ECLI:NL:OGEABES:2026:144

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
BON202600218
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking gezagsvoorziening na echtscheiding met gezamenlijk gezag

Op 27 mei 2026 sprak het gerecht de echtscheiding uit tussen verzoekers en nam het de onderlinge regelingen uit het echtscheidingsconvenant over. Echter, het gerecht had ook moeten voorzien in het gezag over het minderjarige kind, wat niet was gebeurd.

Verzoekers wilden het gezamenlijk gezag na echtscheiding voortzetten, zoals blijkt uit het convenant. Het gerecht stelde voor de beschikking te herstellen en dit gezamenlijk gezag alsnog vast te stellen, waarmee verzoekers instemden.

Het gerecht oordeelde dat sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was. Daarom wijzigde het de beschikking van 27 mei 2026 door het gezamenlijk gezag over het minderjarige kind te bepalen en de griffier te gelasten dit in het gezagsregister aan te tekenen.

De rest van de oorspronkelijke beschikking bleef ongewijzigd. De herstelbeschikking werd op 17 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter H.L. Wattel.

Uitkomst: De beschikking van 27 mei 2026 wordt hersteld door het gezamenlijk gezag over het minderjarige kind na echtscheiding vast te stellen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600218
Datum uitspraak: 17 juni 2026
HERSTELBESCHIKKING
in de zaak van:

1.[verzoeker 1],

2.
[verzoeker 2],
beiden wonend te Bonaire,
verzoekers,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.

1.De beoordeling

1.1.
Bij beschikking van 27 mei 2026 heeft het gerecht onder meer de echtscheiding tussen verzoekers uitgesproken en bepaald dat de getroffen onderlinge regelingen uit het echtscheidingsconvenant deel uitmaken van die beschikking.
Gelet op artikel 1:251 lid 2 en Pro 3 BW BES had in die beschikking ook door de rechter moeten worden voorzien in het gezag over het minderjarige kind van verzoekers.
1.2.
Het gerecht begrijpt uit het echtscheidingsconvenant dat verzoekers het gezamenlijk gezag na echtscheiding willen voortzetten. Het gerecht heeft aan de (gemachtigde van de) verzoekers het voornemen kenbaar gemaakt om de beschikking van 27 mei 2026 te herstellen en alsnog te bepalen dat verzoekers na de echtscheiding belast blijven met het gezamenlijk gezag. Zij hebben hiermee ingestemd.
1.3.
Naar het oordeel van het gerecht is er sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, zodat het gerecht zal overgaan tot verbetering van de beschikking van 27 mei 2026 zoals in de beslissing weergegeven.

2.De beslissing

Het gerecht:
2.1.
wijzigt de beschikking van 27 mei 2026 aldus dat het dictum:
“Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2019 te Bonaire;
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 28 april 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking;
4.3.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.”
wordt vervangen door:
“Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2019 te Bonaire;
4.2.
bepaalt dat verzoekers na de echtscheiding gezamenlijk belast blijven met het gezag over de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats],
4.3.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 28 april 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking;
4.4.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.5.
verstaat dat de griffier de beslissing onder 4.2. aantekent in het gezagsregister,
4.6.
wijst het meer of anders verzochte af.”
2.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum
17 juni 2026 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 27 mei 2026,
2.3.
handhaaft de beschikking van 27 mei 2026 voor het overige.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en is uitgesproken op 17 juni 2026 in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier