ECLI:NL:OGEABES:2026:154

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
BON202500586
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1603p BW BESArt. 7A:1603w BW BESArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurovereenkomst yogaschool en resort ongeldig opgezegd; schadevergoeding toegewezen

Smiling Buddha huurde een ruimte van Plaza Resort voor een yogaschool. Plaza Resort begon in januari 2025 met grootschalige verbouwingen en sloopte de gehuurde ruimte, waardoor Smiling Buddha haar activiteiten moest staken en elders voortzetten.

De huurovereenkomst was voor onbepaalde tijd en kon volgens het geldende huurrecht op Bonaire alleen na tussenkomst van de huurcommissie worden opgezegd bij niet-nakoming door de huurder of verkoop van het gehuurde. Plaza Resort had geen geldige opzeggingsgrond en heeft de huurovereenkomst dus niet rechtsgeldig beëindigd.

Door de sloop kon Plaza Resort het gehuurde niet meer ter beschikking stellen, wat een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst opleverde. Smiling Buddha vorderde schadevergoeding voor het huurprijsverschil van de nieuwe locatie, verhuiskosten en omzetverlies. Het Gerecht wees het huurprijsverschil en verhuiskosten toe, maar wees de omzetverliesvorderingen af omdat deze het gevolg waren van eigen keuzes van Smiling Buddha.

Daarnaast werd Plaza Resort veroordeeld tot betaling van een onbetaalde factuur en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst is niet rechtsgeldig opgezegd; Plaza Resort moet schadevergoeding en proceskosten aan Smiling Buddha betalen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500586
datum beslissing: 24 juni 2026
in de zaak van
SMILING BUDDHA STUDIO BONAIRE B.V.,
gevestigd op Bonaire,
eisende partij,
hierna: Smiling Buddha,
gemachtigde: mr. S.C. van Lint,
tegen
PLAZA RESORT BONAIRE B.V.,
gevestigd op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: Plaza Resort,
gemachtigde: mrs. A. Schennink en J.R. Kanhai.

1.Het procesverloop

1.1.
In het procesdossier zitten de volgende stukken:
  • het verzoekschrift van 20 november 2025 met producties;
  • de conclusie van antwoord met producties;
  • de aanvullende producties 17 tot en met 29 van Smiling Buddha.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Namens Smiling Buddha is mevrouw [directeur smiling buddha] (directeur) verschenen, bijgestaan door mr. Van Lint. Namens Plaza Resort zijn de heer [financieel manager Plaza Resort] (financieel manager), de heer [operationeel manager Plaza Resort] (operationeel manager) en de heer [gevolmachtigd door Plaza Resort] verschenen (gevolmachtigd door Plaza Resort), bijgestaan door mrs. Schennink en Kanhai. De spreekaantekeningen die de advocaten van partijen hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat op 24 juni 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1.
Smiling Buddha huurde een ruimte op het terrein Plaza Resort voor de exploitatie van een yogaschool. Op enig moment is Plaza Resort gaan verbouwen en is het gehuurde gesloopt. Smiling Buddha stelt dat Plaza Resort daardoor tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst of onrechtmatig heeft gehandeld. Zij vordert – kort gezegd – dat het Gerecht het voorgaande voor recht verklaart en dat Plaza Resort aansprakelijk is voor schade. Bovendien vordert Smiling Buddha vergoeding van die schade. Plaza Resort zal worden veroordeeld een deel van de gevorderde schade aan Smiling Buddha te vergoeden. Dat wordt hierna uitgelegd.

