ECLI:NL:OGEABES:2026:163

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
BON202500643
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:200a BWArt. 3:200b lid 3 BWArt. 3:200f lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eigendom onroerende zaak na verzoek op grond van artikel 3:200a BW

Verzoekster heeft op 22 december 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 3:200a e.v. van het Burgerlijk Wetboek tot toekenning van eigendom van een onroerende zaak gelegen te een plaats op Bonaire, kadastraal bekend met een aanduiding, groot 335 m2. Het perceel staat volgens het Kadaster op naam van 'Eigenaar Onbekend', met een opmerking dat de naam van een overleden betrokkene staat vermeld.

Verzoekster verzoekt om haar als gebruiker in de zin van artikel 3:200b lid 3 BW aan te merken en om de eigendom van het perceel aan haar toe te kennen. Het gerecht bepaalt dat belanghebbenden moeten worden opgeroepen conform de wettelijke voorschriften en dat verzoekster de kosten van oproeping en publicatie moet voorschieten.

Het gerecht bepaalt dat verzoekster uiterlijk 30 dagen voor de rolzittingsdatum een aankondiging moet publiceren in de Staatscourant, het Antilliaans Dagblad en de Èxtra. Tevens wordt een voorschot van USD 750,00 vastgesteld voor de publicatiekosten, te voldoen binnen twee weken. De griffier wordt opgedragen het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) bij dienstbrief op te roepen zodra bewijs van betaling en oproeping is ontvangen. Verdere beslissingen worden aangehouden tot de rolzitting.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten als gebruiker en de procedure voor eigendomstoekenning wordt voortgezet met oproeping van belanghebbenden en voorschotbetaling.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Zaaknummer: BON202500643
Beschikking van 24 juni 2026
betreffende het verzoek op grond van artikel 3:200a e.v. van het Burgerlijk Wetboek tot toekenning van de onroerende zaak gelegen te:
[PLAATS] (335 m2)
kadastraal bekend als [kadastale aanduiding], groot 335 m2 (stenen huis en erf) welk perceel volgens de schriftelijke inzage van het Kadaster ten name staat van ‘Eigenaar Onbekend’ met als opmerking ‘Volgens domein in kaart gebrachte gronden staat de naam van [betrokkene 1], overleden; per adres mevrouw [betrokkene 2] […],
op verzoek van:
[verzoekster],
wonende te Bonaire,
hierna: verzoekster,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,

1.Het verloop van de procedure

Verzoekster heeft op 22 december 2025 ter griffie een verzoekschrift met bijlagen ingediend.

2.Het verzoek

Verzoekster verzoekt (onder meer) om haar als gebruiker in de zin van art. 3:200b lid 3 e.v. BW BES aan te merken en om de eigendom van het perceel aan haar toe te kennen.

3.De beoordeling

Belanghebbenden moeten worden opgeroepen voor de behandeling van het verzoek zoals door de wet voorgeschreven. De kosten van de oproeping moeten door verzoekster worden voorgeschoten. Dat geldt ook voor de kosten van publicatie van de in deze zaak te geven eindbeschikking. Bepaald zal worden dat verzoekster moet zorgdragen voor de oproeping. Beslist zal worden als hierna omschreven.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
bepaalt dat verzoekster, desgewenst geassisteerd door een deurwaarder, uiterlijk 30 dagen voor de in de hierna opgenomen aankondiging vermelde rolzittingsdatum de volgende aankondiging zal laten publiceren in de
Staatscourant, het Antilliaans Dagblad en de Èxtra:
4.2.
bepaalt het door verzoekster te betalen voorschot ter dekking van de kosten van de publicatie van de eindbeschikking als bedoeld in art. 3:200f lid 4 BW op USD 750,00, te voldoen binnen twee weken na heden door storting of overboeking op rekeningnummer 403.065.06 ten name van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, onder vermelding van ‘BON202500643 oude boedel [verzoekster]’;
4.3.
draagt de griffier op om, zodra van verzoekster een bewijs van voldoening van het voorschot en bewijzen van oproeping zijn ontvangen, het OLB bij dienstbrief op te roepen, met bijvoeging van deze beschikking en van het verzoekschrift;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan tot de in de oproep vermelde rolzitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 24 juni 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.