ECLI:NL:OGEABES:2026:165

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
BON202600210
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling bijdrage vader in kosten levensonderhoud en studie meerderjarige kind

De zaak betreft een verzoek van het meerderjarige kind tegen de vader om een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie vast te stellen. De ouders zijn verplicht bij te dragen zolang het kind jonger is dan 21 jaar en studeert.

De Voogdijraad had aanvankelijk het verzoek ingediend, maar na meerderjarigheid van het kind is het verzoek overgenomen door het kind zelf. Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen overeenstemming over een maandelijkse bijdrage van USD 500, ingaande 1 juli 2026.

Het gerecht acht dit bedrag passend binnen de wettelijke normen en bepaalt dat de vader dit bedrag vooruitbetaald aan het kind. Betaling vindt plaats via bankoverschrijving of contant met ontvangstbewijs. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Vader moet vanaf 1 juli 2026 maandelijks USD 500 betalen als bijdrage in kosten levensonderhoud en studie van het meerderjarige kind.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer : BON202600210
Datum uitspraak : 2 juli 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[het kind],
wonende te Bonaire,
hierna te noemen: [het kind],
procederend in persoon,
tegen
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna te noemen: de vader,
procederend in persoon.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is ter griffie ingekomen op 21 april 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 3 juni 2026 plaatsgevonden. Daarbij zijn [het kind] en de vader verschenen. Ook de moeder; mevrouw [de moeder], was aanwezig. Namens de Voogdijraad waren mevrouw [medewerker voogdijraad 1], [medewerker voogdijraad 2] en [medewerker voogdijraad 3] aanwezig.
1.3.
De beschikking is nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn de ouders van [het kind]. [het kind] woont bij de moeder.
2.2.
De vader betaalde de moeder een bijdrage van USD 200,00 per maand en later USD 300,00 per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind].
2.3. [
het kind] is sinds 19 januari 2026 meerderjarig. [het kind] gaat naar
school en zal daarna een opleiding op het MBO gaan volgen.

3.Het verzoek en de beoordeling

3.1.
De Voogdijraad heeft het – oorspronkelijke - verzoek gedaan om te bepalen dat de vader een bedrag van USD 573,00 ten behoeve van [het kind] moet voldoen. Nu [het kind] meerderjarig is, is de Voogdijraad echter niet meer bevoegd om dit ten behoeve van hem te verzoeken. Alleen [het kind] zelf is bevoegd om een dergelijk verzoek te doen.
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is dit met partijen besproken. Naar aanleiding daarvan heeft [het kind] het verzoek van de Voogdijraad overgenomen. Zowel de Voogdijraad als de vader en de moeder hebben met die overname ingestemd. Gelet daarop is [het kind] in de kop van deze beschikking als verzoeker vermeld. De vader is belanghebbende bij het verzoek van [het kind]. De moeder is geen belanghebbende bij zijn verzoek, omdat de zaak van [het kind] tegen de vader niet rechtstreeks betrekking heeft op haar rechten of verplichtingen.
3.3.
De ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van eenentwintig (21) jaren niet hebben bereikt.
3.4.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van [het kind].
Concreet zijn partijen overeengekomen dat de vader met ingang van 1 juli 2026 aan [het kind] als bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud en studie een bedrag van USD 500,00 per maand zal betalen.
3.5.
Het gerecht zal overeenkomstig de tussen partijen bereikte overeenstemming beslissen. Het gerecht acht het overeengekomen bedrag in lijn met de daarvoor geldende wettelijke maatstaven.
3.6.
Tot slot is tijdens de zitting nog besproken dat de vader het hiervoor genoemde bedrag op de bankrekening van [het kind] zal storten. Zolang [het kind] nog geen bankrekening heeft, zal de vader dit bedrag contant aan [het kind] betalen, waarbij een ontvangstbewijs zal worden opgemaakt dat door zowel de vader als [het kind] zal worden ondertekend.
3.7.
Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
bepaalt de door de vader aan [het kind] te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie met ingang van 1 juli 2026 op een bedrag van
USD 500,00 per maand, voor de toekomst steeds bij vooruitbetaling te voldoen,
4.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en op 2 juli 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.