3.De beoordeling

De achtergrond van het geschil
3.1.
Smiling Buddha huurde een ruimte op het terrein van Plaza Resort voor het geven van yogalessen. Partijen verschillen van mening welke schriftelijke huurovereenkomst van toepassing was; een niet getekende huurovereenkomst van 19 december 2018 of een huurovereenkomst
“Februari 2017”waarvan Plaza Resort stelt dat die door de rechtsvoorganger van Smiling Buddha met haar overeengekomen is. Voor de beoordeling van dit geschil is niet relevant welke huurovereenkomst tussen partijen geldt. Niet in geschil is dát sprake was van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat Smiling Buddha een maandelijkse huurprijs van USD 400 (exclusief btw) aan Plaza Resort verschuldigd was.
3.2.
Plaza Resort is haar resort grootschalig gaan verbouwen. Eind januari 2025 is Plaza Resort begonnen met het slopen van de ruimte die Smiling Buddha van haar huurde. Als gevolg daarvan heeft Smiling Buddha haar activiteiten op het terrein van Plaza Resort gestaakt.
3.3.
Inmiddels exploiteert Smiling Buddha haar yogaschool op een andere locatie op Bonaire. Zij huurt een ruimte voor USD 1.000,00 per maand van Bonaire Basics. Smiling Buddha is met Bonaire Basics overeengekomen dat zij tijdens de avonduren het exclusieve gebruik heeft van het gehuurde. Overdag wordt de ruimte gedeeld met andere huurders.
De huurovereenkomst is niet rechtsgeldig geëindigd
3.4.
Volgens het geldende huurrecht op Bonaire kan een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd alleen, en pas ná tussenkomst van de huurcommissie, opgezegd worden als de huurder niet aan bepaalde wettelijke verplichtingen voldoet of bij verkoop van het gehuurde. [1] Van één van deze twee opzeggingsgronden is in het onderhavige geval geen sprake.
3.5.
De gemachtigde van Plaza Resort betoogt dat onder het Antilliaanse huurrecht dat tot 1 april 2021 op Bonaire van toepassing was een huurovereenkomst ook opgezegd kon worden als sprake was van een rechtmatig belang. Een renovatie of verbouwing van het gehuurde zou een rechtmatig belang op kunnen leveren. Maar een opzeggingsgrond in verband met een rechtmatig belang van de verhuurder staat niet in het op dit moment geldende huurrecht van Bonaire. Hoewel het Gerecht begrip kan opbrengen voor de stelling van Plaza Resort dat dit kan leiden tot onwenselijke situaties, is het aan de wetgever om de wet al dan niet aan te passen en het huidige huurrecht te voorzien in een mogelijkheid tot opzegging bij een rechtmatig belang.
3.6.
Dit betekent dat de huurovereenkomst tussen Smiling Buddha en Plaza Resort niet rechtsgeldig is opgezegd.
3.7.
Eind januari 2025 is Plaza Resort overgegaan tot slopen van het gehuurde. Plaza Resort heeft geen geschikte alternatieve ruimte aan Smiling Buddha aangeboden om haar onderneming voort te zetten. Na de sloop van het gehuurde kon Plaza Resort niet meer het genot van het gehuurde aan Smiling Buddha ter beschikking stellen. Dat betekent dat Plaza Resort tekort is geschoten in de nakoming van die verbintenis uit de huurovereenkomst. De schade die Smiling Buddha daardoor heeft geleden, moet Plaza Resort aan haar vergoeden.
3.8.
Smiling Buddha heeft niet gesteld wat haar afzonderlijk belang is, naast haar vordering tot vergoeding van schade, bij haar gevorderde verklaringen voor recht dat Plaza Resort tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en dat Plaza Resort aansprakelijk is voor haar schade. De gevorderde verklaringen voor recht worden daarom afgewezen.
3.9.
Smiling Buddha vordert verschillende schadeposten in verband met het feit dat zij haar yogaschool noodgedwongen op een andere locatie heeft moeten voortzetten. Die schadeposten worden hierna afzonderlijk besproken.
Verschil in huurprijs voor het huren van nieuwe locatie
3.10.
Nadat Plaza Resort het gehuurde is gaan slopen, is Smiling Buddha op zoek gegaan naar alternatieve bedrijfsruimten om haar yogaschool te exploiteren. Smiling Buddha heeft ervoor gekozen een ruimte van Bonaire Basics te huren. Voor die ruimte betaalt zij een maandelijkse (bruto) huurprijs van USD 1.000,00. Aan Plaza Resort was Smiling Buddha een maandelijkse (bruto) huurprijs van USD 400,00 verschuldigd. Smiling Buddha vordert over een periode van vijf jaar het verschil tussen de huurprijs die zij nu betaalt en de huurprijs die zij voorheen aan Plaza Resort betaalde.
