire,
hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader
en
[de zus],
wonende te Bonaire,
hierna: de zus.

1.De procedure

1.1.
Op 7 april 2026 heeft het gerecht een verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad ontvangen om de zus te belasten met de voogdij over [de minderjarige].
1.2.
Op 19 mei 2026 heeft de rechter gesproken met [de minderjarige]. Daar was mevrouw [vertrouwenspersoon] bij aanwezig als vertrouwenspersoon van [de minderjarige].
1.3
Op 20 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn de vader en de zus van [de minderjarige] verschenen. Namens de Voogdijraad zijn mevrouw [medewerker voogdijraad 1] en mevrouw [medewerker voogdijraad 2] verschenen. Mevrouw [vertrouwenspersoon] is als vertrouwenspersoon van de zus aanwezig geweest. Mevrouw K.S.D. Thielman is als beëdigd tolk aanwezig geweest.
1.4.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.De feiten

2.1.
De moeder van [de minderjarige] is op [overlijdensdatum] 2026 te Bonaire overleden. Zij was van rechtswege alleen belast met het gezag over [de minderjarige]. De vader heeft [de minderjarige] erkend.
2.2.
De Voogdijraad heeft onderzoek gedaan naar de vraag of het in het belang van [de minderjarige] is om de voogdij te beleggen bij de zus. Op 27 maart 2026 heeft de Voogdijraad een rapport uitgebracht.
2.3.
De zus heeft zich bereid verklaard om de voogdij over de nu nog minderjarige [de minderjarige] op zich te nemen.

3.De beoordeling

3.1.
In artikel 1:295 BW Pro BES is bepaald dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. Door het overlijden van de moeder van [de minderjarige] is er sinds [overlijdensdatum moeder] 2026 sprake van een gezagsvacuüm.
3.2.
De Voogdijraad adviseert en verzoekt het gerecht om de zus te belasten met de voogdij over [de minderjarige]. De Voogdijraad heeft, op verzoek van [de minderjarige] zelf, niet onderzocht of een meerderjarigheidsverklaring van toepassing kan zijn. [de minderjarige] woont bij het gezin van zijn zus in de woning waar hij met zijn moeder woonde. Hij heeft regelmatig contact met zijn vader. De vader is akkoord met de benoeming van de zus tot voogdes.
3.3.
Ter zitting is gebleken dat de verhouding tussen de vader en de zus niet probleemloos is. Het gerecht benadrukt dat het voor [de minderjarige] van essentieel belang is dat het contact tussen [de minderjarige], de zus en de vader goed verloopt. [de minderjarige] bevindt zich momenteel in een zeer zware periode; hij verwerkt het overlijden van zijn moeder en zit midden in zijn examenperiode. Onder deze omstandigheden mag van de vader en de zus worden gevergd dat zij voorkomen dat [de minderjarige] het gevoel krijgt tussen hen te moeten kiezen.
3.4.
Het gerecht sluit zich aan bij het advies van de Voogdijraad. Onder de huidige omstandigheden moet benoeming van de zus tot voogd het meest in het belang van [de minderjarige] worden geacht. Nu voor het overige ook niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het verzoek worden toegewezen.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
benoemt
[de zus],geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteland], tot voogd over de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteland];
4.2.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de onder 4.1. gegeven beslissing in het in artikel 1:244 BW Pro BES genoemde openbare gezagsregister;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.