ECLI:NL:OGEABES:2026:155

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
BON202600071
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 Rv BESArt. 557 Rv BESArt. 444 lid 2 Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming huurwoning toegewezen wegens grote huurachterstand

De eigenaar van een woning op Bonaire vordert ontruiming en betaling van huurachterstand van zijn huurders, een zoon en diens partner. De huurders zijn sinds 1 januari 2023 huurder van de woning en hebben een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd. Eerder is in kort geding een betalingsregeling getroffen, maar deze is niet nagekomen.

Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de zoon dat hij onvoldoende inkomsten heeft en niet over het rekeningnummer van de eigenaar beschikte, maar het gerecht acht deze verklaringen niet overtuigend. De huurders zijn niet geslaagd in het tonen van betalingsvermogen en de huurachterstand is verder opgelopen.

Het gerecht oordeelt dat de eigenaar niet langer kan worden verplicht de huurders in de woning te laten verblijven zonder betaling. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van drie maanden na betekening. Tevens worden de huurders hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur vanaf 1 maart 2026 en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand wordt toegewezen met een termijn van drie maanden na betekening.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600071
datum beslissing: 24 juni 2026
in de zaak van
[eiser]
wonende te Bonaire,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
tegen

1.[gedaagde 1]

2.
[gedaagde 2]
wonende te Bonaire,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: (respectievelijk) [gedaagde 1] en [gedaagde 2].

1.De procedure

1.1.
In het procesdossier zitten de volgende stukken:
  • het verzoekschrift met producties, ingekomen op 12 februari 2026;
  • het audiëntieblad van de rolzitting van 25 maart 2026;
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 juni 2026. [eiser] en [gedaagde 1] zijn verschenen. [gedaagde 1] heeft meegedeeld dat [gedaagde 2] verhinderd was, maar dat zij wel wist van de zitting en dat hij ook namens haar aanwezig was.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat op 24 juni 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1. [
eiser] is eigenaar van een woning aan de [adres] te Bonaire. [gedaagde 1] (een zoon van [eiser]) en [gedaagde 2] zijn de huurders van deze woning. Er is een aanzienlijke huurachterstand ontstaan. [eiser] vordert daarom dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de woning ontruimen en de huurachterstand betalen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] willen in de woning blijven wonen; zij voeren verschillende redenen aan waarom zij de huur niet hebben betaald. De vordering tot ontruiming zal worden toegewezen.

3.De beoordeling

De ontruiming
3.1. [
gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren de woning aan de [adres] te Bonaire (hierna de woning) vanaf 1 januari 2023 tegen een huurprijs van USD 500,00 per maand. Er is al snel een huurachterstand ontstaan.
3.2. [
eiser] heeft op 20 juni 2025 een kort geding tot ontruiming (en betaling van de huurachterstand) aangespannen. Die zaak is behandeld op een zitting van 21 juli 2025. [gedaagde 2] heeft zich toen bereid verklaard om per maand USD 750,00 te gaan betalen (USD 500,00 aan huur en USD 250,00 aan aflossing op de achterstand). De vorderingen zijn vervolgens bij vonnis in kort geding van 4 augustus 2025 afgewezen.
3.3. [
gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben na 4 augustus 2025 niet maandelijks het bedrag van USD 750,00 betaald. De achterstand is daardoor alleen maar opgelopen. Volgens [gedaagde 1] is [gedaagde 2] haar baan kwijtgeraakt en kon zij daarom niet meer betalen. Hijzelf heeft onvoldoende inkomsten om USD 750,00 per maand te betalen, meer dan USD 600,00 zal niet lukken. Dat hij helemaal niet heeft betaald, komt omdat hij niet beschikt over het rekeningnummer van [eiser].
3.4.
Het gerecht overweegt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in het kort-geding vonnis van 4 augustus 2025 een kans is gegeven om te laten zien dat zij goede huurders kunnen zijn door de huur te betalen en af te lossen op de achterstand. Vastgesteld moet worden dat zij daar niet in zijn geslaagd: de lopende huur wordt (opnieuw) al geruime tijd niet betaald en de achterstand is alleen maar toegenomen. De verklaring van [gedaagde 1] geeft ook weinig vertrouwen dat dit in de toekomst anders zal zijn. Hij stelt weliswaar dat hij USD 600,00 per maand zou kunnen betalen, maar vastgesteld moet worden dat hij feitelijk niets heeft betaald. De redenen die hij daarvoor heeft opgegeven, overtuigen niet. In het kort-geding vonnis is al overwogen dat het ongeloofwaardig was dat hij niet wist hoeveel hij moest betalen. Ook zijn verweer dat hij niet kon betalen omdat hij niet over het rekeningnummer van [eiser] beschikte, slaagt niet; [gedaagde 2] had dit rekeningnummer immers wel, zodat hij het eenvoudig van haar had kunnen krijgen.
3.5.
Van [eiser] kan niet langer worden gevergd dat zij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de woning laat verblijven, zonder dat daar regelmatige betaling tegenover staat. Er zijn gronden om de huurovereenkomst te ontbinden, maar een ontbinding is niet gevorderd. Wel kan, gelet op het voorgaande de vordering tot ontruiming worden toegewezen. Het gerecht heeft onder ogen gezien dat er ook nog twee minderjarige kinderen van [gedaagde 2] in de woning verblijven, maar niet is aangevoerd dat een ontruiming voor hen tot een noodsituatie zou leiden. Wel zal de termijn voor de ontruiming langer worden bepaald dan gevorderd, te weten op drie maanden na de betekening van dit vonnis.
De huurachterstand
3.6.
Ook het gevorderde bedrag aan huurachterstand zal worden toegewezen, nu de hoogte daarvan niet is betwist. Ook de wettelijke rente daarover is toewijsbaar. Nu onvoldoende gespecificeerd is wanneer welke huurtermijn is vervallen, zal de ingangsdatum van de rente op de datum van het verzoekschrift worden bepaald.
De lopende huur
3.7. [
gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen verder worden veroordeeld om vanaf 1 maart 2026 tot aan de dag dat de woning ontruimd is, de huurprijs van USD 500,00 per maand te betalen.
De proceskosten
3.8. [
gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben ongelijk gekregen en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 419,00 aan griffierecht en USD 84,00 aan nakosten (als dit vonnis moet worden betekend).
Hoofdelijkheid
3.9.
De veroordelingen tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur en de proceskosten zullen hoofdelijk worden uitgesproken. Weliswaar is dit niet gevorderd, maar de huurverplichtingen zijn naar hun aard (er is sprake van medehuur) hoofdelijk en ook een proceskostenveroordeling is in beginsel hoofdelijk.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.10.
De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevraagd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Van kenbare bezwaren van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring is het gerecht niet gebleken. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] in hoger beroep gaan

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
beveelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om de woning aan de [adres] te Bonaire binnen drie maanden na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van hun kant in en om de woning bevinden, voor zover deze niet eigendom van [eiser] zijn, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en, onder afgifte van de sleutels, ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen;
4.2.
verstaat dat, indien [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet aan de veroordeling onder 4.1. voldoen, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv BES) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo Pro. 444 lid 2 Rv BES;
4.3.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van een bedrag van USD 15.050,00 aan huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;
4.4.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van een bedrag van USD 500,00 per maand aan lopende huur vanaf 1 maart 2026 tot de dag waarop zij de woning zullen hebben ontruimd;
4.5.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van USD 578,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.