3.11.
Plaza Resort voert terecht aan dat het uitgangspunt bij het vergoeden van schade is dat de schadelijdende partij zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden. De schadeveroorzakende gebeurtenis is in dit geval dat Plaza Resort niet meer het huurgenot aan Smiling Buddha verschaft tegen de voorwaarden waar zij op grond van een huurovereenkomst toe was verplicht. Het kan zo zijn dat Smiling Buddha een niet-marktcon forme huurprijs voor het gehuurde aan Plaza Resort betaalde, maar die gunstige positie heeft zij door de schadeveroorzakende gebeurtenis verloren. Het huurprijsverschil is daarvan een rechtstreeks gevolg.
3.12.
Voor zover Plaza Resort het verweer voert dat Smiling Buddha niet aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan wordt dat verweer verworpen. Smiling Buddha heeft met stukken onderbouwd dat zij juist afgezien heeft van alternatieve locaties met een hogere huurprijs. Bovendien staat de stelling van Plaza Resort dat Smiling Buddha een goedkopere ruimte had kunnen vinden op gespannen voet met haar stelling dat de tussen partijen overeengekomen huurprijs niet marktconform was.
3.13.
Het huurprijsverschil zal, als gevorderd, worden toegewezen over een periode van vijf jaar. De locatie bij Plaza Resort was voor Smiling Buddha ideaal voor haar yogastudio en zij heeft verklaard dat zij niet van plan was de huurovereenkomst op een korte termijn op te zeggen. Plaza Resort heeft niet uitgelegd waarom Smiling Buddha er niet op mocht vertrouwen dat zij nog vijf jaar in het gehuurde kon verblijven. Niet gesteld of gebleken is dat Plaza Resort binnen een periode van vijf jaar een gerechtvaardigd beroep zou kunnen doen op één van de in de wet geregelde opzeggingsgronden.
3.14.
Plaza Resort zal worden veroordeeld om een bedrag van 5 (jaar) x 12 (maanden) x 600,00 (huurprijsverschil) = USD 36.000,00 te betalen.
3.15.
Ten overvloede merkt het Gerecht nog het volgende op. Op de mondelinge behandeling heeft Plaza Resort verklaard dat zij bezig is met het bouwen van een wellness center op haar resort. Het staat partijen vrij om in gesprek te gaan over een oplossing, bijvoorbeeld over de mogelijkheid dat Plaza Resort een nieuwe ruimte aan Smiling Buddha zal verhuren tegen eventuele verrekening van de toegewezen schade over vijf jaar in verband met het huurprijsverschil.
Omzetverlies
3.16.
Smiling Buddha vordert verschillende schadeposten in verband met omzetverlies. Zo stelt zij dat de ruimte die zij huurt van Bonaire Basics kleiner is, waardoor zij per yogales minder personen les kan geven. Daarnaast stelt Smiling Buddha dat zij de ruimte bij Bonaire Basics niet kan gebruiken voor wellness workshops en dat zij geen yogaproducten meer kan verkopen, omdat zij het gehuurde moet delen met andere huurders.
3.17.
Nadat Smiling Buddha het gehuurde bij Plaza Resort noodgedwongen moest verlaten, is zij met verschillende verhuurders van bedrijfsruimten in gesprek gegaan. Uiteindelijk heeft Smiling Buddha ervoor gekozen om een ruimte te huren bij Bonaire Basics die zij deelt met andere huurders en waarvan zij alleen in de avonduren het exclusieve gebruik heeft. Smiling Buddha stelt dat zij een bedrijfsmatige beslissing heeft genomen om geen andere (grotere) ruimte te huren tegen een hogere huurprijs en waarvan zij de enige huurster zou zijn. Dat Smiling Buddha minder deelnemers les kan geven en geen privélessen en welness workshops meer kan geven is een rechtstreeks gevolg van de keuze van Smiling Buddha om de ruimte bij Bonaire Basics te huren. Hetzelfde geldt voor het niet meer kunnen verkopen van yogaproducten, omdat zij de ruimte met andere huurders moet delen. De gestelde misgelopen omzet van haar onderneming is dus geen (rechtstreeks) gevolg van de sloop van het gehuurde door Plaza Resort. Die schadeposten in verband met het omzetverlies worden daarom afgewezen.
3.18.
Smiling Buddha heeft ook nog gesteld dat zij voorheen de enige yogastudio op Bonaire was en dat nu niet meer is. Bovendien is een yogadocent bij Smiling Buddha vertrokken en is een eigen yogastudio begonnen. Voor zo ver Smiling Buddha bedoelt dat zij hierdoor ook omzetverlies lijdt, heeft zij onvoldoende gesteld waarom Plaza Resort hiervoor verantwoordelijk is. Daarom worden deze schadeposten afgewezen.
Verhuiskosten naar nieuwe locatie
3.19.
Smiling Buddha stelt dat zij kosten heeft moeten maken voor de verhuizing naar haar nieuwe ruimte. Zij vordert kosten voor het maken van nieuwe reclameborden (USD 1.223,84), autoverhuur (USD 90,30), kosten voor een container om yogaspullen bij Bonaire Basics op te slaan (USD 100,00) en aanschafkosten voor nieuwe yogaspullen omdat Plaza Resort die spullen bij het slopen zou zijn kwijt geraakt (USD 105,00).
3.20.
Verhuiskosten zijn een rechtstreeks gevolg van het feit dat Smiling Buddha een andere ruimte heeft moeten zoeken voor haar yogaschool. De kosten voor het maken van nieuwe reclameborden met het nieuwe adres van Smiling Buddha zullen worden toegewezen (USD 1.223,84). Ook de kosten voor het huren van een auto voor de verhuizing worden toegewezen (USD 90,30). Op haar nieuwe locatie moet Smiling Buddha de yogaspullen opslaan in een container. De kosten voor die container worden ook toegewezen (USD 100,00). De stelling van Smiling Buddha dat yogaspullen die zich in het gehuurde bij Plaza Resort bevonden en bij het slopen zijn kwijt geraakt is door Plaza Resort niet betwist. De kosten voor de aanschaf van nieuwe spullen zullen daarom ook worden toegewezen (USD 105,00).
Onbetaald gelaten factuur
3.21.
Smiling Buddha stelt dat zij een afspraak had met Plaza Resort om yogalessen te verzorgen voor de gasten van Plaza Resort. Voor het geven van die lessen kreeg Smiling Buddha een vergoeding van Plaza Resort. De factuur van 28 januari 2025 heeft Plaza Resort onbetaald gelaten. Smiling Buddha vordert betaling van die factuur van USD 152,64. Hiertegen heeft Plaza Resort aangevoerd dat betaling van deze factuur een andere rechtsverhouding betreft en ieder causaal verband met de huurovereenkomst ontbreekt.
3.22.
Weliswaar heeft Plaza Resort gelijk in die zin dat betaling van deze factuur los staat van de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, maar Smiling Buddha vordert nakoming van een afspraak die partijen met elkaar hebben gemaakt. Niet valt in te zien waarom Smiling Buddha betaling van de factuur niet (ook) in deze procedure zou kunnen vorderen. Omdat Plaza Resort de verschuldigdheid van de factuur verder niet heeft betwist, zal het bedrag van USD 152,64 worden toegewezen.
Plaza Resort moet proceskosten betalen
3.23.
Plaza Resort is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Smiling Buddha betalen. Bij het begroten van de proceskosten wordt uitgegaan van het toegewezen bedrag. De proceskosten die Plaza Resort aan Smiling Buddha moet betalen worden begroot op USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 1.680,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x liquidatietarief 6), USD 419,00 aan griffierecht en USD 140,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
3.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld.
De beslissingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.25.
De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevraagd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Daartegen heeft Plaza Resort geen verweer gevoerd en van kenbare bezwaren van Plaza Resort tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring is het Gerecht niet gebleken. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als Plaza Resort in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot door de rechter in hoger beroep een andere beslissing genomen wordt.

4.De beslissing

Het Gerecht:
4.1.
veroordeelt Plaza Resort om aan Smiling Buddha te betalen een bedrag van USD 37.671,78;
4.2.
veroordeelt Plaza Resort tot betaling van de proceskosten aan Smiling Buddha, begroot op USD 2.398,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als Plaza Resort niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3.
veroordeelt Plaza Resort tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Zie artikel 7A:1603p BW BES dat op grond van artikel 7A:1603w BW BES van overeenkomstige toepassing is bij huur van bedrijfsruimte.